Uitspraak
1.Geding in cassatie
3.Beoordeling van de middelen voor het overige
4.Ambtshalve beoordeling van de bestreden uitspraak
5.Slotsom
6.Beslissing
10 juli 2018.
Hoge Raad
Op 4 maart 2015 schoot een politieambtenaar in zijn vrije tijd met zijn dienstwapen meerdere kogels af op een persoon in Sint Maarten, waarbij het slachtoffer overleed. De verdachte voerde noodweer en noodweerexces aan, omdat hij werd omsingeld en bedreigd door meerdere mannen, waaronder het slachtoffer en diens broer met een bijl.
Het Hof stelde vast dat er sprake was van een onmiddellijk dreigend gevaar voor een ogenblikkelijke, wederrechtelijke aanranding, maar oordeelde dat de verdachte niet aan de subsidiariteits- en proportionaliteitseis voldeed. De verdachte had kunnen wegrijden, een waarschuwingsschot lossen of het wapen tonen. Het gericht schieten op korte afstand op een ongewapende man overschreed de grenzen van noodzakelijke verdediging.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde het oordeel van het Hof. Tevens constateerde de Hoge Raad een overschrijding van de redelijke termijn, waardoor de opgelegde gevangenisstraf van zes jaar werd verminderd tot vijf jaar en negen maanden. De overige middelen werden verworpen en de strafbaarheid van de verdachte bleef gehandhaafd.
Uitkomst: De verdachte wordt veroordeeld voor doodslag zonder beroep op noodweer; straf verminderd tot vijf jaar en negen maanden wegens termijnoverschrijding.