ECLI:NL:HR:2018:947

Hoge Raad

Datum uitspraak
19 juni 2018
Publicatiedatum
19 juni 2018
Zaaknummer
16/00602
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROArt. 23 SvArt. 552a SvArt. 94a Sv
Verwijzingen
6 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling behoorlijke oproeping klager voor raadkamerbehandeling klaagschrift

In deze zaak stond de vraag centraal of de oproeping van de klager voor de raadkamerbehandeling van een klaagschrift ex art. 552a Sv op behoorlijke wijze had plaatsgevonden. De klager had bezwaar gemaakt tegen de wijze van oproeping, stellende dat deze niet naar zijn GBA-adres was verzonden, wat volgens hem een vereiste zou zijn.

De Hoge Raad heeft geoordeeld dat noch uit art. 23 Sv Pro noch uit art. 552a Sv volgt dat de oproeping aan de klager moet worden betekend op het GBA-adres. Indien de klager een ander postadres heeft opgegeven, kan volstaan worden met toezending van de oproeping aan dat adres. In deze zaak was de oproeping verzonden naar het door de klager opgegeven postadres en tevens was een afschrift aan de raadsman van de klager gezonden.

De Hoge Raad verwierp het beroep van de klager en bevestigde daarmee dat de oproeping op juiste wijze had plaatsgevonden. Deze beslissing sluit aan bij eerdere jurisprudentie, waaronder ECLI:NL:HR:2015:2879. Het middel tot cassatie werd niet ontvankelijk verklaard omdat het geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling bevatte.

Uitkomst: Het beroep van klager in cassatie wordt verworpen; oproeping was rechtsgeldig.

Uitspraak

19 juni 2018
Strafkamer
nr. S 16/00602 B
ES
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de Rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats 's-Hertogenbosch, van 22 december 2015, nummer RK 12/2372, op een klaagschrift als bedoeld in art. 552a Sv, ingediend door:
[klager], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1973.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de klager. Namens deze heeft R.J. Baumgardt, advocaat te Rotterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van het middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
19 juni 2018.