Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het derde middel
3.Beoordeling van de overige middelen
4.Beslissing
26 november 2019.
Hoge Raad
De verdachte werd door het Hof ’s-Hertogenbosch veroordeeld voor medeplegen van het aanwezig hebben van hennep en medeplegen van diefstal van elektriciteit door verbreking. Het Hof had zich daarbij aangesloten bij het vonnis van de politierechter, waarbij volstaan werd met een opgave van bewijsmiddelen. Echter, tijdens de terechtzitting in hoger beroep had de raadsman van de verdachte vrijspraak bepleit.
De Hoge Raad oordeelt dat het Hof in strijd met artikel 359, derde lid, tweede volzin van het Wetboek van Strafvordering heeft gehandeld door vol te blijven houden met een beperkte opgave van bewijsmiddelen, terwijl vrijspraak was bepleit. Dit maakt dat het Hof niet voldeed aan de vereisten voor een volledige motivering en hoor en wederhoor.
Op grond van de conclusie van de Advocaat-Generaal en de overwegingen vernietigt de Hoge Raad het arrest van het Hof en wijst de zaak terug naar het Hof ’s-Hertogenbosch. Het Hof dient de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw te behandelen en te beslissen, met inachtneming van de juiste procesregels.
De overige middelen van cassatie behoeven geen bespreking vanwege de vernietiging en terugwijzing. Het arrest is gewezen door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad en uitgesproken in een openbare terechtzitting.
Uitkomst: Het arrest van het Hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.