ECLI:NL:HR:2018:1026

Hoge Raad

Datum uitspraak
29 juni 2018
Publicatiedatum
27 juni 2018
Zaaknummer
17/00253
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 7A:1615da BW ArubaArt. 7:661 BW
Verwijzingen
6 uitgaand · 4 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatieberoep werkgever tegen werknemer wegens onregelmatigheden

In deze zaak stond een vordering van een werkgever jegens een werknemer wegens onregelmatigheden centraal, waarbij toepassing werd gegeven aan artikel 7A:1615da BW Aruba, vergelijkbaar met artikel 7:661 BW Pro in Nederland. Het geschil werd behandeld door het gerecht in eerste aanleg van Aruba, het gemeenschappelijk Hof van Justitie en uiteindelijk de Hoge Raad.

De Hoge Raad verwees naar eerdere vonnissen en arresten in deze zaak en nam kennis van het cassatieberoep van de werkgever, dat werd bestreden door de werknemer. De Advocaat-Generaal adviseerde tot verwerping van het cassatieberoep, waarop de advocaat van de werkgever reageerde.

De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was, aangezien de klachten geen rechtsvragen opriepen die van belang waren voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Het beroep werd verworpen en de werkgever werd veroordeeld tot betaling van de proceskosten aan de werknemer.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de werkgever wordt verworpen en de werkgever wordt veroordeeld in de proceskosten.

Uitspraak

29 juni 2018
Eerste Kamer
17/00253
TT/EE
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[verzoekster] ,
wonende in [woonplaats],
VERZOEKSTER tot cassatie,
advocaat: mr. J. van Weerden,
t e g e n
[verweerster],
gevestigd in [vestigingsplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. S. Kousedghi.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [verzoekster] en [verweerster].

1.Het geding

Voor het verloop van het geding tot dusver verwijst de Hoge Raad naar:
a) het vonnis in de zaak AR 1699 van 2013 van het gerecht in eerste aanleg van Aruba van 4 december 2013;
b) de vonnissen in de zaak Ghis 69490 - AR 1699/13- H 237/14 van het gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba van 23 februari 2016 en 18 oktober 2016;
c) het arrest in het incident in deze zaak van de Hoge Raad van 2 juni 2017, ECLI:NL:HR:2017:1013.
De vonnissen van het hof zijn aan dit arrest gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen de vonnissen van het hof heeft [verzoekster] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest en het aanvullend cassatieverzoekschrift zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.
[verweerster] heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal B.J. Drijber strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [verzoekster] heeft bij brief van 4 mei 2018 op die conclusie gereageerd.

3.Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [verzoekster] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijdevan [verweerster] begroot op € 2.672,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, G. Snijders en M.J. Kroeze en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer T.H. Tanja-van den Broek op
29 juni 2018.