Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
10 september 2019.
Hoge Raad
In deze strafzaak ging het om het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch waarin verdachte was veroordeeld voor vervaardigen, bezitten, verspreiden van kinderporno en ontuchtige handelingen via webcam met minderjarigen.
Het bijzonder hoger beroep (h.b.) van verdachte werd door het hof niet-ontvankelijk verklaard omdat het te laat was ingesteld. Namens verdachte was de bijzondere volmacht pas na sluitingstijd van de griffie op de laatste dag van de beroepstermijn per e-mail verzonden.
Verdachte klaagde over een 'manifest failure' van zijn raadsman die ten onrechte had bevestigd dat het h.b. was ingesteld. Ook werd verzocht de beroepstermijn te verruimen tot 24:00 uur in plaats van 17:00 uur. De Hoge Raad oordeelde dat het middel niet tot cassatie kon leiden en verwierp het beroep zonder nadere motivering.
De uitspraak bevestigt de strikte toepassing van beroepstermijnen en benadrukt dat fouten van raadsman niet zonder meer leiden tot ontvankelijkheid van een te laat ingesteld rechtsmiddel.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen wegens te late indiening van het bijzonder hoger beroep.