Conclusie
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CONCLUSIE
vijfde middelte bespreken. Het middel behelst de klacht dat de schatting van de omvang van het wederrechtelijk verkregen voordeel ontoereikend is gemotiveerd.
Parket bij de Hoge Raad
In deze zaak is betrokkene veroordeeld wegens witwassen van een bedrag van €212.790,-, verkregen in de periode van 1 januari 2007 tot en met 31 december 2010. De rechtbank had geoordeeld dat betrokkene wederrechtelijk voordeel had genoten omdat hij vrijelijk over het geld kon beschikken. Dit oordeel werd door het hof bevestigd.
De procureur-generaal bij de Hoge Raad stelt echter dat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd waarom het voordeel daadwerkelijk is genoten. De enkele omstandigheid dat betrokkene vrijelijk over het geld kon beschikken, is volgens de Hoge Raad niet toereikend. Zonder nadere motivering is het oordeel van het hof onbegrijpelijk.
De conclusie van de procureur-generaal strekt tot vernietiging van het arrest en terugwijzing van de zaak naar het hof voor een nieuwe beoordeling. De overige middelen van cassatie behoeven geen bespreking. Er zijn geen ambtshalve gronden voor vernietiging gevonden.
De zaak betreft een toepassing van artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht, waarbij moet worden vastgesteld of en in hoeverre voordeel is genoten uit het bewezen verklaarde witwassen. De Hoge Raad benadrukt het belang van een voldoende gemotiveerde schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen wegens onvoldoende motivering van het genoten voordeel uit witwassen.