Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het derde middel
3.Beoordeling van het eerste, tweede, vierde en vijfde middel
4.Slotsom
5.Beslissing
5 juni 2018.
Hoge Raad
Verdachte werd door het hof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld voor medeplegen van opzettelijk gebruik van een vals KvK-uittreksel van een eenmanszaak, waarmee een ondernemersrekening bij de Rabobank werd geopend. Het uittreksel vermeldde onjuist dat verdachte eigenaar was van de eenmanszaak, terwijl de onderneming feitelijk door anderen werd gedreven.
De bewezenverklaring steunde op verklaringen van verdachte en medeverdachten, documenten zoals het KvK-uittreksel, bankverslagen en overeenkomsten. De rechtbank oordeelde dat verdachte het vals geschrift bewust gebruikte ter misleiding van de bank. De verdediging voerde aan dat verdachte juridisch eigenaar was en daarom geen valsheid in geschrifte gepleegd kon zijn.
De Hoge Raad oordeelde dat de bewezenverklaring niet zonder meer uit de bewijsvoering kan worden afgeleid, met name dat verdachte en/of haar mededaders het uittreksel aan de Rabobank hebben overgelegd. Hierdoor is het vonnis niet naar de eis der wet met redenen omkleed. De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest voor zover het het onder 2 tenlastegelegde en de strafoplegging betreft en wijst de zaak terug naar het hof voor hernieuwde behandeling.
Uitkomst: Het arrest wordt vernietigd voor het onder 2 tenlastegelegde en de strafoplegging en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.