Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het namens de verdachte voorgestelde middel
4.Slotsom
5.Beslissing
23 mei 2017.
Hoge Raad
De Hoge Raad behandelde het cassatieberoep van verdachte en het Openbaar Ministerie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag over medeplegen van gewoontewitwassen en de verbeurdverklaring van inbeslaggenomen geldbedragen.
Het Hof had bewezen verklaard dat verdachte samen met anderen geldbedragen verwierf, voorhanden had, overdroeg en omzet terwijl zij wisten dat deze afkomstig waren uit misdrijf, en kwalificeerde dit als medeplegen van gewoontewitwassen. Het middel van verdachte dat het verwerven en voorhanden hebben niet als witwassen kwalificeerbaar is, faalde omdat het Hof ook het overdragen en omzetten bewezen achtte.
De Hoge Raad oordeelde dat het Hof ten onrechte de vordering tot verbeurdverklaring van twee conservatoir in beslag genomen geldbedragen had afgewezen. Volgens de Hoge Raad staat conservatoir beslag niet in de weg aan verbeurdverklaring, en kan de strafrechter niet worden beperkt door de beslaglegger. Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest gedeeltelijk en verwees de zaak terug naar het Hof voor hernieuwde berechting.
De overige beroepen van verdachte werden verworpen. Het arrest werd gewezen door de vice-president en twee raadsheren op 23 mei 2017.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt gedeeltelijk arrest en wijst zaak terug voor hernieuwde berechting van verbeurdverklaring en strafoplegging.