Uitspraak
wonende te [woonplaats],
gevestigd te Amsterdam,
DE LANGSTRAAT U.A.,
gevestigd te Waalwijk,
1.Het geding in feitelijke instanties
2.Het geding in cassatie
3.Beoordeling van het middel
7 december 2018.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
In deze zaak ging het om de vraag of door de voormalige eigenaar verwijderde stelcon platen, die lagen op het kweekveld en de containervelden van een registergoed, onderdeel uitmaakten van het registergoed dat via een openbare internetveiling was verkocht en geleverd aan eiser.
De rechtbank wees de vordering van eiser tot schadevergoeding af, en het hof bekrachtigde dit oordeel. Het hof stelde vast dat het moment van gunning bepalend is voor de risico-overgang en dat de koper mocht bewijzen dat de platen tussen de veiling en gunning waren verwijderd. Echter, het hof concludeerde dat eiser niet had bewezen dat de platen bestanddeel van het registergoed waren.
De Hoge Raad overwoog dat volgens art. 3:4 lid 1 BW Pro hetgeen volgens verkeersopvatting onderdeel uitmaakt van een zaak, bestanddeel is, waarbij geen aard- of nagelvaste verbinding vereist is. Het hof had het juiste criterium toegepast door te oordelen dat de platen niet specifiek waren afgestemd op het registergoed en dat het registergoed zonder de platen niet onvoltooid was.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en veroordeelde eiser in de kosten, waarmee het oordeel van het hof definitief werd bevestigd.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de vordering van eiser tot schadevergoeding wordt afgewezen.