Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het tweede middel
- zakelijk weergegeven - als relaas van bevindingen van verbalisanten:
3.Beoordeling van de middelen voor het overige
4.Beslissing
2 juli 2019.
Hoge Raad
De verdachte werd door het hof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld voor verduistering van een portemonnee met diverse persoonsgebonden pasjes die hij had gevonden en niet had gemeld bij de autoriteiten. Het hof stelde vast dat de verdachte de portemonnee drie tot vier dagen bij zich had en deze niet had ingeleverd, waardoor hij zich deze wederrechtelijk had toegeëigend.
De verdediging voerde aan dat de verdachte de portemonnee als vinder rechtmatig onder zich had en de intentie had deze in te leveren, maar dit nog niet had gedaan. Ook werd aangevoerd dat het politiebureau in het weekend gesloten was, waardoor het niet eenvoudig was de spullen direct af te geven.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof onvoldoende had gemotiveerd waarom het oordeel dat de verdachte opzettelijk en wederrechtelijk de goederen had toegeëigend, juist was. De Hoge Raad vernietigde daarom het arrest en verwees de zaak terug naar het hof voor een nieuwe beoordeling op het bestaande hoger beroep.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.