ECLI:NL:HR:2018:532

Hoge Raad

Datum uitspraak
6 april 2018
Publicatiedatum
5 april 2018
Zaaknummer
18/00237
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 30c lid 1 RvArt. 407 lid 3 RvArt. 80a RO
Verwijzingen
5 uitgaand · 5 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep wegens niet-electronische procesinleiding en ontbreken advocaat

In deze zaak heeft eiseres beroep in cassatie ingesteld tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam. De Hoge Raad verwijst naar het vonnis van de kantonrechter Amsterdam en het arrest van het gerechtshof als onderliggende beslissingen.

De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd dat eiseres niet-ontvankelijk moet worden verklaard omdat de procesinleiding niet is ingediend via de voorgeschreven elektronische weg en bovendien niet voldeed aan de eis dat een advocaat bij de Hoge Raad is aangewezen die eiseres in cassatie zal vertegenwoordigen.

Eiseres kreeg de mogelijkheid om deze verzuimen binnen twee weken te herstellen door de procesinleiding opnieuw in te dienen conform de wettelijke vereisten, maar heeft hiervan geen gebruik gemaakt. Daarom verklaart de Hoge Raad haar cassatieberoep niet-ontvankelijk.

Het arrest is gewezen door de raadsheren Van Buchem-Spapens (voorzitter), Polak, Kroeze en in het openbaar uitgesproken door Tanja-van den Broek op 6 april 2018.

Uitkomst: Eiseres wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar cassatieberoep wegens niet-naleving van procedurele vereisten.

Uitspraak

6 april 2018
Eerste Kamer
18/00237
EV/MD
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[eiseres],
wonende te [woonplaats],
EISERES tot cassatie,
t e g e n
ESTÉE LAUDER B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiseres] en Estée Lauder.

1.Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak 4020691 CV EXPL 15-8385 van de kantonrechter te Amsterdam van 2 februari 2016;
b. het arrest in de zaak 200.190.280/01 van het gerechtshof Amsterdam van 22 augustus 2017.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van [eiseres] in haar cassatieberoep op de voet van art. 80a RO.

3.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

Het cassatieberoep is niet ingesteld op de in art. 30c lid 1 Rv voorgeschreven wijze door indiening van een procesinleiding langs elektronische weg. Ook voldoet de procesinleiding niet aan de eisen van art. 407 lid 3 Rv Pro, nu daarin niet een advocaat bij de Hoge Raad is aangewezen die [eiseres] in het geding in cassatie zal vertegenwoordigen. Deze verzuimen konden worden hersteld door dezelfde procesinleiding met inachtneming van de vereisten van de art. 30c en 407 lid 3 Rv opnieuw in te dienen. [eiseres] heeft evenwel geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om de verzuimen binnen twee weken te herstellen. Dit brengt mee dat zij in haar beroep niet-ontvankelijk dient te worden verklaard.

4.Beslissing

De Hoge Raad verklaart [eiseres] niet-ontvankelijk in haar cassatieberoep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, M.V. Polak en M.J. Kroeze, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer T.H. Tanja-van den Broek op
6 april 2018.