Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2018:1980

Hoge Raad

Datum uitspraak
19 oktober 2018
Publicatiedatum
18 oktober 2018
Zaaknummer
17/04980
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling executiegeschil over dwangsom bij betaling achterstallige hypotheekrente

In deze zaak staat een executiegeschil centraal waarbij de man op straffe van een dwangsom verplicht is gesteld om achterstallige rente en premie voor de hypotheek te betalen. De vrouw, eiseres in cassatie, betwistte of de dwangsom ook verschuldigd is over de periode nadat zij zelf de achterstallige bedragen had voldaan.

De procedure begon bij de voorzieningenrechter in de rechtbank Noord-Holland en vervolgde bij het gerechtshof Amsterdam, dat het geschil beslechtte. Tegen het arrest van het hof stelde de vrouw beroep in cassatie in, terwijl de man verstek liet gaan.

De Advocaat-Generaal adviseerde het cassatieberoep te verwerpen, waarop de vrouw schriftelijk reageerde. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was omdat er geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren.

De Hoge Raad wees het beroep van de vrouw af en bepaalde dat iedere partij haar eigen kosten draagt. Het arrest werd gewezen door de raadsheren Van Buchem-Spapens, Du Perron, Sieburgh en in het openbaar uitgesproken door Polak.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de vrouw wordt verworpen en iedere partij draagt haar eigen kosten.

Uitspraak

19 oktober 2018
Eerste Kamer
17/04980
LZ/IF
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[de vrouw],
wonende te [woonplaats],
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. R.D. Boesveld,
t e g e n
[de man],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de vrouw en de man.

1.Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. het vonnis in de zaak C15/245727/KG ZA 16-528 van de voorzieningenrechter in de rechtbank Noord-Holland van 5 december 2016;
b. het arrest in de zaak 200.208.943/01 KG van het gerechtshof Amsterdam van 29 augustus 2017.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft de vrouw beroep in cassatie ingesteld. De procesinleiding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen de man is verstek verleend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal M.L.C.C. Lückers strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van de vrouw heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

3.Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
compenseert de kosten van het geding in cassatie aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, C.E. du Perron en C.H. Sieburgh, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.V. Polak op
19 oktober 2018.