ECLI:NL:HR:2018:834

Hoge Raad

Datum uitspraak
5 juni 2018
Publicatiedatum
5 juni 2018
Zaaknummer
16/06311
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14g SrArt. 22d SrArt. 6 WVW 1994Art. 27a SrArt. 179, zesde lid, WVW 1994
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beperking duur vervangende hechtenis tot niet tenuitvoergelegde strafduur

De Hoge Raad behandelde het cassatieberoep van de verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag waarin vervangende hechtenis werd opgelegd die langer was dan de niet tenuitvoergelegde voorwaardelijke vrijheidsstraf. Het hof had een taakstraf van 100 uur opgelegd met een vervangende hechtenis van 50 dagen, terwijl de niet tenuitvoergelegde straf slechts vier weken bedroeg.

De Hoge Raad herhaalde eerdere jurisprudentie waarin werd vastgesteld dat de rechter niet vrij staat om vervangende hechtenis op te leggen die de duur van de niet tenuitvoergelegde straf overschrijdt. Op grond hiervan vernietigde de Hoge Raad het onderdeel van het arrest dat de duur van de vervangende hechtenis betreft en beperkte deze tot 28 dagen.

Daarnaast benadrukte de Hoge Raad dat het opleggen van een te lange vervangende hechtenis een onmiddellijk kenbare fout is die eenvoudig door de rechter kan worden hersteld. De voorkeur gaat uit naar herstel door de rechter die de zaak heeft behandeld, om duidelijkheid te scheppen over de tenuitvoerlegging.

Het beroep van de verdachte werd voor het overige verworpen. Hiermee bevestigde de Hoge Raad de strafrechtelijke uitgangspunten omtrent de maximale duur van vervangende hechtenis en de toepassing van art. 14g en 22d Sr.

Uitkomst: De vervangende hechtenis is beperkt tot 28 dagen, niet langer dan de niet tenuitvoergelegde strafduur.

Uitspraak

5 juni 2018
Strafkamer
nr. S 16/06311
SK
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 26 oktober 2016, nummer 22/003393-15, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1989.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft L.E.G. van der Hut, advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De plaatsvervangend Advocaat-Generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd dat het bestreden arrest zal worden vernietigd, maar uitsluitend wat betreft de duur van de bij de aan de verdachte opgelegde taakstraf bevolen vervangende hechtenis ten aanzien van de zaak met parketnummer
22/004598-12, dat de Hoge Raad zal bepalen dat de vervangende hechtenis 28 dagen beloopt, en dat het beroep voor het overige zal worden verworpen.

2.Beoordeling van het middel

2.1.
Het middel klaagt over de toewijzing van de vordering tot tenuitvoerlegging van de door het Hof Den Haag bij arrest van 17 april 2013 voorwaardelijk opgelegde hechtenis, nu de door het Hof bevolen vervangende hechtenis de duur van de niet tenuitvoergelegde vrijheidsstraf overstijgt.
2.2.
Het Hof heeft de verdachte bij het thans bestreden arrest ter zake van "overtreding van art. 6 WVW Pro 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander zwaar lichamelijk letsel wordt toegebracht en terwijl het feit mede is veroorzaakt doordat de schuldige een krachtens deze wet vastgestelde maximumsnelheid in ernstige mate heeft overschreden", veroordeeld tot een gevangenisstraf van acht maanden met aftrek als bedoeld in art. 27a Sr en een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van drie jaren met aftrek als bedoeld in art. 179, zesde lid, WVW 1994. Voorts houdt het dictum van het bestreden arrest, voor zover voor de beoordeling van het middel van belang, het volgende in:
"Het hof:
(...)
Gelast de tenuitvoerlegging van de straf, voorwaardelijk opgelegd bij arrest van het gerechtshof Den Haag van 17 april 2013, parketnummer 22-004598-12, te weten van hechtenis voor de duur van vier weken voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, te vervangen door: taakstraf, voor de duur van 100 (honderd) uren, bij gebreke van het naar behoren verrichten te vervangen door 50 (vijftig) dagen hechtenis."
2.3.
Bij de beoordeling van het middel zijn de volgende wettelijke bepalingen van belang:
- art. 14g, eerste en tweede lid, Sr:
"1. Indien enige gestelde voorwaarde niet wordt nageleefd kan de rechter, na ontvangst van een vordering van het openbaar ministerie en onverminderd het bepaalde in artikel 14f,
1°. gelasten dat de niet tenuitvoergelegde straf alsnog zal worden tenuitvoergelegd;
2°. al of niet onder instandhouding of wijziging van de voorwaarden gelasten dat een gedeelte van de niet tenuitvoergelegde straf alsnog zal worden tenuitvoergelegd.
2. In plaats van een last tot tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf te geven kan de rechter een taakstraf als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel a, onder 3°, gelasten. De artikelen 22b tot en met 22k zijn van overeenkomstige toepassing."
- art. 22d, eerste, tweede en derde lid, Sr:
"1. In het vonnis waarbij taakstraf wordt opgelegd, beveelt de rechter, voor het geval dat de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast.
2. De duur van de vervangende hechtenis wordt in gehele dagen, weken of maanden vastgesteld.
3. De vervangende hechtenis beloopt ten minste één dag en ten hoogste vier maanden. Voor elke twee uren van de taakstraf wordt niet meer dan één dag opgelegd."
2.4.
Ingevolge art. 14g, eerste lid, Sr kan de rechter gelasten dat de niet tenuitvoergelegde vrijheidsstraf alsnog geheel of gedeeltelijk zal worden tenuitvoergelegd. De wet voorziet niet in de mogelijkheid dat de rechter zal gelasten dat een vrijheidsstraf zal worden tenuitvoergelegd die van langere duur is dan de niet tenuitvoergelegde straf. Een redelijke wetsuitleg brengt mee dat het de rechter evenmin vrij staat om een vervangende hechtenis op te leggen die de duur van de niet tenuitvoergelegde vrijheidsstraf overstijgt (vgl. HR 18 februari 2014, ECLI:NL:HR:2014:383 en HR 1 april 2014, ECLI:NL:HR:2014:776, NJ 2014/207).
2.5.
Uit het vorenoverwogene volgt dat het middel terecht is voorgesteld. De Hoge Raad zal zelf de duur van de vervangende hechtenis aldus verminderen dat deze 28 dagen beloopt.
2.6.
Opmerking verdient nog het volgende. Het opleggen van een vervangende hechtenis die de duur van de niet tenuitvoergelegde vrijheidsstraf overstijgt vormt een onmiddellijk kenbare fout die zich voor eenvoudig herstel leent door de rechter(s) die op de zaak heeft/hebben gezeten overeenkomstig hetgeen de Hoge Raad heeft beslist in zijn arresten van 6 juli 2010, ECLI:NL:HR:2010:BJ7243, NJ 2012/248 en 12 juni 2012, ECLI:NL:HR:2012:BW1478, NJ 2012/490. Deze wijze van herstel verdient de voorkeur, omdat daardoor ondubbelzinnig duidelijkheid komt te bestaan omtrent de voor tenuitvoerlegging vatbare strafoplegging.

3.Slotsom

Nu de Hoge Raad geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, brengt hetgeen hiervoor is overwogen mee dat als volgt moet worden beslist.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de duur van de bij de aan de verdachte opgelegde taakstraf bevolen vervangende hechtenis;
beveelt dat de vervangende hechtenis 28 dagen beloopt;
verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier A. El Mokhtari, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
5 juni 2018.