Uitspraak
gevestigd te [vestigingsplaats],
gevestigd te Moravské Budějovice, Tsjechië,
1.Het geding in feitelijke instanties
2.Het geding in cassatie
3.Uitgangspunten in cassatie
De Hoge Raad heeft vandaag het tegen dat arrest gerichte cassatieberoep van VelopA verworpen (HR 14 september 2018, ECLI:NL:HR:2018:1418).
Het hof verenigt zich met het oordeel van de rechtbank dat hiermee ook de exclusiviteitsbedingen zijn uitgewerkt.
De exclusiviteitsbedingen beschermen [eiseres] gedurende de looptijd van de overeenkomsten tegen levering door Bast van het straatmeubilair aan derden (waaronder VelopA). Voor de stelling dat partijen in redelijkheid de bedoeling zouden hebben gehad om de exclusiviteitsbedingen ook na beëindiging van de overeenkomsten van kracht te laten zijn valt in de stukken onvoldoende steun te vinden. Ook (andere) omstandigheden op grond waarvan [eiseres] en Bast met de exclusiviteitsbedingen redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten dat deze ook na beëindiging van de overeenkomst (voor onbeperkte duur) van kracht zouden blijven, zijn niet gesteld. Het stond Bast derhalve vrij om vanaf juli 2005 rechtstreeks aan VelopA te leveren. (rov. 11-12)
Het initiatief tot rechtstreekse levering is van VelopA uitgegaan. Er zijn geen concrete aanwijzingen gebleken dat Bast op dit punt met VelopA zou hebben samengespannen dan wel dat zij zou hebben uitgelokt dat VelopA wanprestatie zou plegen jegens [eiseres]. De enkele omstandigheid dat Bast desgevraagd bereid is geweest tot rechtstreekse levering van het staatmeubilair aan VelopA is daartoe in elk geval onvoldoende. Voor zover [eiseres] heeft willen betogen dat de onrechtmatigheid haar grondslag vindt in het feit dat Bast haar eigen belang heeft laten prevaleren boven dat van [eiseres], gaat dit betoog niet op. De enkele omstandigheid dat Bast er voor heeft gekozen om desgevraagd rechtstreeks aan VelopA te leveren is in de gegeven omstandigheden (naast de reeds vastgestelde wanprestatie) niet onrechtmatig jegens [eiseres]. Voor zover [eiseres] Bast verwijt dat Bast de belangen van [eiseres] heeft verwaarloosd door niet van rechtstreekse levering aan VelopA af te zien, zijn geen omstandigheden aangevoerd of gebleken om aansprakelijkheid van Bast op deze grond aan te nemen. Het enkele feit dat Bast de mogelijkheid had en kon benutten om in het vervolg rechtstreeks (en niet meer via [eiseres]) aan VelopA te leveren, is onvoldoende om aansprakelijkheid aan te nemen. (rov. 22)
4.Beoordeling van het middel in het principale beroep
5.Beoordeling van het middel in het incidentele beroep
6.Beslissing
14 september 2018.