ECLI:NL:HR:2018:1764

Hoge Raad

Datum uitspraak
25 september 2018
Publicatiedatum
24 september 2018
Zaaknummer
17/05370
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROArt. 302.1 Sr
Verwijzingen
5 uitgaand · 3 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatie in zaak zware mishandeling tijdens amateurvoetbalwedstrijd

In deze zaak stond een verdachte terecht voor zware mishandeling nadat hij tijdens een amateurvoetbalwedstrijd een sliding maakte waardoor een tegenspeler een gescheurde kruisband en meniscus opliep. De verdachte stelde dat er geen sprake was van opzet, maar van een ongeval.

Het gerechtshof Den Haag had de verdachte veroordeeld, en het cassatieberoep richtte zich tegen dit arrest. De advocaat-generaal adviseerde tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad oordeelde dat de middelen niet tot cassatie konden leiden en dat er geen noodzaak was tot nadere motivering omdat de rechtsvragen niet in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling waren.

De Hoge Raad benadrukte dat verklaringen die als bewijs werden gebruikt, berusten op mening, conclusie of gevolgtrekking, en ging tevens in op de verhouding tussen strafrecht en tuchtrecht bij overtredingen in het voetbal. Uiteindelijk werd het cassatieberoep verworpen en bleef het arrest van het gerechtshof in stand.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling wegens zware mishandeling blijft in stand.

Uitspraak

25 september 2018
Strafkamer
nr. S 17/05370
ABO
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 22 februari 2017, nummer 22/004298-15, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1991.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft G. Spong, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal P.C. Vegter heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2.Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren A.J.A. van Dorst en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
25 september 2018.