Conclusie
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CONCLUSIE
medeplegen van het feitelijke leiding geven aan het opzettelijk een bij de belastingwet voorziene aangifte onjuist doen, terwijl het feit er toe strekt dat te weinig belasting wordt geheven, door een rechtspersoon begaan, meermalen gepleegd”, feit 2 “
medeplegen van valsheid in geschrift” en feit 3 “
medeplegen van oplichting” veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van acht maanden, waarvan twee maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren, met aftrek van voorarrest.
vijfde middelklaagt dat het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 26 september 2017 nietig is, aangezien de door de raadsman bij die gelegenheid aan het hof overgelegde pleitnotities zich niet (meer) bij de stukken bevinden. Ik zal het middel verbeterd lezen in de zin dat het klaagt over het ontbreken van de pleitnotities die op de terechtzitting in hoger beroep van 12 september 2017 zijn overgelegd. [2]
In het onderhavige geval kan cassatie achterwege blijven, in aanmerking genomen dat:
controlegenoemd. Echter, zonder dat daarover in cassatie wordt geklaagd, zal de Hoge Raad in de regel niet controleren of het hof niet, dan wel onbegrijpelijk of onvolledig heeft gereageerd op een ter terechtzitting gedaan verzoek, een gevoerd verweer of een aldaar ingenomen uitdrukkelijk onderbouwd standpunt. [7] Met andere woorden, de controletaak rust in eerste instantie op de cassatieadvocaat.