Conclusie
complex perianaal abces. [verzoeker] heeft zich nadien tot de klachtencommissie van Sehos gewend. Deze commissie is tot de conclusie gekomen dat een medische beoordeling, en niet slechts een triage, op haar plaats was geweest. In deze procedure stelt [verzoeker] dat hij op de spoedeisende hulp ten onrechte niet medisch is onderzocht en vordert hij op die grond schadevergoeding van Sehos. Het Gerecht in Eerste Aanleg en het Gemeenschappelijk Hof van Justitie zijn tot het oordeel gekomen dat Sehos niet onzorgvuldig heeft gehandeld. Het hof heeft daaraan in de kern ten grondslag gelegd dat [verzoeker] op de spoedeisende hulp heeft aangegeven last te hebben van hemorroïden (aambeien) en dat er geen aanknopingspunten zijn (gesteld) waaruit volgt dat Sehos verdere actie had moeten ondernemen. In cassatie wordt hiertegen opgekomen.
1.Feiten
Conclusies en aanbevelingen
een verwijzen naar een andere hulpverlener vergezeld te gaan van relevante inlichtingen benevens een duidelijke omschrijving van het doel van de verwijzing. Daarmee zou de huisarts de verantwoordelijkheid van de keus om wél of geen verdere hulp te zoeken ongeacht zijn financiële en zorgverzekeringstatus bij de patiënt neergelegd hebben. Door de patiënt zelf te blijven behandelen heeft zij de volledige verantwoordelijkheid voor de behandeling op zich genomen.
De klacht
2.Het procesverloop
“complex perianal abces” [3] van ernstige aard nu hij niet tijdig behandeld is. In de avond van de 26ste september 2008 is [verzoeker] in het
“Centro Quirurgico”te Maracay geopereerd. Nadien is er afstervend weefsel verwijderd, een colostoma [4] (
‘colostomy’) aangebracht, volgden nog zes operaties, verkeerde [verzoeker] tot 2 oktober 2008 in een kritieke toestand en werd hem ter bestrijding van de pijn morfine toegediend. Op 10 december 2008 vond er een operatie plaats waarbij stukken huid van zijn rechterbeen in het anale gebied zijn geïmplanteerd. Op 4 mei 2009 mislukte een operatie waarbij de colostoma zou worden verwijderd. Op 4 november 2009 is [verzoeker] opnieuw geopereerd en werd de intestinale doorgang hersteld. De kosten van deze medische behandeling bedragen omgerekend in NAfl. 91.077,29. Daarnaast vordert [verzoeker] de kosten van een speciaal dieet over 18 maanden, omgerekend NAfl. 8.300 alsmede 18 maanden inkomstenderving, omgerekend NAfl. 21.600. In totaal vordert hij NAfl. 120.959,29 (volgens de berekening van het GEA moet dat NAfl. 120.977,29 zijn) aan materiële schade en NAfl. 180.000 aan immateriële schade. Ter rechtvaardiging van voormelde schade-opstelling gaat [verzoeker] ervan uit dat indien hem onmiddellijk adequate medische hulp geboden zou zijn, de ontsteking vroegtijdig had kunnen worden behandeld zonder hoge medische kosten en zonder een lange behandeltijd, in welk geval
“de kosten (…) waarschijnlijk door de SVB(zouden)
zijn vergoed”(uitspraak GEA 24 november 2014, rov. 3.1).
“emergency formulier”(productie 1 bij conclusie van antwoord) is als aankomsttijd 10.20 uur genoteerd en als vertrektijd 10.55 uur. Voorts is op het formulier vermeld dat de klacht
“pijnlijke hemorroïden” [5] betreft; van andere klachten wordt geen melding gemaakt. [verzoeker] is verwezen naar zijn huisarts, omdat na onderzoek conform het triagesysteem niet is gebleken van een acute zorgvraag en een verwijsbrief van de huisarts ontbrak. Betwist wordt dat er een causaal verband bestaat tussen het aan Sehos verweten achterwege blijven van een medisch onderzoek en door [verzoeker] gestelde schade. Daarbij wijst Sehos erop dat het niet voor de hand ligt dat [verzoeker] schade heeft geleden doordat hij niet reeds op 25 september 2008 door Sehos, maar pas één dag later in Venezuela is behandeld. Voorts wijst Sehos erop dat als [verzoeker] op Curaçao zou zijn geopereerd ervan mag worden uitgegaan dat de door hem geclaimde materiële kosten niet minder zouden zijn geweest en – naar het GEA begrijpt – geldt dat ook voor de gestelde immateriële schade (uitspraak GEA 24 november 2014, rov. 3.2). Sehos heeft daaraan bij de comparitie toegevoegd dat het voor de medische behandeling niet uitmaakt of [verzoeker] wel of niet tegen ziektekosten was verzekerd (uitspraak GEA 26 januari 2015, rov. 4). In dat verband heeft Sehos bij conclusie van dupliek (randnummer 8) het volgende aangevoerd:
“het Centro Quiurgico te Maracay”geopereerd. Nadien heeft een langdurige verpleging met vervolgoperaties plaatsgevonden. Niet is gesteld of gebleken dat de medische behandeling in Venezuela in kwaliteit onder doet voor die in het Sehos in Curaçao. Wat de ermee gemoeide kosten betreft, geldt hier te lande als van algemene bekendheid dat de kosten van de gezondheidszorg in Venezuela in niet onbelangrijk [7] minder zijn dan die van Curaçao; dat zij hoger zijn dan in Curaçao is niet gesteld. Voor zover [verzoeker] [8] zich op het standpunt stelt dat hij in Venezuela meer kosten heeft moeten maken in verband met zijn huisvesting aldaar, geldt dat die schadepost blijkens het gestelde bij repliek onder het hoofd
“schade”(31) niet is opgevoerd. Afgezien van de causaliteitsvraag, zou die schade overigens bij wege van voordeelstoerekening pas voor vergoeding in aanmerking komen indien vast staat dat de totale kosten van de medische behandeling in Venezuela, inclusief huisvestingskosten, meer hebben bedragen dan die van een gelijke medische behandeling op Curaçao zonder huisvestingskosten.”
“pijnlijke hemorroïden”, terwijl niet is bestreden dat een dergelijke diagnose niet noopt tot een spoedeisend medische ingrijpen, zoals door het Sehos is gesteld.”
eerste onderdeelstrekt ten betoge dat [verzoeker] mede aan zijn vordering ten grondslag heeft gelegd dat Sehos heeft geweigerd om hem medische hulp te verlenen, omdat hij geen verzekeringspapieren bij zich had. Volgens het onderdeel zou het hof ten onrechte niet op deze grondslag hebben beslist.
randnummer 1.1van de toelichting van het eerste onderdeel wordt daartoe gewezen op de stelling in de conclusie van repliek (randnummer 13) dat Sehos heeft geweigerd [verzoeker] medische hulp te verlenen op de grond dat hij geen verzekeringspapieren bij zich had. Verder wordt in dit randnummer verwezen naar de uiteenzetting in de conclusie van repliek, randnummer 13 over een discussie tussen [verzoeker] en personeel van Sehos met betrekking tot contante betaling van de verlangde medische hulp.
randnummer 1.1van het eerste onderdeel treft om die reden geen doel.
randnummers 1.3 en 1.4van de toelichting op het eerste onderdeel). Hij komt aldus tot de slotsom het hof ervan uit had moeten gaan dat de grondslag van deze vordering feitelijk juist is (
randnummer 1.5van de toelichting op het eerste onderdeel).
eerste onderdeeltreft op de voornoemde gronden geen doel.
tweede onderdeelziet op de overweging dat [verzoeker] noch in eerste aanleg, noch in hoger beroep heeft gesteld dat hij tijdens zijn bezoek aan de afdeling spoedeisende hulp van Sehos aan het triagepersoneel heeft medegedeeld dat hij met zijn klachten al een aantal keer bij de huisarts is geweest en dat de klachten steeds erger werden. Het onderdeel betoogt dat deze overweging ‘s hofs oordeel over de zorgvuldigheid van Sehos niet kan dragen.
Randnummer 2.1van de toe-lichting op het tweede onderdeel voegt daaraan toe dat het hof de relevantie van de overweging niet heeft vermeld en dat de overweging dus onbegrijpelijk is.
Randnummer 2.3van de toelichting op het tweede onderdeel bouwt voort op de nadere grondslag die volgens onderdeel 1 zou zijn aangevoerd. De klacht faalt in zoverre op de bij de bespreking van het eerste onderdeel genoemde gronden.
tweede onderdeelis dus vergeefs voorgesteld.
derde onderdeelbetreft de overweging van het hof dat onvoldoende is gesteld om aan te nemen dat de informatie dat [verzoeker] last had van ‘pijnlijke hemorroïden’ Sehos naar maatstaven van zorgvuldigheid aanleiding had moeten geven voor een andere triagebeoordeling of om verdere actie te ondernemen. Het onderdeel strekt ten betoge dat het hof hiermee blijk zou hebben gegeven van een onjuiste rechtsopvatting over hetgeen in art. 7:453 BW Pro Curaçao [12] is bepaald over de zorg die een goed hulpverlener dient te betrachten. [13] Volgens [verzoeker] heeft het hof kennelijk gemeend dat alleen de door hem verstrekte informatie voor Sehos maatgevend is geweest om te bepalen of de zorgaanvraag spoedeisend was.
randnummer 3.1heeft [verzoeker] gewezen op zijn (onbestreden) stelling in de conclusie van repliek (randnummer 13) en memorie van grieven (randnummer 16) dat Sehos hem zonder enig onderzoek naar zijn huisarts heeft verwezen. In
randnummer 3.2leidt [verzoeker] daaruit af dat de informatie over ‘pijnlijke hemorroïden’ alleen van hem afkomstig is geweest en niet is gebaseerd op medisch onderzoek. Volgens [verzoeker] moet er in cassatie dus van worden uitgegaan dat Sehos ‘blind’ is gevaren op de informatie van [verzoeker] (
randnummer 3.3). In
randnummers 3.3-3.5betoogt [verzoeker] dat daarmee op de spoedeisende hulp van Sehos niet de zorg is betracht die volgens vaste rechtspraak [14] van een redelijk handelend en redelijk bekwaam hulpverlener kan worden gevergd.
derde onderdeeltreft om die reden geen doel. Overigens kan hieruit niet worden opgemaakt dat het triage-systeem van Sehos in het algemeen door de beugel kan. Het zal steeds afhangen van de feiten en omstandigheden van het geval of met een triage kan worden volstaan. In dit geval viel er naar mijn mening het nodige voor te zeggen om [verzoeker] op de spoedeisende hulp van Sehos medisch te onderzoeken. Er was immers een pertinente hulpvraag en op de eigen informatie van de patiënt over de (mogelijke) aandoening kan niet zonder meer worden afgegaan. Daar staat echter tegenover dat hier gaat om een feitelijke afweging van het hof en dat er geen (verdere) aanknopingspunten voor medisch onderzoek waren (gesteld). Het hof mocht bij die stand van zaken tot het gegeven oordeel komen en met zijn (summiere) motivering volstaan.
vierde onderdeelziet ook op de overweging in rov. 2.9 dat ‘onvoldoende [is] gesteld om te kunnen aannemen dat de informatie dat [verzoeker] last had van “pijnlijke hemorroïden”, naar maatstaven van zorgvuldigheid het Sehos aanleiding had moeten geven om een andere triagebeoordeling te geven of verdere actie te ondernemen.’
randnummer 4.1). In dat kader refereert [verzoeker] aan zijn verwijzingen bij conclusie van repliek (randnummer 28) en memorie van grieven (randnummer 17) naar de bevindingen van de klachtencommissie van Sehos. Verder verwijst hij naar zijn stelling in de memorie van grieven (randnummer 18) dat de klachtencommissie bestaat uit drie medisch specialisten (
randnummer 4.2) en merkt hij op dat de klachtencommissie deel uitmaakt van Sehos zelf (
randnummer 4.3). [verzoeker] heeft naar voren gebracht dat ‘de Hoge Raad de rechter een beperkte motiveringsplicht heeft gegund ten aanzien van zijn beslissing om de bevindingen van deskundigen al dan niet te volgen’ (
randnummer 4.5). [15] Het hof zou in dit geval echter ten onrechte in het geheel niet hebben gemotiveerd waarom het de bevindingen van de klachtencommissie niet heeft gevolgd (
randnummer 4.6).
randnummer 4.4van de toelichting op het vierde onderdeel wijst [verzoeker] nog op zijn stelling bij memorie van grieven (randnummers 21 en 22) dat het GEA een deskundigenbericht had moeten inwinnen. Ook deze klacht treft geen doel. Het is een discretionaire bevoegdheid van de feitenrechter om te beslissen of behoefte bestaat aan (nadere) deskundige voorlichting (art. 173 Rv Pro Curaçao [17] dat gelijkluidend is aan art. 194 Rv Pro in Nederland). [18] In de onderhavige zaak heeft het hof geoordeeld dat [verzoeker] onvoldoende heeft gesteld om aan te nemen dat Sehos naar maatstaven van zorgvuldigheid verdere actie had moeten ondernemen. Die overweging kan de beslissing dragen dat voor bewijsverrichtingen (zoals een deskundigenbericht) geen plaats is.
randnummer 4.8van de toelichting op het onderdeel wordt geklaagd dat het hof ten onrechte niet zou hebben gerespondeerd op de stelling van [verzoeker] bij memorie van grieven (randnummer 28) dat Sehos verplicht was hem te behandelen.
vierde onderdeelis dus ook tevergeefs voorgesteld.