Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
19 november 2019.
Hoge Raad
In deze strafzaak stond de vraag centraal of de verdachte opzettelijk heeft nagelaten te voldoen aan de meldingsplicht voor verdachte of ongebruikelijke transacties met betrekking tot drugsprecursoren, zoals voorgeschreven in art. 2 van Pro de Wet Voorkoming Misbruik Chemicaliën.
De verdachte was door het gerechtshof 's-Hertogenbosch veroordeeld wegens meermalen opzettelijk nalaten van deze meldingsplicht. Het cassatieberoep richtte zich op de vraag of het hof ten onrechte had geoordeeld dat sprake was van opzet, waarbij het hof het zogenaamde kleurloze opzet toepaste.
De Hoge Raad oordeelde dat het middel van cassatie niet tot vernietiging van het arrest kan leiden en dat geen nadere motivering nodig is omdat het middel geen rechtsvragen oproept die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Daarom werd het beroep van de verdachte verworpen en bleef het arrest van het hof in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de veroordeling wegens opzettelijk nalaten van de meldingsplicht.