ECLI:NL:PHR:2022:642

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
10 juni 2022
Publicatiedatum
30 juni 2022
Zaaknummer
22/01621
Type
Conclusie
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9j AdvocatenwetArt. 13 AdvocatenwetArt. 30c lid 1 RvArt. 30c lid 6 RvArt. 407 lid 1 Rv
Verwijzingen
17 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep wegens niet-naleving procesinleiding door advocaat

Eiser heeft zonder tussenkomst van een advocaat bij de Hoge Raad cassatieberoep ingesteld tegen een arrest van het hof Arnhem-Leeuwarden. De procesinleiding voldeed niet aan de formele vereisten omdat geen advocaat werd aangewezen die eiser in cassatie zou vertegenwoordigen. De griffie van de Hoge Raad heeft eiser geïnformeerd over het verzuim en gewezen op de mogelijkheid tot herstel binnen twee weken door herindiening via het webportaal door een advocaat.

Eiser heeft wel inhoudelijke gronden voor het cassatieberoep aangegeven, maar niet voldaan aan de formele vereisten voor de procesinleiding. De Hoge Raad stelt dat in burgerlijke zaken cassatieberoep alleen ontvankelijk is indien het beroep wordt ingesteld door een advocaat bij de Hoge Raad via het webportaal. Dit volgt uit artikel 407 Rv Pro en artikel 30c Rv in verbinding met het Besluit elektronisch procederen.

Omdat eiser geen herstel heeft verricht binnen de gestelde termijn, wordt hij niet-ontvankelijk verklaard in zijn cassatieberoep. Dit oordeel sluit aan bij eerdere jurisprudentie van de Hoge Raad waarin het niet naleven van deze procesvoorschriften leidt tot niet-ontvankelijkheid. De conclusie van de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad is dan ook dat het cassatieberoep moet worden verworpen wegens niet-ontvankelijkheid.

Uitkomst: Het cassatieberoep is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-naleving van de vereiste procesinleiding door een advocaat bij de Hoge Raad en het niet herstellen van het verzuim binnen de gestelde termijn.

Conclusie

PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

Nummer22/01621

Zitting10 juni 2022
CONCLUSIE
In de zaak
[eiser]
tegen
[verweerster]
1. Bij brief, ontvangen ter griffie van de Hoge Raad op 14 april 2022 (hierna: ‘procesinleiding’) [1] , heeft [eiser] zonder tussenkomst van een advocaat cassatieberoep ingesteld tegen het arrest van 18 januari 2022 van het hof Arnhem-Leeuwarden. [2] In de procesinleiding wordt geen advocaat bij de Hoge Raad als bedoeld in art. 9j van de Advocatenwet aangewezen die [eiser] zal vertegenwoordigen.
2. Bij brief van 15 april 2022 heeft de griffie van de Hoge Raad aan [eiser] bericht dat het cassatieberoep niet op de voorgeschreven wijze is aangebracht, te weten door indiening van een procesinleiding in het webportaal van de Hoge Raad door een advocaat bij de Hoge Raad die [eiser] in het geding zal vertegenwoordigen. De griffie van de Hoge Raad heeft in de brief erop gewezen dat het verzuim kan worden hersteld door binnen twee weken na binnenkomst dezelfde procesinleiding opnieuw in te dienen, maar nu door een advocaat bij de Hoge Raad en via het webportaal van de Hoge Raad.
3. Bij brief met bijlagen, ontvangen ter griffie op 28 april 2022, heeft [eiser] aangegeven dat en op welke inhoudelijke gronden hij het cassatieberoep wil doorzetten. Op de daarvoor geldende formele vereisten wordt in die brief niet ingegaan. [3]
4. De vraag die moet worden beantwoord is of [eiser] ontvankelijk is in zijn cassatieberoep. Een cassatieberoep in een burgerlijke zaak kan alleen worden ingesteld met tussenkomst van een advocaat bij de Hoge Raad. [4] In een vorderingsprocedure, zoals deze procedure, moet het cassatieberoep op grond van art. 407 leden Pro 1 en 3 Rv worden ingesteld door middel van een procesinleiding waarin een advocaat bij de Hoge Raad wordt aangewezen die eiser tot cassatie in het geding zal vertegenwoordigen. De procesinleiding moet op grond van art. 30c lid 1 in verbinding met art. 407 lid 1 Rv Pro langs elektronische weg worden ingediend. Daarvoor is het webportaal van de Hoge Raad aangewezen. [5] Volgens de rechtspraak van de Hoge Raad leidt het niet in acht nemen van deze voorschriften tot niet-ontvankelijkheid van eiser tot cassatie in zijn cassatieberoep. [6] Dat is alleen anders indien de verzuimen zijn hersteld doordat dezelfde procesinleiding met inachtneming van de voorschriften opnieuw is ingediend. In dat verband hanteert de Hoge Raad een termijn van twee weken. [7]
5. Herstel heeft in deze procedure niet plaatsgevonden.
6. [eiser] dient op grond van het voorgaande niet-ontvankelijk te worden verklaard in zijn cassatieberoep.

Conclusie

De conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van [eiser] in zijn cassatieberoep.
De Procureur-Generaal bij de
Hoge Raad der Nederlanden
A-G

Voetnoten

1.In burgerlijke zaken kan cassatieberoep immers slechts worden ingesteld door middel van een procesinleiding. Zie art. 407 lid 1 Rv Pro en art. 426a lid 1 Rv.
2.Zaaknummer 200.293.275/01.
3.Uit de bijlagen valt af te leiden dat [eiser] van een advocaat bij de Hoge Raad een negatief cassatieadvies heeft ontvangen en dat de Deken van de Orde van advocaten op die grond een verzoek ex art. 13 Advocatenwet Pro heeft afgewezen.
4.Dat is een advocaat die over bijzondere kwalificaties beschikt om in civiele cassatieprocedures te mogen optreden. Zie art. 9j van de Advocatenwet en de daarop gebaseerde regelgeving.
5.De grondslag daarvoor is te vinden in art. 30f Rv in verbinding met art. 2 van Pro het Besluit elektronisch procederen (
6.Zie onder meer HR 29 september 2017, ECLI:NL:HR:2017:2525,
7.Zie de rechtspraak die in de voorgaande voetnoot is vermeld. Voor wat betreft het voorschrift van art. 30c lid 1 Rv (indiening langs elektronische weg) volgt uit art. 30c lid 6 Rv dat de rechter de gelegenheid moet geven het verzuim te herstellen binnen een door hem of haar te bepalen termijn.