ECLI:NL:PHR:2022:642
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep wegens niet-naleving procesinleiding door advocaat
Eiser heeft zonder tussenkomst van een advocaat bij de Hoge Raad cassatieberoep ingesteld tegen een arrest van het hof Arnhem-Leeuwarden. De procesinleiding voldeed niet aan de formele vereisten omdat geen advocaat werd aangewezen die eiser in cassatie zou vertegenwoordigen. De griffie van de Hoge Raad heeft eiser geïnformeerd over het verzuim en gewezen op de mogelijkheid tot herstel binnen twee weken door herindiening via het webportaal door een advocaat.
Eiser heeft wel inhoudelijke gronden voor het cassatieberoep aangegeven, maar niet voldaan aan de formele vereisten voor de procesinleiding. De Hoge Raad stelt dat in burgerlijke zaken cassatieberoep alleen ontvankelijk is indien het beroep wordt ingesteld door een advocaat bij de Hoge Raad via het webportaal. Dit volgt uit artikel 407 Rv Pro en artikel 30c Rv in verbinding met het Besluit elektronisch procederen.
Omdat eiser geen herstel heeft verricht binnen de gestelde termijn, wordt hij niet-ontvankelijk verklaard in zijn cassatieberoep. Dit oordeel sluit aan bij eerdere jurisprudentie van de Hoge Raad waarin het niet naleven van deze procesvoorschriften leidt tot niet-ontvankelijkheid. De conclusie van de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad is dan ook dat het cassatieberoep moet worden verworpen wegens niet-ontvankelijkheid.
Uitkomst: Het cassatieberoep is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-naleving van de vereiste procesinleiding door een advocaat bij de Hoge Raad en het niet herstellen van het verzuim binnen de gestelde termijn.