ECLI:NL:HR:2018:2374

Hoge Raad

Datum uitspraak
21 december 2018
Publicatiedatum
20 december 2018
Zaaknummer
17/06118
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 1 Eerste Protocol EVRMArt. 13 Landbouwwet
Verwijzingen
7 uitgaand · 11 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt beroep biologische melkveehouders tegen fosfaatreductieregeling

Deze zaak betreft een cassatieberoep van biologische melkveehouders tegen de Regeling fosfaatreductieplan 2017, gericht op onverbindendverklaring van deze regeling. De biologische melkveehouders stelden dat de regeling een onrechtmatige overheidsdaad vormde en dat zij daardoor individueel onevenredig werden belast. Tevens werd betwist of de wettelijke grondslag van de regeling, te vinden in artikel 13 van Pro de Landbouwwet, toereikend was.

De procedure begon bij de voorzieningenrechter in de rechtbank Den Haag, gevolgd door een arrest van het gerechtshof Den Haag. De Hoge Raad verwijst naar deze eerdere uitspraken en behandelt in cassatie uitsluitend de rechtsvragen die van belang zijn voor rechtseenheid en rechtsontwikkeling.

De Hoge Raad oordeelt dat de klachten van de biologische melkveehouders niet leiden tot cassatie. De toetsingsmaatstaf of de regeling onmiskenbaar onverbindend is, wordt niet overschreden. Ook is de wettelijke grondslag in artikel 13 van Pro de Landbouwwet voldoende. De vordering tot onverbindendverklaring wordt daarom afgewezen.

De Hoge Raad veroordeelt de eisers in de kosten van het geding in cassatie en wijst het beroep af. Hiermee blijft de Regeling fosfaatreductieplan 2017 van kracht, ondanks de individuele bezwaren van de biologische melkveehouders.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de biologische melkveehouders wordt verworpen en de Regeling fosfaatreductieplan 2017 blijft van kracht.

Uitspraak

21 december 2018
Eerste Kamer
17/06118
LZ/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
1. [eiseres 1] ,
gevestigd te [plaats] ,
2. DE DUINZOOM B.V., mede handelend onder de naam [A],
gevestigd te Elburg,
3. [eiseres 3] , mede handelend onder de naam [B] ,
gevestigd te [plaats] ,
4. [eiseres 4] ,
gevestigd te [plaats] ,
5. [eiseres 5] , handelend onder de naam [C] , gevestigd te [plaats] ,
EISERESSEN tot cassatie,
advocaat: mr. R.L.M.M. Tan,
t e g e n
de STAAT DER NEDERLANDEN (Ministerie van Economische Zaken en Klimaat),
zetelende te Den Haag,
VERWEERDER in cassatie,
advocaat: mr. M.W. Scheltema.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiseres] c.s. en de Staat.

1.Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. het vonnis in de zaak C/09/530047/KG ZA 17/430 van de voorzieningenrechter in de rechtbank Den Haag van 4 mei 2017;
b. het arrest in de zaak 200.217.317/01 van het gerechtshof Den Haag van 31 oktober 2017.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof hebben [eiseres] c.s. beroep in cassatie ingesteld. De procesinleiding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Staat heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, voor de Staat mede door mr. S.J.M. Bouwman. De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

3.Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiseres] c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Staat begroot op € 854,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eiseres] c.s. deze niet binnen veertien dagen na heden hebben voldaan.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident C.A. Streefkerk als voorzitter en de raadsheren A.H.T. Heisterkamp, G. Snijders, M.V. Polak en T.H. Tanja-van den Broek, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.V. Polak op
21 december 2018.