Uitspraak
1.Geding in cassatie
3.Beslissing
11 december 2018.
Hoge Raad
Betrokkene stelde cassatieberoep in tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden inzake een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. Het geschil betrof onder meer de opbrengst van een oogst van 80 kilogram natte hennep en de overschrijding van de redelijke termijn.
De Advocaat-Generaal concludeerde tot verwerping van het beroep, waarop de raadsman van betrokkene schriftelijk reageerde. De Hoge Raad beoordeelde de middelen en oordeelde dat deze niet tot cassatie konden leiden. Gezien artikel 81, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering was geen nadere motivering vereist omdat de middelen geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling opriepen.
Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en uitgesproken in een openbare terechtzitting op 11 december 2018. Het cassatieberoep is verworpen, waarmee het arrest van het hof in stand blijft.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof Arnhem-Leeuwarden blijft in stand.