Uitspraak
wonende te [woonplaats] ,
1.Het geding in feitelijke instanties
2.Het geding in cassatie
3.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
4.Beslissing
28 september 2018.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep van eiser tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 23 januari 2018. De Hoge Raad verwijst voor het feitencomplex naar eerdere uitspraken van rechtbank en hof.
Het cassatieberoep is niet ingediend conform de vereisten van artikel 30c lid 1 Rv, omdat de procesinleiding niet langs elektronische weg is ingediend. Daarnaast voldoet de procesinleiding niet aan artikel 407 lid 3 Rv Pro, omdat daarin geen advocaat bij de Hoge Raad is aangewezen die eiser in cassatie zal vertegenwoordigen.
Hoewel deze tekortkomingen hersteld hadden kunnen worden door een nieuwe procesinleiding binnen twee weken, heeft eiser hiervan geen gebruik gemaakt. Hierdoor is eiser niet-ontvankelijk verklaard in zijn cassatieberoep.
Het arrest is gewezen door de raadsheren Tanja-van den Broek, du Perron en Wattendorff, en in het openbaar uitgesproken door Polak op 28 september 2018.
Uitkomst: Eiser wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn cassatieberoep wegens niet-electronische indiening en ontbreken advocaat.