Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het tweede middel
3.Slotsom
4.Beslissing
10 juli 2018.
Hoge Raad
Op 23 juni 2015 stak verdachte, een man op een scootmobiel, aangever, een man op een bromfiets, meermalen met een scherp voorwerp in de buik tijdens een verkeersruzie in Amersfoort. Het hof verklaarde verdachte schuldig aan poging zware mishandeling op basis van verklaringen, waaronder die van de aangever.
De verdediging heeft herhaaldelijk verzocht om het horen van getuigen en de ondervraging van de aangever, maar het hof wees deze verzoeken af. De aangever had verklaard dat verdachte hem had gestoken, maar de getuigen zagen alleen duw- en trekwerk en geen steekbewegingen.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof in strijd met artikel 6 EVRM Pro het proces-verbaal van de aangever als bewijs heeft gebruikt terwijl de verdediging niet in staat was de aangever te ondervragen en geen compensatie daarvoor is geboden. Omdat het bewijs voor de bewezenverklaring in beslissende mate steunt op deze verklaring zonder voldoende steunbewijs, wordt het arrest vernietigd.
De zaak wordt terugverwezen naar het hof Arnhem-Leeuwarden voor hernieuwde behandeling van het hoger beroep, waarbij de verdediging de mogelijkheid moet krijgen de aangever te ondervragen.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens schending van het recht op ondervraging van de aangever en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde behandeling.