Uitspraak
wonende in [woonplaats],
gevestigd in [vestigingsplaats],
1.Het geding
2.Het geding in cassatie
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
29 juni 2018.
Hoge Raad
In deze zaak stond een vordering van een werkgever jegens een werknemer wegens onregelmatigheden centraal, waarbij toepassing werd gegeven aan artikel 7A:1615da BW Aruba, vergelijkbaar met artikel 7:661 BW Pro in Nederland. Het geschil werd behandeld door het gerecht in eerste aanleg van Aruba, het gemeenschappelijk Hof van Justitie en uiteindelijk de Hoge Raad.
De Hoge Raad verwees naar eerdere vonnissen en arresten in deze zaak en nam kennis van het cassatieberoep van de werkgever, dat werd bestreden door de werknemer. De Advocaat-Generaal adviseerde tot verwerping van het cassatieberoep, waarop de advocaat van de werkgever reageerde.
De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was, aangezien de klachten geen rechtsvragen opriepen die van belang waren voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Het beroep werd verworpen en de werkgever werd veroordeeld tot betaling van de proceskosten aan de werknemer.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de werkgever wordt verworpen en de werkgever wordt veroordeeld in de proceskosten.