ECLI:NL:PHR:2018:299
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep wegens ontbreken advocaat en niet-digitale indiening
Eiseres stelde cassatieberoep in tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam waarin haar vorderingen wegens kennelijk onredelijk ontslag en aansprakelijkheid van Estée Lauder B.V. werden afgewezen. Het cassatieberoep werd echter niet op de voorgeschreven wijze ingediend: de procesinleiding werd niet elektronisch via het webportaal van de Hoge Raad ingediend en er werd geen advocaat bij de Hoge Raad aangewezen, zoals vereist volgens art. 407 lid 3 Rv Pro.
De Hoge Raad gaf eiseres de mogelijkheid om binnen twee weken het verzuim te herstellen, maar zij maakte hier geen gebruik van. Verzoeken om uitstel werden afgewezen op grond van vaste rechtspraak en het toepasselijke Procesreglement Hoge Raad der Nederlanden. Argumenten van eiseres dat art. 30c lid 6 Rv een facultatieve regeling is en dat de Hoge Raad haar op grond van eerdere arresten een tweede kans zou moeten geven, werden verworpen.
De Hoge Raad benadrukte dat art. 30c lid 6 Rv uitsluitend ziet op het herstel van het verzuim om de procesinleiding digitaal in te dienen en niet op het aanstellen van een advocaat bij de Hoge Raad. Het cassatieberoep werd daarom niet-ontvankelijk verklaard. De procedurele regels en vaste jurisprudentie werden strikt toegepast om de goede procesorde te waarborgen.
Uitkomst: Het cassatieberoep is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een advocaat bij de Hoge Raad en het niet elektronisch indienen van de procesinleiding.