ECLI:NL:HR:2017:634

Hoge Raad

Datum uitspraak
7 april 2017
Publicatiedatum
7 april 2017
Zaaknummer
16/01873
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 RO
Verwijzingen
4 uitgaand · 4 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt uitleg overeenkomst beëindiging werkzaamheden en pensioentoezegging

In deze zaak stond de uitleg van een overeenkomst tot beëindiging van werkzaamheden centraal, waarbij tevens pensioentoezeggingen en loonvorderingen met verrekening van neveninkomsten aan de orde waren. De eiser stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het gerechtshof Amsterdam, dat eerder de kantonrechterlijke vonnissen bevestigde.

De Hoge Raad verwijst naar de eerdere vonnissen en arresten en behandelt het cassatieberoep op grond van artikel 81 lid 1 RO Pro. De klachten van het cassatieberoep worden verworpen omdat zij geen aanleiding geven tot beantwoording van rechtsvragen die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

Het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep van Amarantis komt daardoor niet aan de orde. De Hoge Raad veroordeelt de eiser in de kosten van het cassatiegeding. Hiermee wordt het arrest van het gerechtshof bekrachtigd, waarmee de uitleg van de beëindigingsovereenkomst en de pensioentoezegging definitief is vastgesteld.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het gerechtshof wordt bekrachtigd.

Uitspraak

7 april 2017
Eerste Kamer
16/01873
TT/AR
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie, verweerder in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep,
advocaat: mr. H.J.W. Alt,
t e g e n
STICHTING INTERCONFESSIONEEL BEROEPSONDERWIJS EN VOLWASSENENEDUCATIE, REGIO UTRECHT (als rechtsopvolgster onder bijzondere titel van de stichting Stichting Amarantis onderwijsgroep voor interconfessioneel onderwijs),
gevestigd te Utrecht,
VERWEERSTER in cassatie, eiseres in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep,
advocaten: mr. D. Rijpma en mr. M.S. van der Keur.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en Amarantis.

1.Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak CV 12-24705 van de kantonrechter in de rechtbank Amsterdam van 22 oktober 2012 en 1 juli 2013;
b. de arresten in de zaak 200.134.156/01 van het gerechtshof Amsterdam van 25 november 2014 en 22 december 2015.
De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof van 22 december 2015 heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. Amarantis heeft voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep ingesteld. De cassatiedagvaarding en de conclusie van antwoord tevens houdende voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.
Partijen hebben over en weer geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal W.L. Valk strekt tot verwerping van het principale cassatieberoep.
De advocaat van [eiser] heeft bij brief van 24 februari 2017 op die conclusie gereageerd.

3.Beoordeling van het middel in het principale beroep

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
Nu het middel in het principale beroep faalt, komt het voorwaardelijk ingestelde incidentele beroep niet aan de orde.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
verwerpt het principale beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Amarantis begroot op € 2.678,34,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, A.H.T. Heisterkamp en C.E. du Perron, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op
7 april 2017.