Conclusie
middelbehelst in de eerste plaats de klacht dat het hof onder 1 ten onrechte heeft bewezen verklaard dat de verdachte het ten laste gelegde “telkens” heeft gepleegd en het bewezen verklaarde ten onrechte heeft gekwalificeerd als “meermalen gepleegd”. In de tweede plaats bevat het middel de klacht dat de bewezenverklaring van het onder 3 ten laste gelegde, voor zover inhoudende dat de verdachte heeft gehandeld in de uitoefening van een beroep of bedrijf, ontoereikend is gemotiveerd.