Conclusie
eisers tot cassatie,
1.Inleiding
2.Procesverloop
3.Ontvankelijkheid van het cassatieberoep
Inleiding
dezelfde procesinleidingopnieuw in te dienen, maar dan overeenkomstig de wettelijke regels – welke handelwijze, zoals hierna te bespreken, is voorgeschreven in de rechtspraak van de Hoge Raad –, rijst de vraag of [eisers] ontvankelijk zijn in hun cassatieberoep.
dezelfde procesinleiding’dan wel ‘
hetzelfde verzoekschrift’ [17] opnieuw in te dienen, met inachtneming van de vereisten van art. 407 lid 3 Rv Pro dan wel art. 426a Rv. Als het verzuim niet binnen twee weken in die zin wordt hersteld, volgt niet-ontvankelijkheid van eiser dan wel verzoeker in zijn beroep. [18] Tegenwoordig gaat de indiening van een procesinleiding in cassatie zonder advocaat bij de Hoge Raad steeds gepaard met een indiening op andere wijze dan de door art. 30c lid 1 Rv voorgeschreven indiening langs elektronisch weg. Met betrekking tot beide gebreken wordt de lijn van de Hoge Raad in recente uitspraken aldus onder woorden gebracht:
dezelfde procesinleiding,maar dan dus door een advocaat bij de Hoge Raad
.De Hoge Raad staat dus niet toe dat die advocaat een andere procesinleiding indient met andere, gewijzigde of aanvullende klachten. Dat valt op zichzelf goed te begrijpen. De art. 407 lid 2 Rv Pro en 426a lid 2 Rv eisen dat de procesinleiding de cassatiemiddelen bevat. Het is niet toegestaan deze nadien nog te vervangen, wijzigen of aan te vullen. Op dit punt bestaat dus volgens het geldende cassatieprocesrecht geen mogelijkheid tot herstel. [20] Dat is op zijn beurt begrijpelijk omdat daarmee de termijn voor het aanvoeren van cassatiemiddelen zou worden verlengd. Deze moeten volgens de wettelijk regeling nu eenmaal binnen de cassatietermijn geformuleerd zijn.
zoals blijkt uit de in het namens [eiser 1] en [eiseres 2] ingediende procesinleiding tot cassatie met akte en bijlagen geformuleerde klachten en toelichtingen.
dezelfde procesinleidingopnieuw wordt ingediend, maar dan voorzien van de naam van de advocaat bij de Hoge Raad (dan kan er geen twijfel over bestaan dat de advocaat bij de Hoge Raad het middel ‘voor zijn rekening neemt’).