Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
‘s-Hertogenbosch, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
19 oktober 2021.
Hoge Raad
De verdachte werd door het hof veroordeeld voor medeplichtigheid aan het opzettelijk telen van 561 hennepplanten in een loods te Middelburg. Het hof stelde vast dat verdachte de loods ter beschikking stelde en huur betaalde, terwijl hij zich bewust was van de aanmerkelijke kans dat er hennep werd geteeld. De verdediging voerde aan dat het opzet op het gronddelict niet voldoende was bewezen, maar het hof verwierp dit en baseerde zijn oordeel mede op het verhaal van een andere man over illegale activiteiten met namaakkleding.
De Hoge Raad oordeelt echter dat het hof zijn oordeel onvoldoende heeft gemotiveerd, met name doordat het niet duidelijk is gemaakt of het verhaal van die andere man voor verdachte ongeloofwaardig was of dat het op enig moment zijn betekenis verloor. Hierdoor is het opzet van verdachte op het telen van hennep niet overtuigend vastgesteld.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en wijst de zaak terug naar het gerechtshof 's-Hertogenbosch voor een nieuwe beoordeling en afdoening van de zaak. Dit arrest bouwt voort op eerdere jurisprudentie omtrent het vereiste van dubbel opzet bij medeplichtigheid aan hennepteelt.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting wegens onvoldoende motivering van het opzet op medeplichtigheid aan hennepteelt.