AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Veroordeling rechtspersoon voor meermalen medeplegen valsheid in geschrift met terugwijzing strafoplegging
De zaak betreft het cassatieberoep tegen het arrest van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch waarin de verdachte, een rechtspersoon, werd vrijgesproken van het eerste feit en veroordeeld voor meermalen medeplegen van valsheid in geschrift.
De valsheid betrof het gebruik van een tijdregistratiesysteem met afroommodules waarmee de uren van Poolse champignonpluksters systematisch werden verlaagd, wat resulteerde in valse salarisspecificaties en bedrijfsadministraties. Het hof achtte wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte en medeverdachte gezamenlijk deze valsheid pleegden en legde een geldboete van € 75.000 op.
In cassatie wordt het eerste middel verworpen: het hof heeft de bewezenverklaring voldoende gemotiveerd en terecht medeplegen vastgesteld. Het tweede middel slaagt: het hof heeft onvoldoende gemotiveerd waarom de verdachte, die failliet is, in staat zou zijn de opgelegde boete te voldoen. Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest voor zover het de strafoplegging betreft en wijst de zaak terug voor hernieuwde beoordeling van de strafoplegging. Voor het overige wordt het beroep verworpen.
Uitkomst: Het arrest wordt vernietigd voor zover het de strafoplegging betreft en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde beoordeling van de strafoplegging.
Conclusie
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
Nummer21/02345
Zitting27 juni 2023
CONCLUSIE
T.N.B.M. Spronken
In de zaak
[verdachte],
gevestigd te [vestigingsplaats],
hierna: de verdachte
1.Het cassatieberoep
1.1
De verdachte is bij arrest van 27 mei 2021 door het gerechtshof ’s-Hertogenbosch vrijgesproken van het onder 1 tenlastegelegde en veroordeeld wegens 2 en 3 “medeplegen van valsheid in geschrift, terwijl het feit wordt begaan door een rechtspersoon, meermalen gepleegd” tot een geldboete van € 75.000,00. Voorts heeft het hof de vordering van het openbaar ministerie tot oplegging van de maatregel als bedoeld in art. 36f Sr afgewezen.
1.2
Er bestaat samenhang met de zaak van de medeverdachte [medeverdachte] 21/02346. In deze zaak zal ik vandaag ook concluderen.
1.3
Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte. R.J. Baumgardt, P. van Dongen en S. van den Akker, allen advocaat te Rotterdam, hebben twee middelen van cassatie voorgesteld.
2.Waar het in deze zaak over gaat
2.1
De medeverdachte [medeverdachte] – in wiens zaak ik vandaag ook concludeer – stond aan het hoofd van de [A]-groep bestaande uit aan elkaar gelieerde bedrijven die zich bezighielden met het telen van champignons. De verdachte en de voormalig medeverdachte [B] B.V. maakten deel uit van de [A]-groep. Zij maakten gebruik van een tijdregistratiesysteem om de arbeidstijden van onder andere de Poolse champignonpluksters die werkzaam waren bij de verdachte te registreren. In dit tijdregistratiesysteem waren drie ‘afroommodules’ ingebouwd waarmee de uren van de Poolse champignonpluksters stelselmatig in strijd met de werkelijkheid werden verlaagd. De afgeroomde uren werden in opdracht van [B] B.V. verwerkt in de salarisspecificaties van de Poolse champignonpluksters, waardoor deze salarisspecificaties vals waren. Daarnaast waren delen van de bedrijfsadministratie van de verdachte en [B] B.V. die gebaseerd waren op de afgeroomde uren van de Poolse champignonpluksters eveneens vals. Het hof heeft geoordeeld dat de verdachte samen met een natuurlijke persoon en een rechtspersoon salarisspecificaties valselijk heeft doen opmaken en haar bedrijfsadministratie en/of die van [B] B.V. valselijk heeft opgemaakt zoals bewezenverklaard onder de feiten 2 en 3.
2.2
In het eerste middel wordt geklaagd over de bewezenverklaring van feit 3. Het tweede middel bevat de klacht dat de strafoplegging onvoldoende met redenen is omkleed.
3.Het eerste middel
3.1
Het eerste middel behelst de klacht dat het hof het onder feit 3 bewezenverklaarde valsheid in geschrift onvoldoende met redenen heeft omkleed omdat het hof ten aanzien van [B] B.V. heeft nagelaten de bewijsmiddelen aan te duiden waaraan het hof heeft ontleend dat deze rechtspersoon tezamen en in vereniging met de verdachte en een ander een deel van haar bedrijfsadministratie en/of die van de verdachte valselijk heeft opgemaakt. De omstandigheid dat de afdeling P&O (van de [A]-groep) valt onder [B] B.V. en dat deze afdeling de ‘IPS Totaal overzichten’ heeft overgedragen aan de [C] B.V. ten behoeve van de salariëring van de Poolse champignonpluksters betekent namelijk niet (zonder meer) dat [B] B.V. eveneens een deel van (één van) de bovengenoemde bedrijfsadministraties valselijk heeft opgemaakt.
Hier komt bij dat het hof in het bestreden arrest [B] B.V. heeft aangeduid als voormaligmedeverdachte, zodat ook deze vaststelling in strijd is met de bewezenverklaring, aldus de stellers van het middel.
Tot slot wordt in het eerste middel aangevoerd dat het hof het onder feit 3 bewezenverklaarde ten onrechte heeft gekwalificeerd als “het medeplegen van valsheid in geschrift, meermalen gepleegd”, aangezien het hof blijkens de bewezenverklaring de mogelijkheid heeft opengelaten dat één van de in de bewezenverklaring genoemde bedrijfsadministraties niet valselijk is opgemaakt.
3.2
Ten laste van de verdachte is onder 3 bewezenverklaard dat:
“3.
zij op tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 april 2011 tot en met 7 augustus 2012, in Horst aan de Maas en/of Venlo en/of elders in Nederland, telkens tezamen en in vereniging met een natuurlijke persoon en rechtspersoon, meermalen, telkens een deel van de bedrijfsadministratie(s) van [verdachte] en/of [B] B.V. – zijnde dat deel van die bedrijfsadministratie(s) voornoemd telkens een samenstel van geschriften die bestemd waren om tot bewijs van enig feit te dienen – telkens valselijk heeft opgemaakt,
immers hebben zij, verdachte, en één of meer van haar mededader(s) toen aldaar telkens valselijk en in strijd met de waarheid – zakelijk weergegeven – in dat deel van die (bedrijfs)administratie(s) voornoemd opgenomen en verwerkt,
een aantal overzichten "Loon op basis van kilo's voor correctie” en een aantal overzichten "Loon op basis van kilo's na correctie" en een aantal IPS Totaal overzichten, op welke overzichten voornoemd telkens minder uren waren vermeld dan door de hierop genoemde Poolse werkneemsters/pluksters in werkelijkheid in de desbetreffende salarisperioden waren gewerkt, zulks telkens met het oogmerk om die geschriften als echt en onvervalst te gebruiken en/of door (een) ander(en) te doen gebruiken.”
3.3
Deze bewezenverklaring steunt op een bewijsmotivering met gebruikmaking van de Promis-werkwijze. De bewijsoverwegingen luiden (met vernummering van de voetnoten), voor zover voor de beoordeling van het eerste middel van belang, als volgt:
Op 7 augustus 2012 is zowel de fysieke als de digitale administratie van ‘[A]’ inbeslaggenomen. Door de bedrijven [verdachte] (zijnde de verdachte), gevestigd te [vestigingsplaats], en [B] B.V., gevestigd te [vestigingsplaats], werd gebruik gemaakt van een door [D] B.V. (hierna: [D]) ontwikkeld tijdregistratiesysteem. De opsporingsdienst heeft vastgesteld dat dit tijdregistratiesysteem bestond uit 3 hoofdmodules, zijnde de tijd-, project- en weegregistratie. De module tijdregistratie werd gebruikt om de werktijden van de werknemers te registreren. [2]
De opsporingsdienst heeft onderzoek gedaan naar de bedrijfsstructuur van ‘[A]’ en heeft daarover als volgt gerelateerd, zakelijk weergegeven, dat onder meer de rechtspersonen [verdachte] en [B] B.V. tot een groep gelieerde vennootschappen van de [A]-groep behoren. Deze [A]-groep betreft een groot aantal vennootschappen dat zich bezig houdt met het telen van champignons. De rechtspersoon [verdachte] legt zich onder meer toe op het kweken van champignons. Binnen deze rechtspersoon vinden alle oogsthandelingen plaats. De activiteiten van rechtspersoon [B] B.V. zien onder meer op ondersteunende activiteiten ten behoeve van de tot de [A] groep behorende bedrijven. Deze activiteiten behelzen onder andere de administratieve verwerking van de financiële administratie, personeel- en organisatie-activiteiten, de ICT-activiteiten en ondersteuning bij overige staffuncties. De opsporingsdienst heeft voorts gerelateerd dat de enig bestuurder van de verdachte rechtspersoon [verdachte] de rechtspersoon [B] B.V. is. De enig bestuurder van de rechtspersoon [B] B.V. is de rechtspersoon [E] B.V. De enig bestuurder van de rechtspersoon [E] B.V. is de rechtspersoon [F] B.V. En de enig bestuurder van de rechtspersoon [F] B.V. is de natuurlijk persoon [medeverdachte]. [3]
De medeverdachte [betrokkene 1] heeft verklaard, zakelijk weergegeven, dat hij binnen ‘[A]’ de functie van groepscontroller had. [4] [betrokkene 1] heeft voorts verklaard, zakelijk weergegeven, dat de directie van [verdachte] tot februari 2010 uit twee personen bestond, te weten [betrokkene 2] als financieel directeur en [medeverdachte] als algemeen directeur. Daarna was [medeverdachte] de enige directeur. Volgens [betrokkene 1] wist iedereen dat er correcties in het tijdregistratiesysteem plaatsvonden. [5]
De medeverdachte [betrokkene 3] heeft verklaard, zakelijk weergegeven, dat hij werkzaam is voor [D] en dat hij vanuit die hoedanigheid werkzaamheden heeft verricht voor ‘[A]’, maar hij weet niet precies voor welke B.V. van ‘[A]’. [medeverdachte] zwaait er volgens [betrokkene 3] de scepter, maar zijn contactpersoon bij ‘[A]’ was [betrokkene 1] ( het hof begrijpt: [betrokkene 1]). De belangrijkste werkzaamheden van de medeverdachte [betrokkene 3] waren de ontwikkeling van het tijd- en kiloregistratiesysteem van [D]. Hij heeft het tijd- en kiloregistratiesysteem geïmplementeerd en de software op maat gemaakt en onderhouden. [6]
II. Het kloksysteem (‘profiel 13’)
De opsporingsdienst heeft gerelateerd, zakelijk weergegeven, dat er per productielocatie van ‘[A]’ een tijdregistratie aanwezig was. Per tijdregistratie was het mogelijk om de modules verschillend in te stellen, maar de werkwijze was bij alle vier de productielocaties van [A] gelijk. [7] De opsporingsdienst heeft voorts gerelateerd, zakelijk weergegeven, dat het tijdregistratiesysteem opnieuw is ingericht voor het klokken van de Poolse pluksters. Er zijn voor de Poolse pluksters een aantal maatwerkmodules ontwikkeld en ingevoerd, te weten de klokophaalpercentagemodule, de vaste pauzemodule en de pluktijdcorrectiemodule. [8]
De medeverdachte [betrokkene 1] heeft bij de opsporingsdienst verklaard, zakelijk weergegeven, dat hij in voorjaar 2010 is begonnen met het klokken. [9] De Poolse pluksters klokten vanaf dat moment op de in- en uitgangsklok, terwijl de Nederlandse pluksters projectklokkingen boekten. [10] Vóór invoering van de klok bestond er geen kloksysteem voor de Poolse pluksters, maar een kiloregistratie. De Poolse pluksters kregen dus per kilo uitbetaald. Volgens [betrokkene 1] werd er maar één vast profiel gebruikt voor de Poolse pluksters. [11] [betrokkene 1] heeft verklaard dat hij in 2008 bij ‘[A]’ is begonnen en toen eerst het financiële vlak heeft opgepakt. Vervolgens heeft hij de loonadministratie aangepakt. In het voorjaar 2010 is hij begonnen met het klokken, omdat hij geen uren als onderbouwing had voor de verloonde uren. Om deze reden wilde de medeverdachte [betrokkene 1] een urenregistratie. Zonder de toestemming van [medeverdachte] was er volgens deze medeverdachte geen urenregistratie geweest. [betrokkene 1] heeft het initiatief genomen om een urenregistratie in te voeren. Dit initiatief is niet gestimuleerd, maar ook niet tegengehouden. [12]
De medeverdachte [betrokkene 3] heeft verklaard, zakelijk weergegeven, dat de Poolse werknemers onder profiel 13 vallen. Voor de loonberekening van de Poolse werknemers zijn alleen de geplukte kilo’s van belang. [13] De daadwerkelijk gewerkte tijden van de Poolse pluksters worden overschreven als de modules worden gedraaid. De daadwerkelijk geklokte uren zijn dan niet meer terug te zien in het systeem. [14] [betrokkene 3] heeft het overschrijven van de originele data met [betrokkene 1] besproken, maar deze vond dit geen probleem. [15]
III. De maatwerkmodules
III-A. De vaste pauze module
De medeverdachte [betrokkene 3] heeft verklaard, zakelijk weergegeven, dat er een module voor de vaste pauzes was. Er was een ingangsklok en een uitgangsklok, maar er werden geen pauzes geklokt. Op verzoek van ‘[A]’ heeft [betrokkene 3] een module ingebouwd die in de totale kloktijd de vaste pauzes verdeelt. [16]
De medeverdachte [betrokkene 1] heeft verklaard, zakelijk weergegeven, dat de pauzes vastzitten in het tijdregistratiesysteem. Deze worden automatisch van de geklokte tijd afgehaald, waarna de netto werktijd uit het systeem rolt. [17]
Uit onderzoek van de opsporingsdienst aan het tijdregistratiesysteem volgt, zakelijk weergegeven, dat er een scherm instellingen bestaat, geheten ‘Werktijden en pauzetijden tabel t.b.v. berekenen klokrecords’. De opsporingsdienst heeft de daarin aangetroffen werk- en pauzetijden van de vier productielocaties verwerkt in overzichten. Uit deze overzichten volgt dat in het tijdregistratiesysteem het volgende werkschema is ingesteld voor een werknemer die om 06:00 uur begint te werken, zakelijk weergegeven, namelijk:
De opsporingsdienst heeft gerelateerd, zakelijk weergegeven, dat zij tijdens de doorzoeking op 7 augustus 2012 op de productielocatie aan de [d-straat] een overzicht heeft aangetroffen met als titel “Afspraken Pauze tijden”. In dit overzicht staan de volgende tijden:
Minder dan 4 uur werken is 15 minuten pauze.
Tussen 4 en 6 uur werken is 30 minuten pauze.
Tussen 6 en 7 uur werken is 45 minuten pauze.
Tussen 7 en 9 uur werken is 60 minuten pauze.
Tussen 9 en 12 uur werken is 75 minuten pauze. [19]
De opsporingsdienst heeft in de inbeslaggenomen digitale bedrijfsadministratie tevens een document aangetroffen, geheten ‘Bedrijfsregels Oogstmedewerkers’, opgeslagen onder de naam ‘[a-straat] bedrijfsregels.doc’. [20] Hierin staat opgemerkt, zakelijk weergegeven:
Gelet op het verschil tussen de pauzetijden in het tijdregistratiesysteem en de op de pluklocaties aangetroffen documentatie over de pauzetijden, heeft de opsporingsdienst het gemiddelde percentage van de teveel berekende pauzetijden berekend. Daarover heeft de opsporingsdienst gerelateerd, zakelijk weergegeven, dat het percentage van teveel berekende pauzetijd ten opzichte van de werktijd 6% bedraagt. [22]
III-B. De klokophaalpercentagemodule
De medeverdachte [betrokkene 3] heeft verklaard, zakelijk weergegeven, dat er een tweede module was waarbij er een percentage van de klokuren werd ingekort. De opgehaalde tijd werd met een bepaald percentage gekort, zodat bijvoorbeeld 10 gewerkte uren met een percentage van 10% gekort werden tot 9 uur. [23] ‘[A]’ kon de klokophaalfactor zelf instellen en zelf het percentage bepalen. De ophaalfactor is instelbaar gemaakt zodat [A] maximale controle kon hebben. [24]
De medeverdachte [betrokkene 1] heeft bij de opsporingsdienst verklaard, zakelijk weergegeven, dat hij in opdracht van de directie de klok van het tijdregistratiesysteem standaard op 90% heeft ingesteld. In 2012 heeft [betrokkene 1] de klok tweemaal, op twee dagen, ingesteld op 85%. [betrokkene 1] heeft verklaard dat hij een sms van de bedrijfsleider krijgt, als er langer wordt gewerkt dan 19.00 uur of 20.00 uur. [betrokkene 1] logt dan in op het werk, hetgeen hij ook vanuit huis kan, om de prikklok aan te passen. De correctie van 10% wordt toegepast op de in- en uitgangsklok van de Poolse pluksters. De andere medewerkers, zijnde alle medewerkers behalve de pluksters, doen projectklokkingen in hetzelfde registratiesysteem, maar deze uren kunnen niet worden gecorrigeerd. Volgens [betrokkene 1] is dit in 2010 ontstaan. Indien ‘[A]’ winst zou maken, dan zou de aanpassing van 10% eerder teruggedraaid worden. [betrokkene 1] heeft verklaard dat ze inmiddels twee jaar verder zijn en dat de klok nog steeds op 90% staat. [25]
De opsporingsdienst heeft voorts gerelateerd, zakelijk weergegeven, dat zij in het tijdregistratiesysteem van ‘[A]’ heeft onderzocht hoe de klokophaalpercentages op 7 augustus 2012 stonden ingesteld. De opsporingsdienst heeft geconstateerd dat het klokophaalpercentage op 7 augustus 2012 op de pluklocaties [a-straat], [b-straat] en [c-straat] stond ingesteld op 90% en op de pluklocatie [d-straat] op 95%. [26]
III-C. De pluktijdcorrectiemodule
De medeverdachte [betrokkene 1] heeft verklaard, zakelijk weergegeven, dat het systeem automatisch de geplukte kilogrammen per soort maal het tarief volgens arbeidsovereenkomst berekent. Uit deze berekening volgt een positieve of negatieve plukprestatie. Als de plukprestatie (geplukte kilogrammen x tarief per kilo) positief is, wordt het meerdere als prestatietoeslag uitbetaald. Als een plukprestatie negatief is, dan worden de gewerkte uren uitbetaald. Ongeveer 20% à 30% van de pluksters ontvangt een prestatietoeslag vanwege hun positieve plukprestatie. Daarnaast bestaat er een negatieve plukprestatie, welke met 30% in mindering wordt gebracht op het salaris. De 30% correctie voor de negatieve plukprestatie rekent [betrokkene 1] zelf uit, waarna deze in dezelfde periode in mindering wordt gebracht. Deze correctie voert [betrokkene 1] zelf door in het tijdregistratiesysteem. [27] [betrokkene 1] heeft voorts verklaard dat er een pluknorm was bepaald door [medeverdachte] en [betrokkene 4]. [28] Deze pluknorm bedroeg 30,7 kilo per uur. Het behalen van het minimumloon is volgens de verdachte haalbaar als de plukprestatie zou toenemen. De pluknorm had bijgesteld moeten worden maar dit is niet gebeurd, omdat het bedrijfsresultaat slecht was. [29]
De medeverdachte [betrokkene 3] heeft verklaard, zakelijk weergegeven, dat er tevens een module is die een deel van het verschil van de daadwerkelijk gewerkte uren en de kilo uren afroomt. [betrokkene 3] heeft hierbij het voorbeeld gegeven dat als iemand ‘daadwerkelijk’ 150 uur heeft gewerkt (waarvan al 10% afgeroomd is) terwijl er op basis van de geplukte kilo’s 100 uur gewerkt zou moeten zijn een correctie wordt toegepast voor de 50 uren die ‘te lang’ zijn gewerkt. In het voorbeeld bedraagt het verschil 50 uren. Als de correctiefactor op 40% staat, gaan hier dus voor de uitbetaling 20 uur vanaf. De uren die deze persoon krijgt uitbetaald zijn dan 100 + 30 = 130 uren, zijnde een verschil met 20 uur van de ‘daadwerkelijk’ gewerkte uren. [30]
Uit onderzoek van de opsporingsdienst is gebleken, zakelijk weergegeven, dat de pluktijdcorrectiemodule van de verschillende productielocatie op 7 augustus 2012 als volgt was ingesteld:
De opsporingsdienst heeft onderzocht hoeveel Poolse champignonpluksters een positieve of negatieve plukprestatie hebben gehaald. Uit dit onderzoek over de salarisperiodes, gelegen tussen de periodes 4-2011 tot en met 7-2012, volgt, zakelijk weergegeven, het navolgende overzicht:
Productielocatie Totaal aantal pluksters Negatieve plukprestatie Positieve plukprestatie
Medeverdachte [betrokkene 1] heeft zowel bij de raadsheer-commissaris als ter terechtzitting in hoger beroep op 22 april 2021 verklaard dat de drie maatwerkmodules, te weten de vaste pauze module, de klokophaalpercentagemodule en de pluktijdcorrectiemodule, op 1 januari 2011 zijn geïmplementeerd en in gebruik zijn genomen. [36]
IV. Valsheid van de salarisspecificaties genoemd in de tenlastelegging
De medeverdachte [betrokkene 1] heeft verklaard, zakelijk weergegeven, dat de werkelijke gewerkte uren niet op de loonstroken staan. De loonstroken zijn dus niet correct, want ze geven niet de werkelijkheid weer. [37]
De getuige [betrokkene 5] heeft verklaard, zakelijk weergegeven, dat de uren die de Poolse pluksters daadwerkelijk hebben gemaakt niet klopten met de uren die op de salarisstroken staan. [38]
IV-A. Salarisstroken over 2010, 2011 en 2012
In het procesdossier bevinden zich de navolgende salarisspecificaties, waaruit volgt, zakelijk weergegeven, dat er door [verdachte] is uitgekeerd:
een bedrag van € 83,70 over 113 gewerkte uren en 12,58 overuren, voor de salarisperiode 12 2010 (zijnde 8 november 2010 tot en met 5 december 2010) aan oogstmedewerker [betrokkene 6], [39]
een bedrag van € 120,09 over 123,60 gewerkte uren en 5,48 overuren, voor de salarisperiode 12 2010 (zijnde 8 november 2010 tot en met 5 december 2010) aan oogstmedewerker [betrokkene 7], [40]
een bedrag van € 1.113,41 over 160,00 gewerkte uren en 29,17 overuren, voor de salarisperiode 4 2011 (zijnde 28 maart 2011 tot en met 24 april 2011) aan oogstmedewerker [betrokkene 8], [41]
een bedrag van € 223,36 over 160 gewerkte uren en 29,52 overuren, voor de salarisperiode 5 2011 (zijnde 25 april 2011 tot en met 22 mei 2011) aan oogstmedewerkster [betrokkene 8], [42]
een bedrag van € 1.220,65 over 160 gewerkte uren, voor de salarisperiode 6 2011 (zijnde 23 mei 2011 tot en met 19 juni 2011) aan oogstmedewerkster [betrokkene 8], [43]
een bedrag van € 1.363,32 over 160 gewerkte uren en 47,75 overuren, voor de salarisperiode 7 2011 (zijnde 20 juni 2011 tot en met 17 juli 2011) aan oogstmedewerkster [betrokkene 8], [44]
een bedrag van € 1.058,47 over 149,50 gewerkte uren en 11,25 overuren, voor de salarisperiode 8 2011 (zijnde 18 juli 2011 tot en met 14 augustus 2011) aan oogstmedewerkster [betrokkene 8], [45]
een bedrag van € 1.292,19 over 159,25 gewerkte uren en 24,92 overuren, voor de salarisperiode 9 2011 (zijnde 15 augustus 2011 tot en met 11 september 2011) aan oogstmedewerkster [betrokkene 8], [46]
een bedrag van € 1.341,79 over 160 uren en 28,75 overuren, voor de salarisperiode 10 2011 (zijnde 12 september 2011 tot en met 9 oktober 2011) aan oogstmedewerkster [betrokkene 8], [47]
een bedrag van € 1.031,48 over 151,48 gewerkte uren en 19,92 overuren, voor de salarisperiode 5 2012 (zijnde 23 april 2012 tot en met 20 mei 2012) aan oogstmedewerker [betrokkene 9] (D-034-67, pagina 4336), [48]
een bedrag van € 756,85 over 137,83 gewerkte uren en 6,58 overuren, voor de salarisperiode 1 2012 (zijnde 2 januari 2012 tot en met 29 januari 2012) aan oogstmedewerker [betrokkene 10], [49]
een bedrag van € 840,51 over 142,25 gewerkte uren en 4,83 snipperuren, voor de salarisperiode 2 2012 (zijnde 30 januari 2012 tot en met 26 februari 2012) aan oogstmedewerker [betrokkene 10], [50]
een bedrag van € 478,44 over 86,67 gewerkte uren en 5,92 overuren, voor de salarisperiode 3 2012 (zijnde 27 februari 2012 tot en met 25 maart 2012) aan oogstmedewerker [betrokkene 10], [51]
een bedrag van € 1.013,38 over 160 gewerkte uren en 23 overuren, voor de salarisperiode 4 2012 (zijnde 26 maart 2012 tot en met 22 april 2012) aan oogstmedewerker [betrokkene 10], [52]
een bedrag van € 612,00 over 96 gewerkte uren en 7,92 overuren, voor de salarisperiode 5 2012 (zijnde 23 april 2012 tot en met 20 mei 2012) aan oogstmedewerker [betrokkene 10], [53]
een bedrag van € 260,06 over 36,75 gewerkte uren en 3,50 overuren, voor de salarisperiode 6 2012 (zijnde 21 mei 2012 tot en met 17 juni 2012) aan oogstmedewerker [betrokkene 10], [54]
een bedrag van € 775,04 over 140,42 gewerkte uren en 9,25 overuren, voor de salarisperiode 7 2012 (zijnde 18 juni 2012 tot en met 15 juli 2012) aan oogstmedewerker [betrokkene 10]. [55]
De getuige [betrokkene 6] heeft verklaard, zakelijk weergegeven, dat zij de Poolse nationaliteit heeft en dat zij van 4 november 2010 tot en met 8 december 2010 voor ‘[A]’ heeft gewerkt als champignonplukster. [56] Ook de getuige [betrokkene 7] heeft verklaard, zakelijk weergegeven, dat zij de Poolse nationaliteit heeft. Zij heeft vanaf 3 november 2010 als champignonplukster voor ‘[A]’ gewerkt. [57] De getuige [betrokkene 8] heeft verklaard, zakelijk weergegeven, dat zij de Poolse nationaliteit heeft. [58]
IV-B. Salarisstroken over 2009
De medeverdachte [betrokkene 1] heeft verklaard dat de Poolse pluksters vóór invoering van het kloksysteem per kilo en dus veel slechter kregen uitbetaald. De kilo’s uit de kiloregistratie zijn de daadwerkelijk geplukte kilo’s. [59]
De opsporingsdienst heeft over de urenregistratie van de Poolse pluksters vóór de invoering van het kloksysteem in het voorjaar van 2010 gerelateerd, zakelijk weergegeven, dat er voor de Poolse champignonpluksters geen urenregistratie via klokking heeft plaatsgevonden, voordat de arbeidsuren van de Poolse champignonpluksters via een urenregistratie werden bijgehouden. In de periode vóór invoering van het klokken werkten de Poolse pluksters op basis van kiloloon bij [A]. [60]
In het procesdossier bevinden zich de navolgende salarisspecificaties, waaruit volgt, zakelijk weergegeven, dat er door [verdachte] is uitgekeerd:
een bedrag van € 1.140,78 over 153,71 gewerkte uren en 23,07 overuren, voor de salarisperiode 3 2009 (zijnde 23 februari 2009 tot en met 22 maart 2009) aan oogstmedewerker [betrokkene 11], [61]
een bedrag van € 710,05 over 132,53 gewerkte uren en 16,47 overuren, voor de salarisperiode 4 2009 (zijnde 23 maart 2009 tot en met 19 april 2009) aan oogstmedewerker [betrokkene 12], [62]
een bedrag van € 1.228,46 over 156,00 gewerkte uren en 65,67 overuren, voor de salarisperiode 10 2009 (zijnde 7 september 2009 tot en met 4 oktober 2009) aan oogstmedewerker [betrokkene 8]. [63]
De getuige [betrokkene 11] heeft bij de opsporingsdienst verklaard, zakelijk weergegeven, dat zij de Poole nationaliteit heeft en dat zij vanaf 7 februari 2008 bij ‘[A]’ werkzaam was. [64] De getuige [betrokkene 12] heeft zich op 27 september 2012 bij de opsporingsdienst gelegitimeerd met een geldige Poolse identiteitskaart. Zij heeft verklaard, zakelijk weergegeven, dat zij vanaf maart 2008 tot en met februari 2010 voor ‘[A]’ heeft gewerkt als champignonplukster. [65] De getuige [betrokkene 8] heeft bij de opsporingsdienst verklaard, zakelijk weergegeven, dat zij de Poolse nationaliteit heeft. [66]
Ter zake van de salarisspecificatie over salarisperiode 3 2009 op naam van [betrokkene 11] heeft de opsporingsdienst als volgt gerelateerd:
Op het overzicht ‘Kilo per verpakking’, door ons gecodeerd D-034-68 (pagina 4337 en pagina 4338) zie ik, verbalisant, de cellen, de verpakkingen, de sorteringen, de kwaliteit, het aantal en de kilo's dat per sortering in de cellen is geplukt in de periode 23-02-2009 tot en met 22-03-2009. Onderaan zie ik, verbalisant, in de tabel ‘Totaal’ het totale aantal kilo’s die [betrokkene 11] per sortering heeft geplukt. Ik, verbalisant, zie dat [betrokkene 11] volgens de kiloregistratie van [verdachte] in salarisperiode 3 2009 in totaal 4.767,2 kilo champignons heeft geplukt. Het totale aantal kilo’s per sortering in de tabel ‘totaal' heb ik vermenigvuldigd met het door [verdachte] gehanteerde kilotarief. De vermenigvuldiging van het aantal kilo’s met het desbetreffende tarief levert een kiloloon op van € 1.257,72.
Uit nader onderzoek in het tijdregistratiesysteem is gebleken dat [betrokkene 11] in onderhavige salarisperiode naast het plukken van champignons ook andere werkzaamheden heeft verricht. Via het pad: Projectregistratie => Overzicht instellingen zijn de volgende instellingen gekozen:
Uren van projecten
Unit
Periode jaar 2009
Periode 3
Selectie werknemer
Dit heeft het overzicht ‘Uren van Projecten’ uit het tijdregistratiesysteem opgeleverd. Een afdruk van de scherminstelling is door ons gecodeerd D-034-69 (p. 4339).
Op het overzicht ‘uren van projecten’ door ons gecodeerd D-034-69 (p. 4339) zie ik, verbalisant, dat het overzicht betrekking heeft op:
[betrokkene 11]
periode 23-2-2009 / 22-3-2009 (per 3)
Het totaal aantal gewerkte uren is als volgt opgebouwd:
‘Plukken’ 156,86 uren
‘Ziekzoeken’ 19,92 uren
Onder ‘totalen overzicht’ zie ik, verbalisant, in de kolom ‘Uren’ dat [betrokkene 11] in de periode 23-2-2009 / 22-3-2009 (per 3) in totaal 176,78 uren heeft gewerkt.
[betrokkene 11] heeft ook de door haar gewerkte uren zelf bijgehouden. Kopieën van de aantekeningen, die betrekking hebben op salarisperiode 3 2009 zijn door ons gecodeerd D-004-07-20 tot en met D-004-07-24.
Vorenbedoelde aantekeningen zijn door mij, verbalisant, uitgewerkt in de applicatie ‘Excel’ rekening houdend met de door [betrokkene 11] opgegeven pauzes. De Excel uitwerking is door ons gecodeerd D-004-09A.
Op de Excel uitwerking zie ik, verbalisant, dat [betrokkene 11] volgens haar aantekeningen na aftrek van de genoten pauzes 240,29 uur heeft gewerkt. Voorts zie ik in de uitwerking staan dat [betrokkene 11] volgens haar aantekeningen in totaal 5.115 kilo champignons heeft geplukt. In de kiloregistratie van [verdachte] staat dat [betrokkene 11] in totaal 4.767,20 kilo champignons heeft geplukt. Dit is een verschil van 347,8 kilo ten opzichte van de aantekeningen van [betrokkene 11]. Dit is een verschil van 6,8% ten opzichte van de aantekeningen van [betrokkene 11]. Mogelijk kan het verschil worden verklaard door correcties uit de kilocorrectiemodule (zie hoofdstuk 14, AMB-025091, p. 0758), gewichtsverlies als gevolg van vochtverlies en/of een foutmarge in de aantekeningen van [betrokkene 11].
Op de salarisspecificatie ‘Salarisperiode 3' 2009 op naam van [betrokkene 11], door ons gecodeerd D-004-09, zie ik, verbalisant, onder meer staan:
OMSCHRIJVING BETALING
Gewerkt 153,71
Overwerk 100% 23,07
Plukprestatietoeslag 2,82
VASTE GEGEVENS
Basissalaris 8,00
Terugrekening salaris op basis van kiloloon naar kiloloon
Om het kiloloon volgens de administratie van [verdachte] te kunnen vergelijken met het op de salarisspecificatie verantwoorde salaris, heb ik, verbalisant, in het geval van [betrokkene 11] onderscheid gemaakt tussen de plukuren en overig (Ziekzoeken), te weten:
Salarisspecificatie
Gewerkt 153,71 uren
Overwerk 100% 23,07 uren
176,78 uren
Ziekzoeken -/- 19,92 (overzicht ‘uren van projecten’ tijdregistratiesysteem)
Totaal 156,86 (champignons plukken)
Na aftrek van de uren ‘Ziekzoeken' zie ik, verbalisant, dat 156,86 arbeidsuren overblijven, die zijn verantwoord als plukuren van champignons.
156,86 uren x € 8,00 ‘Basissalaris’ = € 1.254,88 (uurloon) - € 1.257,72 (kiloloon) = € 2,84. De plukprestatietoeslag is € 2,82.
Op een afrondingsverschil na kan uit bovenstaande worden opgemaakt dat [betrokkene 11] in salarisperiode 3 2009 op basis van kiloloon is uitbetaald door [verdachte]. Ervan uitgaande dat [betrokkene 11] haar arbeidsuren correct heeft bijgehouden, zou dit inhouden, dat op de salarisspecificatie salarisperiode 3 2009 van [betrokkene 11] in totaal niet is verantwoord:
Ter zake van de salarisspecificatie over salarisperiode 4 2009 op naam van [betrokkene 12] heeft de opsporingsdienst als volgt gerelateerd, zakelijk weergegeven:
Op het overzicht ‘Kilo per verpakking’, door ons gecodeerd D-034-71 (pagina 4342 en pagina 4343) zie ik, verbalisant, de cellen, de verpakkingen, de sorteringen, de kwaliteit, het aantal en de kilo’s dat per sortering in de cellen is geplukt in de periode 23-03-2009 tot en met 19-04-2009.
Onderaan zie ik, verbalisant, in de tabel ‘Totaal’ het totale aantal kilo’s dat [betrokkene 12] per sortering heeft geplukt. Ik, verbalisant, zie dat [betrokkene 12] volgens de kiloregistratie van [verdachte] in salarisperiode 3 2009 in totaal 3.883,4 kilo champignons heeft geplukt. Het totale aantal kilo’s per sortering in de tabel ‘totaal’ heb ik vermenigvuldigd met het door [verdachte] gehanteerde kilotarief. De vermenigvuldiging van het aantal kilo’s met het desbetreffende tarief levert een kiloloon op van € 1.035,18.
Op de salarisspecificatie ‘Salarisperiode 3’ 2009 op naam van [betrokkene 11], door ons gecodeerd D-004-09 [het hof leest hier ‘Salarisperiode 3 2009 van [betrokkene 12], door ons gecodeerd D-019-04] zie ik verbalisant onder meer staan:
OMSCHRIJVING BETALING
Gewerkt 132,53
Overwerk 100% 16,47
Plukprestatietoeslag 21,97
VASTE GEGEVENS
Basissalaris 6,80
Terugrekening salaris op basis van kiloloon naar kiloloon
Eerder in dit proces-verbaal is te lezen dat [A] voor de invoering van het tijdregistratiesysteem het salaris van de Poolse champignonpluksters vermoedelijk op basis van kiloloon werd berekend. Het brutoloon van [betrokkene 12] voor het plukken van champignons is:
Salarisspecificatie
Gewerkt 132,53 uren
Overwerk 100% 16,47 uren
Totaal 149,00 uren
149 uren x € 6,80 ‘Basissalaris’ = € 1.013,20 (uurloon) - € 1.035,18 (kiloloon) = € 21,98. De plukprestatietoeslag is € 21,97.
Op een afrondingsverschil na kan uit bovenstaande worden opgemaakt dat [betrokkene 12] in salarisperiode 4 2009 vermoedelijk op basis van kiloloon is uitbetaald door [verdachte]. De grootte van benadeling voor [betrokkene 12] is niet berekend, omdat het onderzoeksteam Lagos niet heeft beschikt over door [betrokkene 12] bijgehouden uren. [68]
Ter zake van de salarisspecificatie over salarisperiode 10 2009 op naam van [betrokkene 8] heeft de opsporingsdienst als volgt gerelateerd, zakelijk weergegeven:
Op het overzicht ‘Kilo per verpakking’, door ons gecodeerd D-034-70 (pagina 4340 en pagina 4341) zie ik, verbalisant, de cellen, de verpakkingen, de sorteringen, de kwaliteit, het aantal en de kilo’s dat per sortering in de cellen is geplukt in de periode 07-09-2009 tot en met 04-10-2009. Onderaan zie ik, verbalisant, in de tabel ‘Totaal ’ het totale aantal kilo’s die [betrokkene 8] per sortering heeft geplukt. Ik, verbalisant, zie dat [betrokkene 8] volgens de kiloregistratie van [verdachte] in salarisperiode 10 2009 in totaal 6.426,0 kilo champignons heeft geplukt. Het totale aantal kilo’s per sortering in de tabel ‘totaal’ heb ik vermenigvuldigd met het door [verdachte] gehanteerde kilotarief. De vermenigvuldiging van het aantal kilo’s met het desbetreffende tarief levert een kiloloon op van € 1.864,95.
[betrokkene 8] heeft de door haar gewerkte uren zelf bijgehouden. Een kopie van de aantekeningen, die betrekking hebben op salarisperiode 10 2009 is door ons gecodeerd D-005-27A.
Vorenbedoelde aantekeningen zijn door mij, verbalisant, uitgewerkt in de applicatie ‘Excel’ rekening houdend met de door [betrokkene 8] opgegeven pauzes. De Excel uitwerking is door ons gecodeerd D-005-27B. Op de Excel uitwerking zie ik, verbalisant, dat [betrokkene 8] volgens haar aantekeningen netto 264,58 uur heeft gewerkt. Voorts zie ik in de uitwerking staan dat [betrokkene 8] volgens haar aantekeningen in totaal 6.357 kilo champignons heeft geplukt. In de kiloregistratie van [verdachte] staat dat [betrokkene 8] in totaal 6.357 kilo [het hof begrijpt: 6.426 kilo] champignons heeft geplukt. Dit is een verschil van 69 kilo ten opzichte van de aantekeningen van [betrokkene 8]. Dit is een minimaal verschil van 1% ten opzichte van de kiloregistratie van [verdachte], inhoudende dat [betrokkene 8] vrij nauwkeurig is geweest in het bijhouden van haar kilo’s. Vermoedelijk kan hetzelfde worden gezegd over het bijhouden van haar uren.
Op de salarisspecificatie 'Salarisperiode 10’ 2009 op naam van [betrokkene 8], door ons gecodeerd D-004-09 [het hof leest hier en hieronder D-005-12], zie ik, verbalisant, onder meer staan:
OMSCHRIJVING BETALING
Gewerkt 156,00
Overwerk 100% 65,57
Plukprestatietoeslag 76,12
VASTE GEGEVENS
Basissalaris 8,07
Terugrekening salaris op basis van kiloloon naar kiloloon
Om het kiloloon volgens de administratie van [verdachte] te kunnen vergelijken met het op de salarisspecificatie verantwoorde salaris, heb ik, verbalisant, de volgende berekening gemaakt:
Salarisspecificatie
Gewerkt 156,00 uren
Overwerk 100% 65,67 uren
Totaal 221,67 uren
221,67 uren x € 8,07 ‘Basissalaris ’ = € 1.788,88 (uurloon) - € 1.864,95 (kiloloon) = € 76,07. De plukprestatietoeslag is € 76,12.
Het aantal op vorenbedoelde salarisspecificatie (D-005-12) vermelde uren is waarschijnlijk gebaseerd op een toerekening naar het kiloloon. Ervan uitgaande dat [betrokkene 8] haar arbeidsuren correct heeft bijgehouden, zou dit inhouden, dat op de salarisspecificatie salarisperiode 10 2009 van [betrokkene 8] in totaal niet is verantwoord:
V. De Loonoverzichten op basis van kilo’s vóór en na correctie
De opsporingsdienst heeft in de digitale administratie een aantal documenten aangetroffen, genaamd ‘Loon op basis van kilo’s voor correctie’ en ‘Loon op basis van kilo’s na correctie’. De opsporingsdienst heeft over de inhoud van deze overzichten gerelateerd, zakelijk weergegeven, dat er van de verdachte in het onderzoek aan de digitale administratie van [verdachte] verschillende versies van overzichten ‘Loon op basis van kilo’s’ zijn aangetroffen. Hierop zijn de positieve dan wel de negatieve plukprestaties van de Poolse champignonpluksters zichtbaar. In het geval van een negatieve plukprestatie is een bijstelling van de klokuren naar beneden via de pluktijdcorrectiemodule van toepassing op de desbetreffende Poolse champignonplukster’. [70]
Over de onder de medeverdachte [betrokkene 1] aangetroffen overzichten heeft de opsporingsdienst als volgt gerelateerd, zakelijk weergegeven, dat er 110 overzichten van deze medeverdachte zijn gevonden, die respectievelijk betrekking hebben op verschillende vestigingen van [verdachte] over de salarisperioden 1-2011 tot en met 7-2012. Van deze overzichten zijn van de meeste salarisperiodes twee verschillende versies aangetroffen. [71] De opsporingsdienst heeft voorts over deze overzichten ‘Loon op basis van kilo’s’ gerelateerd, zakelijk weergegeven, dat op de overzichten ‘Loon op basis van kilo’s voor correctie’ en ‘Loon op basis van kilo’s na correctie’ zichtbaar is dat de klokuren naar beneden zijn bijgesteld. Het tijdregistratiesysteem geeft namelijk geen feitelijk overzicht van de door de Poolse champignonpluksters gewerkte uren, omdat de oorspronkelijke uren in het tijdregistratiesysteem worden overschreven zodra de correctiemodule(s) worden gedraaid. [72]
De opsporingsdienst heeft voorts ter zake van deze overzichten ‘Loon op basis van kilo’s’ gerelateerd, zakelijk weergegeven, dat deze zowel fysiek als digitaal zijn aangetroffen in de inbeslaggenomen bedrijfsadministratie van ‘[A]’. Overzichten betreffende het jaar 2009 zijn niet aangetroffen. De Poolse pluksters zijn pas vanaf begin 2010 begonnen met klokken. Overzichten betreffende het jaar 2010 zijn maar mondjesmaat aangetroffen. Vanaf januari 2011 zijn bijna alle overzichten digitaal aangetroffen. Dit had er kennelijk mee te maken dat de medeverdachte [betrokkene 1] vanaf deze periode de werkwijze heeft aangepast. Dit impliceert dat de medeverdachte meestal één overzicht uitdraaide met de gegevens vóór de correctie van de plukprestatie en één nadat de plukprestatiecorrectie had plaatsgevonden. [73]
De medeverdachte [betrokkene 1] heeft over de op zijn naam aangetroffen overzichten verklaard, zakelijk weergegeven, dat in deze overzichten de negatieve prestatietoeslag staat verwerkt. [74] Het systeem berekent automatisch de geplukte kilogrammen per soort maal het tarief volgens arbeidsovereenkomst. Hieruit komt een positieve of negatieve plukprestatie. De 30% correctie voor de negatieve plukprestatie rekent [betrokkene 1] zelf uit en deze wordt dan in dezelfde periode in mindering gebracht. Deze correctie voert hij vervolgens door in het tijdregistratiesysteem. [75]
VI. De IPS Totaal-overzichten
De opsporingsdienst heeft gerelateerd, zakelijk weergegeven, dat de loongegevens van [verdachte] via het systeem [G] worden aangeleverd bij de [C] B.V. te Venray (hierna: [C]). Deze gegevens worden door de [C] niet veranderd of aangevuld. De loongegevens worden in opdracht van [B]/[verdachte] direct in het BIS (Business Information System) ingelezen en verwerkt tot salarisspecificaties. In het tijdregistratiesysteem is een koppeling gemaakt met het IPS (Internet Personnel Services) loonsysteem. De afdeling P&O haalt periodiek een verloningsheet uit het tijdregistratiesysteem. Op dit overzicht, genaamd ‘IPS Totaal overzicht’, staan de gewerkte uren, overuren, plukprestatietoeslag en overige salariscomponenten. De toegepaste correcties op de klokuren en rekenformules zijn daarin niet zichtbaar voor P&O. Voor de loonbetalingen wordt door de afdeling P&O met behulp van een loonbatch een importdocument gemaakt voor de [C] (tot 1 januari 2012) zodat de gegevens op het ‘IPS Totaal overzicht’ kunnen worden geüpload ten behoeve van de opmaak van salarisspecificaties en de aangiftes van loonheffingen. In de ‘image’ van het tijdregistratiesysteem zijn ‘IPS Totaal overzichten’ aangetroffen over, onder meer, de periode 1-2011 tot en met 7-2012. [76]
De medeverdachte [betrokkene 1] heeft verklaard dat de salarisadministratie door [verdachte] is uitbesteed aan de [C]. De afdeling P&O levert de gegevens voor de salarisadministratie. [betrokkene 13] stuurt de IPS totaalsheet door aan de [C] (tot 1 januari 2012 [G]). [77] De afdeling P&O haalt de verloningssheet uit het tijdregistratiesysteem. Op dit overzicht staan niet de rekenformules en daarbij behorende correcties vermeld. Op de verloningssheet staan de gewerkte uren, overuren, prestatietoeslag, dagen voor huisvesting, dagen voor de maaltijden, de snipperuren en eventuele andere vergoedingen. Dit overzicht wordt vervolgens door de afdeling P&O verzonden naar [C] ([G]) en zij maken dan de loonstroken. [78]
De medeverdachte [betrokkene 3] heeft bij de opsporingsdienst verklaard, zakelijk weergegeven, dat de gegevens voor de verloning uit het tijdregistratiesysteem kwamen. [79] De IPS module wordt gevuld met een urentabel uit de database. De database bevat onder andere twee tabellen, een voor de geplukte kilo’s per persoon per dag en een tabel voor de uren per persoon per dag. De urentabel is afhankelijk van de modules die zijn gedraaid. Indien een bepaalde module is gedraaid dan worden de uren in deze tabel overschreven en de originele uren zijn dan overschreven en niet meer terug te vinden. [80]
Bewijsoverwegingen
[…]
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft ter zake van de feiten 2 en 3 aangevoerd dat het opzet van verdachte niet kan wordens bewezen. De gedragingen van de medeverdachte [betrokkene 1] pasten niet binnen de normale werkzaamheden van de rechtspersoon [verdachte] Er was sprake van zelfstandig handelen van medeverdachte [betrokkene 1]. De rechtspersoon was hiervan niet op de hoogte. Om deze reden was er geen opzet op het plegen van valsheid in geschrift. Ook het voorwaardelijk opzet van verdachte kan niet worden bewezen. De raadsman heeft daartoe aangevoerd dat uit het procesdossier volgt dat allerlei professionele derden nooit de afroommodules hebben ontdekt, waaruit blijkt dat de kans op ontdekking van de modules niet aanmerkelijk was. Om deze reden dient verdachte tevens van de feiten 2 en 3 te worden vrijgesproken.
Het oordeel van het hof
Valsheid salarisspecificaties (feit 2)
Op alle in de tenlastelegging genoemde loonstroken staat ‘oogstmedewerker’ als functieomschrijving. Gelet op de verklaringen van [betrokkene 6], [betrokkene 7] en [betrokkene 12] verstaat het hof, met de rechtbank, hieronder de functie ‘champignonplukster’. De salarisspecificaties (7) 4 tot en met 10 2011 van [betrokkene 8] (D-043-01 t/m D-043-07, pagina 4753 t/m 4759), de salarisspecificatie 5 2012 op naam van [betrokkene 9] (D-034-67, pagina 4336) en de salarisspecificaties (7) 1 tot en met 7 2012 op naam van [betrokkene 10] (D-043-36 t/m D-043-42, pagina 4788 t/m 4794) zijn derhalve allen opgemaakt ten behoeve van Poolse champignonpluksters (profiel 13), en wel ná het invoeren van het klokken en de afroommodules in het tijdregistratiesysteem. Het hof stelt op basis de verklaringen van medeverdachte [betrokkene 1] afgelegd bij de raadsheer-commissaris en ter terechtzitting in hoger beroep vast dat de maatwerkmodules zijn geïmplementeerd en in gebruik zijn genomen op 1 januari 2011.
Om deze reden is het hof van oordeel dat voornoemde salarisspecificaties dus vals zijn, ongeacht of de klokophaalpercentagemodule in 2011 al dan niet enige tijd op 100% heeft gestaan. Gedurende deze periode werden de uren van de Poolse champignonpluksters immers nog altijd afgeroomd door de vaste pauzemodule en de pluktijdcorrectiemodule.
Het hof stelt op basis van de gebezigde bewijsmiddelen vast dat de Poolse champignonpluksters, vóór de invoering van de urenregistratie door klokkingen, op basis van kiloloon hebben gewerkt. Dit loon werd vastgesteld aan de hand van de door de pluksters ingevulde pluklijsten. Uit de bewijsmiddelen, met name uit de berekeningen van de opsporingsdienst, volgt dat ook de salarisspecificatie 3 2009 van [betrokkene 11] (D-004- 09), de salarisspecificatie 4 2009 van [betrokkene 12] (D-019-04) en de salarisspecificatie 10 2009 van [betrokkene 8] (D-005-12), de salarisspecificatie 12 2010 van [betrokkene 6] (D-008-08, p. 3393) en de salarisspecificatie 12 2010 van [betrokkene 7] (D-013-01, p. 3415), vals zijn.
Valsheid delen van bedrijfsadministratie (feit 3)
Uit de bewijsmiddelen volgt dat de in de bedrijfsadministratie aangetroffen overzichten ‘Loon op basis van kilo’s vóór correctie’ vals zijn, nu is gebleken dat in deze overzichten de door de vaste pauzemodule en klokhaalpercentagemodule gemanipuleerde arbeidstijden van de Poolse champignonpluksters worden opgenomen. In de aangetroffen overzichten ‘Loon op basis van kilo’s na correctie’ zijn de arbeidstijden van de pluksters met een negatieve plukprestatie ook nog eens gemanipuleerd door de pluktijdcorrectiemodule. De gegevens omtrent de pluktijdcorrectiefactor uit deze overzichten ‘Loon op basis van kilo’s na correctie’ werden vervolgens door medeverdachte [betrokkene 1] ingevoerd in het tijdregistratiesysteem. Het hof, met de rechtbank, stelt daarmee vast dat de overzichten ‘Loon op basis van kilo’s vóór correctie’ en de overzichten ‘Loon op basis van kilo’s na correctie’ een wezenlijk onderdeel vormden van de bedrijfsadministratie en dienden ter onderbouwing van de berekening van de pluktijdcorrectiefactor. Het hof is, gelet op de werkwijze van medeverdachte [betrokkene 1], van oordeel dat alle 110 overzichten, aangetroffen op de directory van de medeverdachte [betrokkene 1], vals zijn.
Uit de bewijsmiddelen volgt bovendien dat de in de bedrijfsadministratie aangetroffen ‘IPS Totaal overzichten’ vals zijn, nu is gebleken dat in het ‘IPS Totaal overzicht’ de door de correctiemodules gemanipuleerde arbeidstijden van de Poolse champignonpluksters worden opgenomen. De inhoud van deze ‘IPS Totaal overzichten’ wordt vervolgens aan de [C] verstrekt, teneinde op grond daarvan de salarisspecificaties van de Poolse champignonpluksters te doen opmaken. Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat er ten aanzien van deze documenten valsheid in geschrift is gepleegd. Het hof overweegt in dit verband nog dat in de tenlastelegging wordt verwezen naar overzichten, zoals opgenomen in de bijlagen D-045-01, D-045-02 en D-045-03 bij het document AMB-039-01. Er bevinden zich in het procesdossier evenwel geen processtukken met deze doornummering. Het hof, met de rechtbank, is echter van oordeel dat, nu de hiervoor omschreven werkwijze gangbaar was ten aanzien van de Poolse champignonpluksters, alle ‘IPS Totaal overzichten’ ten aanzien van de Poolse champignonpluksters vals zijn.
Medeplegen valsheid in geschrift (feiten 2 en 3)
Het hof, met de rechtbank, is van oordeel dat uit de bewijsmiddelen volgt dat medeverdachte [betrokkene 1] vanaf het voorjaar 2010 het initiatief heeft genomen tot het herinrichten van het tijdregistratiesysteem en daarin verschillende afroommodules heeft laten implementeren. De medeverdachte [betrokkene 1] heeft verklaard dat hij persoonlijk de klokophaalpercentagemodule heeft ingesteld op 90%, en soms op 85%. Voorts heeft hij verklaard dat hij de correctiefactor van 30% op de negatieve plukprestatie zelf heeft berekend en deze heeft ingevoerd in het tijdregistratiesysteem. Het hof is voorts van oordeel dat uit de verklaringen van de medeverdachte [betrokkene 1] ter zake van de salarisspecificaties, de ‘IPS Totaaloverzichten’ en de overzichten ‘Loon op basis van kilo’s voor correctie’ en ‘Loon op basis van kilo’s na correctie’ volgt dat hij wetenschap had van de valsheid van deze documenten. Ook heeft hij verklaard dat hij de overzichten ‘Loon op basis van kilo’s voor correctie’ en ‘Loon op basis van kilo’s na correctie’ heeft opgesteld om de pluktijdcorrectiefactor te berekenen en deze vervolgens in te voeren in het tijdregistratiesysteem.
Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de opzet van de medeverdachte [betrokkene 1] bij deze gedragingen gericht was op het plegen van de valsheid in geschrift zoals tenlastegelegd onder feit 2 en 3. Het hof dient vervolgens de vraag te beantwoorden of de medeverdachte [betrokkene 1] de feiten 2 en 3 tezamen en in vereniging met een of meer natuurlijke personen en/of rechtspersoon heeft gepleegd.
Het hof, met de rechtbank, stelt vast dat de Poolse champignonpluksters werkzaam waren op één van de vier teeltlocaties van de verdachte [verdachte] De afdeling P&O, die valt onder de rechtspersoon [B] B.V. [ het hof: voormalig medeverdachte], heeft vervolgens de ‘IPS-overzichten’ aan de [C] overgedragen ten behoeve van de salariëring van de Poolse champignonpluksters. Uit de in de tenlastelegging genoemde salarisspecificaties volgt dat de Poolse champignonpluksters vervolgens werden uitbetaald door de verdachte [verdachte], zijnde hun werkgever. De uren van de Poolse champignonpluksters werden door klokkingen op de teeltlocaties geregistreerd in het tijdregistratiesysteem van de verdachte [verdachte] en [B] B.V., waarna er in dit tijdregistratiesysteem mutaties plaatsvonden door middel van de toepassing van diverse modules.
Een rechtspersoon in de zin van artikel 51 vanPro het Wetboek Strafrecht kan worden aangemerkt als dader van een strafbaar feit indien de desbetreffende gedraging redelijkerwijs aan hem kan worden toegerekend. Uit de gebezigde bewijsmiddelen blijkt dat het manipuleren van het tijdregistratiesysteem, en de dientengevolge optredende valsheid in geschrift van salarisspecificaties en delen van de bedrijfsadministratie (te weten de IPS Totaal Overzichten, de overzichten ‘Loon op basis van kilo’s voor correctie’ en ‘Loon op basis' van kilo’s na correctie’), is verworden tot een gedraging die past binnen de normale bedrijfsvoering van de rechtspersoon. De medeverdachte [betrokkene 1] heeft immers verklaard, zakelijk weergegeven, dat iedereen wist dat er correcties in het tijdregistratiesysteem plaatsvonden. De valsheid in geschrift voornoemd is bovendien dienstbaar geweest aan het door de rechtspersoon uitgeoefende bedrijf. Door de valsheid in geschrift kon de rechtspersoon immers haar arbeidskosten verlagen en daarmee haar verliezen beperken, dan wel een faillissement afwenden. De medeverdachte [betrokkene 1] heeft, als werknemer in dienst bij de rechtspersoon, het initiatief genomen tot het herinrichten van het tijdregistratiesysteem en heeft, in opdracht van de rechtspersoon, de klokophaalpercentagemodule ingesteld op 90%. Bovendien was die module voor de rechtspersoon ontworpen. Aldus is het hof van oordeel dat de tenlastegelegde valsheid in geschrift onder feit 2 en 3 aan verdachte redelijkerwijs kan worden toegerekend.
Het hof [stelt] vast dat de medeverdachte [medeverdachte] sinds 2006 deelnam aan de directie van de verdachte [verdachte] en vanaf 2010 de enige vennoot, en daarmee de enig statutair algemeen directeur, van de verdachte [verdachte] en [B] B.V. was. Uit de hiervoor genoemde bewijsmiddelen volgt dat medeverdachte [medeverdachte] wist dat de klokophaalpercentagemodule standaard op 90% stond ingesteld. Uit de notitie van medeverdachte [betrokkene 3] omtrent de aanpassing van de tijdregistratie, alsook uit de aangetroffen e-mailwisseling en de in de ‘inbox’ van het e-mailaccount van de verdachte aangetroffen overzichten ‘Loon op basis van kilo’s wk 48’ en ‘Loon op basis van kilo’s wk 48 na corr’ volgt bovendien dat de medeverdachte [medeverdachte], als leidinggevende van [verdachte], wetenschap had van het bestaan van deze overzichten. Het hof concludeert op basis van het voorgaande dat medeverdachte [medeverdachte], en daarmee tevens de rechtspersoon, wist wat de gevolgen van deze frauduleuze handelingen voor de salarisspecificaties en delen van de bedrijfsadministratie zouden zijn. Het hof acht derhalve wettig en overtuigend bewezen dat het opzet van de verdachte [verdachte] gericht was op het plegen van de valsheid in geschrift onder de feiten 2 en 3.
De medeverdachte [betrokkene 1] heeft aldus de module in opdracht van de verdachte [verdachte] op 90% ingesteld; soms heeft hij deze module op 85% ingesteld en hij heeft de correctiefactor van 30% op de negatieve plukprestatie zelf berekend en ingevoerd in het tijdregistratiesysteem. Ook heeft hij de overzichten ‘Loon op basis van kilo’s voor correctie’ en ‘Loon op basis van kilo’s na correctie’ opgesteld om de pluktijdcorrectiefactor te berekenen en deze vervolgens in te voeren in het tijdregistratiesysteem. De medeverdachte [betrokkene 1] heeft met deze gedragingen nauw en bewust samengewerkt met verdachte. Daarmee is het hof van oordeel dat verdachte een wezenlijke intellectuele en materiële bijdrage heeft geleverd aan het plegen van de valsheid in geschrift, zoals ten laste gelegd onder de feiten 2 en 3 en dat er aldus sprake is van medeplegen.
Conclusie
Gelet op het voorgaande is het hof van oordeel dat verdachte tezamen en in vereniging met de medeverdachte [betrokkene 1] valsheid in geschrift heeft gepleegd ter zake van de salarisspecificaties van de Poolse pluksters en delen van de bedrijfsadministratie.”
3.4
Het hof heeft voorts het volgende overwogen:
“ Toepasselijke wettelijke voorschriften
De beslissing is gegrond op de artikelen 23, 24, 47, 51, 57 en 225 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze ten tijde van het bewezenverklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van het wijzen van dit arrest rechtens gelden.”
3.5
Ik begin met de klacht dat het hof in zijn arrest [B] B.V. heeft aangeduid als voormaligmedeverdachte, welke vaststelling in strijd zou zijn met het onder feit 3 bewezenverklaarde.
3.6
Blijkens zijn bewijsoverwegingen heeft het hof inderdaad [B] B.V. aangeduid als voormalig medeverdachte. Het schriftelijk requisitoir van de officier van justitie dat aan het proces-verbaal van de terechtzitting in eerste aanleg van 22 september 2016 is gehecht, houdt hierover in:
“Van de gehele [A] Groep, een groep van aan elkaar gelieerde bedrijven die actief zijn in de champignonbranche, wordt uiteindelijk slechts één BV vervolgd. De keuze voor [verdachte] BV is gemaakt, omdat onderzoek heeft uitgewezen, dat daar de productieactiviteiten werden verloond en waren ondergebracht. Ondanks dat deze rechtspersoon inmiddels failliet is, is vervolging opportuun. Dit vanwege een mogelijke toekomstige doorstart na afronding van de strafzaak, de signaalwerking dat een faillissement geen escape voor het strafrecht betekent en het bestaan van afdoeningsmodaliteiten ook voor inmiddels gefailleerde rechtspersonen.”
3.7
De omstandigheid dat het openbaar ministerie ervoor heeft gekozen om van de [A]-groep enkel de verdachte, en dus niet ook [B] B.V., (verder) te vervolgen, omdat onderzoek heeft uitgewezen dat bij de verdachte de productieactiviteiten werden verloond en waren ondergebracht, staat er niet aan in de weg dat het hof in de zaak tegen de verdachte oordeelt dat er voldoende wettig en overtuigend bewijs is dat de verdachte tezamen en in vereniging met [B] B.V. en een ander een deel van de bedrijfsadministratie van de verdachte en/of [B] B.V. valselijk heeft opgemaakt. De feitenrechter moet namelijk de hem voorgelegde zaak zelfstandig en onafhankelijk op zijn eigen merites beoordelen. De waardering van het bewijsmateriaal is aan hem voorbehouden en moet in cassatie worden gerespecteerd. De beslissing van het openbaar ministerie om de (voormalig) medeverdachte [B] B.V. niet (verder) te vervolgen maakt dit niet anders, net zomin als dat een vrijspraak [81] of veroordeling [82] van de (voormalig) medeverdachte [B] B.V. door een andere rechter dat zou doen. In zoverre is het bestreden arrest dus niet onbegrijpelijk. Voor zover het eerste middel berust op een andersluidende opvatting, faalt het.
3.8
Het voorgaande doet uiteraard niet af aan de verplichting van de rechter om de bewezenverklaring met bewijsmiddelen te staven. Daar gaat het eerste middel (ook) over. Hierbij zijn de volgende uitgangspunten van belang. De selectie en waardering van het bewijs is het domein van de feitenrechter. Het is aan de rechter die over de feiten oordeelt om te beslissen wat hij van het beschikbare bewijsmateriaal betrouwbaar en bruikbaar vindt en aan welk bewijsmateriaal hij geen waarde toekent. [83] Of de door de feitenrechter vastgestelde feiten en omstandigheden juist zijn, kan in cassatie niet worden onderzocht. De uitleg van het bewijsmateriaal is voorbehouden aan de feitenrechter. Enkel wanneer die uitleg onbegrijpelijk is, zal door de Hoge Raad worden ingegrepen. [84]
3.9
Door de stellers van het middel wordt niet betwist dat de verdachte samen met een ander dan [B] B.V. valsheid in geschrift heeft gepleegd zoals door het hof bewezen is verklaard onder feit 3. In wezen wordt enkel geklaagd dat uit de bewijsvoering van het hof niet volgt dat [B] B.V. dit feit heeft medegepleegd.
3.1
Het hof heeft, blijkens zijn bewijsoverwegingen met betrekking tot feiten 2 en 3 (zoals hierboven weergegeven onder 3.3) onder meer het volgende vastgesteld:
- De verdachte en [B] B.V. behoren tot de ‘[A]’-groep, zijnde een groep van aan elkaar gelieerde bedrijven die zich bezighouden met het telen van champignons;
- De verdachte legt zich onder meer toe op het kweken van champignons. [B] B.V. verricht onder meer ondersteunende werkzaamheden ten behoeve van de tot de [A]-groep behorende bedrijven, waaronder de administratieve verwerking van de financiële administratie;
- [B] B.V. is de enig bestuurder van de verdachte. De enig bestuurder van [B] B.V. is [E] B.V. De enig bestuurder van [E] B.V. is [F] B.V. en de enig bestuurder van laatstgenoemde rechtspersoon is de medeverdachte [medeverdachte];
- Vanaf 2006 neemt de medeverdachte [medeverdachte] deel aan de directie van de verdachte. Vanaf 2010 is de medeverdachte [medeverdachte] de enige vennoot en daarmee de enig statutair algemeen directeur van de verdachte en [B] B.V.;
- Vanaf het voorjaar van 2010 wordt door de verdachte en [B] B.V. gebruikgemaakt van een tijdregistratiesysteem om de arbeidstijden van onder andere de Poolse champignonpluksters die werkzaam zijn bij de verdachte te registreren. Vanaf 1 januari 2011 zijn – in opdracht van [A] – drie afroommodules geïmplementeerd in dit tijdregistratiesysteem en in gebruik genomen. Hiermee worden de gewerkte uren van de Poolse champignonpluksters die werkzaam zijn bij de verdachte stelselmatig afgeroomd;
- Iedereen binnen de [A]-groep weet dat er ‘correcties’ in het tijdregistratiesysteem plaatsvinden;
- De salarisadministratie is door de verdachte uitbesteed aan de [C] B.V. De afdeling P&O van [A], die valt onder [B] B.V., haalt periodiek de verloningsheet, genaamd ‘IPS Totaal overzicht’ uit het tijdregistratiesysteem en levert deze aan bij de [C] B.V.. In deze verloningssheets zijn de gemanipuleerde arbeidstijden van de Poolse champignonpluksters verwerkt, maar niet zichtbaar. Deze gemanipuleerde verloningsgegevens worden – zonder aanvulling of verandering – in opdracht van [B] B.V./de verdachte door de [C] B.V. verwerkt tot salarisspecificaties. Vervolgens worden de Poolse champignonpluksters uitbetaald door de verdachte. De op de salarisspecificaties vermelde uren van de Poolse champignonpluksters komen dus niet overeen met de daadwerkelijk gewerkte uren, waardoor de salarisspecificaties vals zijn;
- Vóór het invoeren van het tijdregistratiesysteem krijgen de Poolse champignonpluksters betaald op basis van het door hen aantal geplukte kilo’s. Het ‘kiloloon' wordt door [A] omgerekend naar gewerkte uren en die uren worden uiteindelijk vermeld op de salarisspecificaties van de Poolse champignonpluksters in plaats van de daadwerkelijk gewerkte uren. Derhalve zijn deze salarisspecificaties eveneens vals;
- In de (digitale) bedrijfsadministratie van [A] zijn aan de valse salarisspecificaties onderliggende overzichten ‘Loon op basis van kilo’s vóór correctie’ en ‘Loon op basis van kilo’s na correctie’ over de salarisperiode 1-2011 tot en met 7-2012 en de verloningssheets ‘IPS Totaal overzicht’ aangetroffen. Deze overzichten en verloningssheets zijn vals, omdat hierin de gemanipuleerde/afgeroomde uren van de Poolse champignonpluksters zijn opgenomen;
- De gegevens omtrent de pluktijdcorrectiefactor uit de aangetroffen overzichten ‘Loon op basis van kilo’s na correctie’ zijn door medeverdachte [betrokkene 1] ingevoerd in het tijdregistratiesysteem. De overzichten ‘Loon op basis van kilo’s vóór correctie’ en ‘Loon op basis van kilo’s na correctie’ vormen een wezenlijk onderdeel van de bedrijfsadministratie van [A] en dienen ter onderbouwing van de berekening van de pluktijdcorrectiefactor;
- De medeverdachte [medeverdachte] heeft als leidinggevende van de verdachte en [B] B.V. wetenschap van de bovengenoemde administratieve malversaties;
- Het manipuleren van het tijdregistratiesysteem en de dientengevolge optredende valsheid in geschrifte van salarisspecificaties en delen van de bedrijfsadministratie van [A], te weten de ‘IPS Totaal overzichten’, ‘Loon op basis van kilo’s vóór correctie’ en ‘Loon op basis van kilo’s na correctie’ zijn verworden tot een gedraging die past binnen de normale bedrijfsvoering van [A];
- De valsheid is dienstbaar geweest aan het door [A] uitgeoefende bedrijf. Hierdoor konden de arbeidskosten namelijk worden verlaagd en konden de verliezen worden beperkt dan wel een faillissement worden afgewend.
3.11
Gelet op dit samenstel van feiten en omstandigheden heeft het hof kunnen oordelen dat [B] B.V. een dusdanig wezenlijke bijdrage heeft geleverd aan de onder feit 3 bewezen verklaarde valsheid in geschrift dat van medeplegen kan worden gesproken. Het oordeel van het hof dat de verdachte en [B] B.V. tezamen en in vereniging met elkaar (en met een ander) een deel van de bedrijfsadministratie van de verdachte en/of [B] B.V. valselijk hebben opgemaakt, getuigt derhalve niet van een onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk, terwijl het toereikend gemotiveerd is. Voor zover het eerste middel hierover klaagt, faalt het.
3.12
Verder volgt uit de bewijsvoering dat de verdachte op verschillende momenten in de bewezen verklaarde periode valse geschriften heeft opgenomen en verwerkt in haar bedrijfsadministratie en/of die van [B] B.V. Hiermee heeft de verdachte meerdere, op zichzelf staande, strafbare handelingen verricht die elk telkens het misdrijf valsheid in geschrift als bedoeld in art. 225 SrPro opleveren. Gelet hierop getuigt het oordeel van het hof dat het onder 3 bewezenverklaarde meermalen is gepleegd niet van een onjuiste rechtsopvatting en is het niet onbegrijpelijk. [85] Hieraan doet niet af dat het hof in de bewezenverklaring de mogelijkheid heeft opengelaten dat de bedrijfsadministratie van haar medepleger niet valselijk is opgemaakt. In zoverre faalt het eerste middel.
3.13
Indien de Hoge Raad hierover anders oordeelt, meen ik dat de verdachte onvoldoende belang bij dit middel heeft. Het weglaten van de kwalificatie “meermalen gepleegd” bij het onder 3 bewezenverklaarde is – gelet op art. 57 SrPro – niet van invloed op het toepasselijke strafmaximum (een geldboete van € 740.000,00 (feit 2) en € 780.000,00 (feit 3), art. 225 lid 1 SrPro in verbinding met art. 23 lid 4 enPro 7 (oud) Sr) voor de ten laste van de verdachte bewezen verklaarde feiten tezamen. Gelet hierop, en in aanmerking genomen dat de door het hof opgelegde geldboete van € 75.000,00 ver onder deze strafmaxima ligt en de motivering door het hof van deze straf, is het belang van de verdachte bij dit middel niet evident, terwijl uit de toelichting op het middel evenmin kan worden afgeleid dat de verdachte een voldoende rechtens te respecteren belang bij zijn klacht heeft. [86]
3.14
Het eerste middel faalt in al zijn onderdelen.
4.Het tweede middel
4.1
In het tweede middel wordt geklaagd dat de strafoplegging – gelet op hetgeen in hoger beroep omtrent de draagkracht van de verdachte is aangevoerd – onvoldoende met redenen is omkleed.
4.2
Het proces-verbaal van de terechtzittingen in hoger beroep van 22 en 29 april 2021 en 10 mei 2021 houdt onder meer het volgende in:
“De raadsman deelt het volgende mede:
[…] Het bedrijf is inmiddels failliet en overgedaan aan [H]. […]
De vertegenwoordiger van verdachte verklaart op vragen [ opmerking griffiers: vanaf vraag 11] die op schrift zijn gesteld door de verdediging, welke als bijlage 8 aan dit proces-verbaal is gehecht en waarvan de inhoud als hier herhaald en ingelast wordt beschouwd, als volgt.
[…]
12. […] Na mijn aanhouding vroeg het bedrijf faillissement aan. Een maand daarna, op 1 februari 2013, hadden bijna alle klanten hun contract opgezegd. Een maand later was het bedrijf in surseance. Op 15 april 2013 was het bedrijf failliet. Er was toen net een nieuwe financier die mij aansprakelijk stelde voor hun geleden schade. Die procedure heeft tot 2020 geduurd. In eerste aanleg en in hoger beroep zijn alle vorderingen afgewezen en ben ik vrijgesproken. Als gevolg van dit alles heeft het Openbaar Ministerie beslagen gelegd en is de Belastingdienst een procedure gestart. Deze procedure loopt sinds 2017. Het gaat om een behoorlijke vordering. Daarnaast is er een civiele procedure, die nu stilligt door alle andere procedures die lopen. In de procedure tegen de financier ben ik van alle aantijgingen vrijgesproken. Het ging daar niet over de afroommodule, maar over het faillissement en de daardoor misgelopen inkomsten voor de financier. […]
De voorzitter deelt vervolgens het volgende mede.
Tijdens de ondervraging is naar voren gekomen welke enorme consequenties deze zaak voor het bedrijf heeft gehad. Hoe gaat het nu met u? Uw bedrijf is failliet gegaan, maar het hof begrijpt dat u nog wel werkzaam bent in de champignonsector.
[…]
De vertegenwoordiger van verdachte verklaart omtrent de persoonlijke omstandigheden waarin verdachte verkeert, het volgende.
Toen ik was aangehouden en drie dagen later terugkwam, waren al mijn klanten weg en het bedrijf was gefailleerd. Ik voelde me zeer verantwoordelijk voor het bedrijf. Ik heb contact gezocht met [H], de concurrent. Die heeft het bedrijf overgenomen. […] Er heeft een activatransactie plaatsgevonden en het merendeel van het personeel is overgenomen. […] Als gevolg van dit, zijn er echter andere zaken ontstaan. Met een ex-aandeelhouder speelt er al lang een zaak. Ik heb hoge juridische kosten. Er speelt ook een behoorlijk conflict met de Belastingdienst. Alle zakelijke bezittingen die ik nog had, heb ik moeten verkopen om de juridische kosten te kunnen betalen, ook het onroerend goed.
[…]
De advocaat-generaal brengt het volgende naar voren.
De investeerders uit Qatar waren erg boos op de Rabobank, verdachte en medeverdachte [medeverdachte]. Indien dit waar is, heeft u daarvan gevolgen ondervonden?
De vertegenwoordiger van verdachte verklaart als volgt.
Het heeft me een vermogen gekost om die mensen civielrechtelijk van mijn lijf te houden. Ze hebben 76 beslagleggingen gedaan. De procedure heeft acht jaar geduurd. Ik ben in het gelijk gesteld, de uitspraak ligt er, maar mijn portemonnee is leeg.”
4.3
Het hof heeft de oplegging van de onder 1.1 genoemde geldboete van € 75.000,00 als volgt gemotiveerd:
“Op te leggen sanctie
[…]
Het oordeel van het hof
Het hof overweegt, grotendeels overeenkomstig de rechtbank, als volgt.
De verdachte heeft zich gedurende drie jaar, als rechtspersoon, schuldig gemaakt aan het medeplegen van valsheid in geschrift.
Met behulp van geraffineerde afroommodules werden de salarissen van Poolse pluksters, die werkzaam waren bij [A], op verschillende wijzen afgeroomd. Vanaf 2011 waren er drie afroommodules ingebouwd in het tijdregistratiesysteem: de klokophaalpercentagemodule (welke vanaf juni 2011 naar 90 procent en in twee gevallen zelfs naar 85 procent is ingesteld), de correctiefactor van 30 tot 40 procent op de negatieve plukprestatie zelf en module die ervoor zorgde dat de pauzetijden automatisch waren verwerkt in het tijdregistratiesysteem terwijl de daadwerkelijk genoten pauzetijden korter waren. Door invoering van deze modules bij enkel ‘Polenprofiel 13’ werden de Poolse pluksters stelselmatig gekort in hun uren en kwamen de daadwerkelijke gewerkte uren niet overeen met hetgeen vermeldt stond op de salarisstroken.
Het hof acht het zeer wel mogelijk dat niet alleen de salarisstroken van de in de tenlastelegging genoemde Poolse pluksters in de jaren 2009 tot en met 2012 werden vervalst, maar dat dit op een veel grotere schaal plaatsvond. Binnen [A] paste het gebruik van de afroommodules namelijk binnen de normale bedrijfsvoering, waardoor iedere Poolse plukster – in ieder geval na invoering van de klokkingen en de afroommodules in 2011 tot het uitschakelen daarvan in augustus 2012 – in meer of mindere mate is getroffen door het afromen van de door haar gewerkte uren. Ook delen van de bedrijfsadministratie, gebaseerd op deze afgeroomde uren, werden door de werking van deze afroommodules vals.
Gelet op het stelselmatig karakter van de door verdachte gepleegde feiten en de duur van de periode waarin zij deze gepleegd heeft, is het hof van oordeel dat de oplegging van een forse onvoorwaardelijke geldboete aan de orde is.
Het hof maakt voorts melding van de verklaringen van enkele slachtoffers, zoals die ter terechtzitting in hoger beroep zijn afgelegd.
Het hof acht de oplegging van een onvoorwaardelijke geldboete passend en in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de aard en hoedanigheid van de verdachte rechtspersoon en haar draagkracht, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.
Redelijke termijn
Het hof houdt er bij de strafoplegging rekening mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 EVRMPro is overschreden. Bij de vraag of sprake is van een schending van de redelijke termijn moet rekening worden gehouden met de omstandigheden van het geval, waaronder begrepen de processuele houding van verdachte, de aard en ernst van het ten laste gelegde, de ingewikkeldheid van de zaak en de mate van voortvarendheid waarmee deze strafzaak door de justitiële autoriteiten is behandeld.
Verdachte heeft redelijkerwijs met vervolging rekening moeten houden vanaf 28 januari 2013, de dag waarop medeverdachte [medeverdachte], zijnde vertegenwoordiger van verdachte, in verzekering is gesteld. De rechtbank heeft op 10 november 2016 vonnis gewezen. In eerste aanleg is derhalve sprake van een schending van de redelijke termijn met een periode van ongeveer één jaar en negenenhalf maanden. Namens verdachte is op 23 november 2016 hoger beroep ingesteld. Het hof wijst dit arrest op 27 mei 2021. In hoger beroep is aldus tevens sprake van een termijnoverschrijding, nu de behandeling in hoger beroep niet is afgerond met een eindarrest binnen twee jaar na het instellen van het hoger beroep. Deze overschrijding van de redelijke termijn bedraagt ruim twee jaar en zes maanden.
Deze overschrijding is deels gelegen in de omstandigheid dat de zaak op 19 maart 2020 werd aangehouden vanwege de toen recente uitbraak van het coronavirus. Vervolgens hebben de landelijke maatregelen in verband met het coronavirus het inplannen en het behandelen van strafzaken bemoeilijkt. De zaak is op 18 november 2020 opnieuw aangehouden vanwege organisatorische redenen van de zijde van het hof. De totale overschrijding van de redelijke termijn bedraagt daarmee ongeveer vier jaar en drieënhalf maanden.
Het hof zal aan deze overschrijding consequenties verbinden. Zonder schending van de redelijke termijn zou een geldboete van € 100.000,00 passend zijn geweest. Nu de redelijke termijn is geschonden, zal worden volstaan met het opleggen van de hierna aan te geven straf.
Gelet op de vrijspraak van het onder 1 tenlastegelegde, komt het hof tot oplegging van een aanzienlijk lagere geldboete dan de geldboete die is geëist door de advocaten-generaal.”
4.4
Bij de beoordeling van het tweede middel moet het volgende worden vooropgesteld. De feitenrechter is, binnen de grenzen die de wet stelt, vrij in de keuze van de straf en in de waardering van de factoren die hij daartoe van belang acht. Deze afweging is aan hem voorbehouden en zijn oordeel daarover behoeft geen motivering. In cassatie kan niet worden onderzocht of de juiste straf is opgelegd en ook niet of de straf beantwoordt aan alle daarvoor in aanmerking komende factoren, zoals de ernst van het feit of de persoon van de verdachte. [87] Een nadere motivering wordt alleen vereist indien wordt afgeweken van een door de verdediging of het openbaar ministerie ‘uitdrukkelijk onderbouwd standpunt’ ten aanzien van de strafoplegging (art. 359 lid 2 tweedePro volzin Sv), wanneer de strafoplegging verbazing wekt en als gevolg daarvan onbegrijpelijk is, of wanneer een redelijke termijn-verweer is gevoerd. [88] Maar, ook in die gevallen stelt de Hoge Raad zich bij de toetsing in cassatie terughoudend op. [89] Het verbazingscriterium is bijvoorbeeld aan de orde wanneer een rechter een hoge boete oplegt in verhouding tot de draagkracht van de verdachte. [90]
4.5
Het hof heeft weliswaar uitgelegd waarom het gezien de ernst van de feiten en de rol die de verdachte daarbij vervulde een hoge geldboete daarop gepast achtte, maar niet waarom hij kennelijk van oordeel was dat de verdachte in staat was om die hoge geldboete te betalen. Gelet op hetgeen de verdediging in hoger beroep heeft aangevoerd omtrent de financiële positie van de verdachte, in het bijzonder dat de verdachte gefailleerd was, en het feit dat het hof is uitgegaan van de juistheid hiervan, is het kennelijke oordeel van het hof dat de verdachte in staat moet worden geacht om de opgelegde geldboete van € 75.000,00 te voldoen zonder nadere motivering, die ontbreekt, niet begrijpelijk. [91] Het gefailleerd zijn, is immers een omstandigheid die bij uitstek wijst op het ontbreken van enige substantiële draagkracht.
4.6
Het tweede middel slaagt.
5.Conclusie
5.1
Het eerste middel faalt en kan worden afgedaan met de aan art. 81 lid 1 ROPro ontleende motivering. Het tweede middel slaagt.
5.2
Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoren te geven.
5.3
Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de strafoplegging en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof ’s-Hertogenbosch teneinde in zoverre op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan. Voor het overige dient het beroep te worden verworpen.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG
Voetnoten
1.In de hiernavolgende bewijsmiddelen wordt – tenzij anders vermeld – verwezen naar het proces-verbaal van Inspectie SZW, directie Opsporing, recherche kantoor Arnhem, onderzoeksnaam Lagos, proces-verbaalnummer 6640/2010/000167, afgesloten d.d. 25 juli 2013, bestaande uit 29 ordners, voorzien van de doorlopend genummerde pagina's 1 tot en met 4836.
2.P-v van bevindingen inzake tijdregistratiesysteem d.d. 26 juni 2013, p. 0789 (AMB-025-01) en relaas p-v d.d. 25 juli 2013, p. 0007.
3.Relaas p-v d.d. 25 juli 2013, p. 0012 en 0013;
4.P-v van verhoor verdachte [betrokkene 1] d.d. 14 augustus 2012, p. 1557 (V-008-06).
5.P-v van verhoor verdachte [betrokkene 1] d.d. 19 januari 2013, p. 1571 en 1578 (V-008-08).
6.P-v van verhoor verdachte [betrokkene 3] d.d. 28 januari 2013, p. 1600 (V-009-01).
7.P-v van bevindingen inzake tijdregistratiesysteem d.d. 26 juni 2013, p. 0715 (AMB-025-01).
8.P-v van bevindingen inzake tijdregistratiesysteem d.d. 26 juni 2013, p. 0715 (AMB-025-01).
9.P-v van verhoor verdachte [betrokkene 1] d.d. 13 augustus 2012, p. 1550 (V-008-05).
10.P-v van verhoor verdachte [betrokkene 1] d.d. 9 augustus 2012, p. 1544 (V-008-03).
11.P-v van verhoor verdachte [betrokkene 1] d.d. 19 januari 2013, p. 1569 en 1571 (V-008-08).
12.P-v van verhoor verdachte [betrokkene 1] d.d. 13 augustus 2012, p. 1550 en 1552 (V-008-05).
13.P-v van verhoor verdachte [betrokkene 3] d.d. 29 januari 2013, p. 1611 en 1612 (V-009-03).
14.P-v van verhoor verdachte [betrokkene 3] d.d. 28 januari 2013, p. 1607 (V-009-02).
15.P-v van verhoor verdachte [betrokkene 3] d.d. 29 januari 2013, p. 1610 (V-009-03).
16.P-v van verhoor verdachte [betrokkene 3] d.d. 28 januari 2013, p. 1601 (V-009-01).
17.P-v van verhoor verdachte [betrokkene 1] d.d. 7 augustus 2012, p. 1561 (V-008-07).
18.P-v van bevindingen inzake tijdregistratiesysteem d.d. 26 juni 2013, p. 0743 en 0744 (AMB-025-01).
19.P-v van bevindingen inzake tijdregistratiesysteem d.d. 26 juni 2013, p. 0744 (AMB-025-01); "Overzicht afspraken pauzetijden en e-mails", p. 4076 tot en met 4078 (D-028-01).
20.P-v van bevindingen inzake tijdregistratiesysteem d.d. 26 juni 2013, p. 0745 (AMB-025-01).
21.Bedrijfsregels oogstmedewerkers, p. 4281 (D-034-38).
22.P-v van bevindingen inzake tijdregistratiesysteem d.d. 26 juni 2013, p. 0750 en 0751 (AMB-025-01).
23.P-v van verhoor verdachte [betrokkene 3] d.d. 28 januari 2013, p. 1601 (V-009-01).
24.P-v van verhoor verdachte [betrokkene 3] d.d. 29 januari 2013, p. 1615 en 1616 (V-009-03).
25.P-v van verhoor verdachte [betrokkene 1] d.d. 9 augustus 2012, p. 1544 en 1545 (V-008-03).
26.P-v van bevindingen inzake tijdregistratiesysteem d.d. 26 juni 2013, p. 0754 (AMB-025-01).
27.P-v van verhoor verdachte [betrokkene 1] d.d. 9 augustus 2012, p. 1545 en 1546 (V-008-03).
28.P-v van verhoor verdachte [betrokkene 1] d.d. 17 augustus 2012, p. 1564 (V-008-07).
29.P-v van verhoor verdachte [betrokkene 1] d.d. 19 januari 2013, p. 1569 en 1570 (V008-08).
30.Proces-verbaal van verhoor verdachte [betrokkene 3] d.d. 28 januari 2013, p. 1602 (V-009-01).
31.Relaas p-v, 'zaaksdossier 2: Valsheid in geschrifte’ d.d. 11 juli 2013, p. 0215 en Printscreen instellingen plukrecord verwerking locatie [a-straat], p. 4206 (D-034-03).
32.Relaas p-v, 'zaaksdossier 2: Valsheid in geschrifte’ d.d. 11 juli 2013, p. 0215 en Printscreen instellingen plukrecord verwerking locatie [b-straat], p. 4274 (D-034-31).
33.Relaas p-v, 'zaaksdossier 2: Valsheid in geschrifte’ d.d. 11 juli 2013, p. 0215 en Printscreen instellingen plukrecord verwerking locatie [c-straat], p. 4277 (D-034-34).
34.Relaas p-v, 'zaaksdossier 2: Valsheid in geschrifte’ d.d. 11 juli 2013, p. 0215 en Printscreen instellingen plukrecord verwerking locatie [d-straat], p. 4280 (D-034-37).
35.P-v van bevindingen inzake tijdregistratiesysteem d.d. 26 juni 2013, p. 0776 (AMB-025-01).
36.P-v van verhoor verdachte [betrokkene 1] afgelegd bij de raadsheer-commissaris d.d. 7 november 2018, p. 2-3; verklaring [betrokkene 1] ter terechtzitting in hoger beroep van 22 april 2021.
37.P-v van verhoor verdachte [betrokkene 1] d.d. 19 januari 2013, p. 1578 (V-008-08).
38.P-v van verhoor van getuige [betrokkene 5] d.d. 30 januari 2013, p. 1098 (G-021-03).
39.Salarisspecificatie 12 2010 op naam van [betrokkene 6], p. 3393 (D-008-08).
40.Salarisspecificatie 12 2010 op naam van [betrokkene 7], p. 3415 (D-013-01).
41.Salarisspecificatie 4 2011 op naam van [betrokkene 8], p. 4753 (D-043-01).
42.Salarisspecificatie 5 2011 op naam van [betrokkene 8], p. 4754 (D-043-02).
43.Salarisspecificatie 6 2011 op naam van [betrokkene 8], p. 4755 (D-043-03).
44.Salarisspecificatie 7 2011 op naam van [betrokkene 8], p. 4756 (D-043-04).
45.Salarisspecificatie 8 2011 op naam van [betrokkene 8], p. 4757 (D-043-05).
46.Salarisspecificatie 9 2011 op naam van [betrokkene 8], p. 4758 (D-043-06).
47.Salarisspecificatie 10 2011 op naam van [betrokkene 8], p. 4759 (D-043-07).
48.Salarisspecificatie 5 2012 op naam van [betrokkene 9], p. 4336 (D-034-67).
49.Salarisspecificatie 1 2012 op naam van [betrokkene 10], p. 4788 (D-043-36).
50.Salarisspecificatie 2 2012 op naam van [betrokkene 10], p. 4789 (D-043-37).
51.Salarisspecificatie 3 2012 op naam van [betrokkene 10], p. 4790 (D-043-38).
52.Salarisspecificatie 4 2012 op naam van [betrokkene 10], p. 4791 (D-043-39).
53.Salarisspecificatie 5 2012 op naam van [betrokkene 10], p. 4792 (D-043-40).
54.Salarisspecificatie 6 2012 op naam van [betrokkene 10], p. 4793 (D-043-41).
55.Salarisspecificatie 7 2012 op naam van [betrokkene 10], p. 4794 (D-043-42).
56.P-v van verhoor getuige [betrokkene 6] d.d. 7 juni 2011, p. 0963 en 0964 (G-012-01).
57.P-v van verhoor getuige [betrokkene 14] e. v. [betrokkene 7] d.d. 11 mei 2011, p. 0899, 0900 en 0904 (G-007-01).
58.P-v van verhoor getuige [betrokkene 8] d.d. 28 juni 2012, p. 1063 (G-019-01).
59.P-v van verhoor verdachte [betrokkene 1] d.d. 19 januari 2013, p. 1569 en 1570 (V-008-08).
60.Relaas p-v, 'zaaksdossier 2: Valsheid in geschrifte' d.d. 11 juli 2013, p. 0222 en 0259.
61.Salarisspecificatie 3 2009 op naam van [betrokkene 11], p. 3117 (D-004-09).
62.Salarisspecificatie 4 2009 op naam van [betrokkene 12], p. 3470 (D-019-04).
63.Salarisspecificatie 10 2009 op naam van [betrokkene 8], p. 3139 (D-005-12).
64.P-v van verhoor getuige [betrokkene 11] d.d. 2 april 2012, p. 1.003 en 1.005 (G-015-01).
65.P-v van verhoor getuige [betrokkene 12] d.d. 27 september 2012, p. 1202, 1207 en 1209 (G-031-01).
66.P-v van verhoor getuige [betrokkene 8] d.d. 28 juni 2012. p. 1063 (G-019-01).
67.Relaas p-v, ‘zaaksdossier 2: Valsheid in geschrifte’ d.d. 11 juli 2013, p. 0261 tot en met 0264. Document ‘Kilo’s per verpakking 23-2-09 / 22-3-09 (per 3)’, p. 4337 en 4338 (D-034-68). Document ‘Uren van projecten 23-2-09 / 22-3-2009 per 3)’, p. 4339 (D-034-69). Salarisspecificatie periode 3 2009 op naam van [betrokkene 11], p. 3117 (D-004-09). Document ‘Totaal periode 3-2009’, p. 3118 (D-004-09A). Handgeschreven dagboekaantekeningen, p. 3087 tot en met 3091 (D-004-07-20 tot en met D004-07-24).
68.Relaas p-v, 'zaaksdossier 2: Valsheid in geschrifte’ d.d. 11 juli 2013, p. 0266 en 0267. Document 'Kilo’s per verpakking 23-3-09 / 19-4-09 (per 4)’, p. 4342 en 4343 (D-034-71). Salarisspecificatie periode 4 2009 naam van [betrokkene 12], p. 3470 (D-019-04).
69.Relaas p-v, 'zaaksdossier 2: Valsheid in geschrifte’ d.d. 11 juli 2013, p. 0264 en 0265. Document 'Kilo’s per verpakking 7-9-09 / 4-10-09 (per 10)’, p. 4340 en 4341 (D-034-70). Handgeschreven dagboekaantekeningen, p. 3157 (D-005-27A). Document 'Uitwerking aantekeningen [betrokkene 8] salarisperiode 10 2009', p. 3159 (D-005-27B). Salarisspecificatie periode 10 2009 op naam van [betrokkene 8], p. 3139 (D-005-12).
70.Relaas p-v, 'zaaksdossier 2: Valsheid in geschrifte’ d.d. 11 juli 2013, p. 0216 en 0217.
71.Relaas p-v, 'zaaksdossier 2: Valsheid in geschrifte’ d.d. 11 juli 2013, p. 0216 en 0217.
72.Relaas p-v, 'zaaksdossier 2: Valsheid in geschrifte’ d.d. 11 juli 2013, p. 0219, 0220 en 0222.
73.P-v van bevindingen inzake tijdregistratiesysteem d.d. 26 juni 2013, p. 0770 (AMB-025-01).
74.P-v van verhoor verdachte [betrokkene 1] d.d. 19 januari 2013, p. 1570 en 1578 (V-008-08).
75.P-v van verhoor verdachte [betrokkene 1] d.d. 9 augustus 2012, p. 1546 (V-008-03).
76.Relaas p-v, ‘zaaksdossier 2: Valsheid in geschrifte’ d.d. 11 juli 2013, p. 0222 en 0223.
77.P-v van verhoor getuige [betrokkene 1] d.d. 7 augustus 2012, p. 1073 (G-020-01).
78.P-v van verhoor verdachte [betrokkene 1] d.d. 9 augustus 2012, p. 1546 (V-008-03).
79.P-v van verhoor verdachte [betrokkene 3] d.d. 28 januari 2013, p. 1600 (V-009-01).
80.P-v van verhoor verdachte [betrokkene 3] d.d. 29 januari 2013, p. 1611 (V-009-03).
84.Zie – met verwijzing naar HR 18 september 2001, ECLI:NL:HR:2001:AD3530 – onder meer HR 19 december 2017, ECLI:NL:HR:2017:3189, NJ 2018/251, m.nt. J.M. Reijntjes, rov. 3. en HR 16 februari 2016, ECLI:NL:HR:2016:239, rov. 3.2.; A.J.A. van Dorst & M.J. Borgers, Cassatie in strafzaken, Deventer: Wolters Kluwer 2022, p. 327-332.
86.In het overzichtsarrest HR 7 juni 2016, ECLI:NL:HR:2016:1005, NJ 2016/430 m.nt. P.H.P.H.M.C. van Kempen, rov 2.4.3. wordt samenloop (toepassing van art. 57 SrPro in plaats van art. 55 SrPro of onjuiste toepassing van art. 57 SrPro) als voorbeeld genoemd waarin de Hoge Raad toepassing heeft gegeven aan art. 80a RO vanwege klaarblijkelijk onvoldoende belang. Vgl. HR 9 december 2014, ECLI:NL:HR:2014:3551; HR 10 februari 2015, ECLI:NL:HR:2015:268, NJ 2015/137 m.nt. P.H.P.H.M.C. van Kempen; HR 5 juni 2018, ECLI:NL:HR:2018:831, NJ 2019/116 m.nt. P.A.M. Mevis en de conclusie van thans P-G Bleichrodt vóór HR 10 juli 2018, ECLI:NL:HR:2018:1169.
87.A.J.A. van Dorst & M.J. Borgers, Cassatie in strafzaken, Deventer: Wolters Kluwer 2022, p. 360.
88.HR 6 juni 2006, ECLI:NL:HR:2006:AW2430. Zie ook G.J.M. Corstens, Het Nederlands strafprocesrecht, Deventer: Wolters Kluwer 2021, p. 971-973.
89.Recentelijk herhaald in HR 15 november 2022, ECLI:NL:HR:2022:1641, NJ 2023/131 m.nt. J.M. ten Voorde.
90.Vgl. Schoep, T&C Strafvordering, art. 359, aant. 8b en 8c (online, bijgewerkt t/m 1 januari 2023).