Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Slotsom
4.Beslissing
23 januari 2018.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
In deze zaak stond de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel (w.v.v.) ten laste van betrokkene centraal, die was veroordeeld voor witwassen van drie geldbedragen met een totaal van € 67.992,13. Het hof had het w.v.v. vastgesteld op hetzelfde bedrag, gebaseerd op contante opnames en overmakingen die onderdeel waren van het bewezenverklaarde witwassen.
De Hoge Raad oordeelde echter dat het hof ten onrechte aannam dat het bewezenverklaarde witwassen automatisch het bedrag van het wederrechtelijk verkregen voordeel bepaalde. De motivering ontbrak waarom betrokkene daadwerkelijk tot dat bedrag voordeel had verkregen. Dit is in strijd met eerdere jurisprudentie (HR 2013:BY5217).
Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest en verwees de zaak terug naar het Gerechtshof Den Haag voor een nieuwe beoordeling van het w.v.v. op het bestaande hoger beroep. De overige onderdelen van de strafzaak, zoals de verbeurdverklaring van een woning en andere goederen, bleven buiten beschouwing in deze procedure.
De uitspraak benadrukt het belang van een gedegen en gemotiveerde schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel in ontnemingszaken, waarbij niet zonder meer mag worden aangenomen dat het bedrag van het bewezenverklaarde witwassen gelijk is aan het verkregen voordeel.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest en wijst de zaak terug voor hernieuwde beoordeling van het wederrechtelijk verkregen voordeel.