ECLI:NL:HR:2018:1169

Hoge Raad

Datum uitspraak
10 juli 2018
Publicatiedatum
11 juli 2018
Zaaknummer
16/06209
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 11 OpiumwetArt. 81 Wetboek van Strafvordering
Verwijzingen
4 uitgaand · 3 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt bedrijfs- of beroepsmatig handelen bij Opiumwetdelict hennepverwerking

De verdachte werd in hoger beroep veroordeeld voor het bedrijfs- of beroepsmatig handelen in strijd met de Opiumwet, specifiek met betrekking tot de verwerking en aflevering van hennep. Het Gerechtshof 's-Hertogenbosch had geoordeeld dat sprake was van een professionele keten van hennepbewerking, waaronder het drogen van hennep, en dat dit handelen kwalificeerde als bedrijfs- of beroepsmatig.

De verdachte stelde cassatieberoep in tegen dit arrest, aangevoerd door zijn advocaten. De Advocaat-Generaal concludeerde tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad oordeelde dat het middel niet tot cassatie kon leiden en dat het oordeel van het hof niet getuigde van een onjuiste rechtsopvatting.

De Hoge Raad benadrukte dat het hof voldoende had gemotiveerd waarom het handelen als bedrijfs- of beroepsmatig moest worden aangemerkt, mede omdat de aflevering plaatsvond binnen een professionele keten van hennepbewerking. Het cassatieberoep werd daarom verworpen zonder nadere motivering, conform artikel 81, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof dat het bedrijfs- of beroepsmatig handelen bevestigt blijft in stand.

Uitspraak

10 juli 2018
Strafkamer
nr. S 16/06209
AKA
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 12 december 2016, nummer 20/000372-13, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1970.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben R.J. Baumgardt en P. van Dongen, beiden advocaat te Rotterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal F.W. Bleichrodt heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van het middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
10 juli 2018.