Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
10 juli 2018.
Hoge Raad
De verdachte werd in hoger beroep veroordeeld voor het bedrijfs- of beroepsmatig handelen in strijd met de Opiumwet, specifiek met betrekking tot de verwerking en aflevering van hennep. Het Gerechtshof 's-Hertogenbosch had geoordeeld dat sprake was van een professionele keten van hennepbewerking, waaronder het drogen van hennep, en dat dit handelen kwalificeerde als bedrijfs- of beroepsmatig.
De verdachte stelde cassatieberoep in tegen dit arrest, aangevoerd door zijn advocaten. De Advocaat-Generaal concludeerde tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad oordeelde dat het middel niet tot cassatie kon leiden en dat het oordeel van het hof niet getuigde van een onjuiste rechtsopvatting.
De Hoge Raad benadrukte dat het hof voldoende had gemotiveerd waarom het handelen als bedrijfs- of beroepsmatig moest worden aangemerkt, mede omdat de aflevering plaatsvond binnen een professionele keten van hennepbewerking. Het cassatieberoep werd daarom verworpen zonder nadere motivering, conform artikel 81, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof dat het bedrijfs- of beroepsmatig handelen bevestigt blijft in stand.