Uitspraak
wonende te [woonplaats],
gevestigd te 's-Hertogenbosch,
2.Beoordeling van het middel in het principale beroep
3.Beslissing
13 december 2019.
Hoge Raad
In deze zaak stond centraal of Van Lanschot N.V., voormalig werkgever van eiser, onzorgvuldig heeft gehandeld door op verzoek van De Nederlandsche Bank (DNB) negatieve informatie over eiser te verstrekken aan diens nieuwe werkgever. Eiser stelde dat dit onrechtmatig was en startte een procedure.
De zaak doorliep meerdere instanties, waarbij rechtbank en gerechtshof de stellingen van eiser afwezen. Het hof bevestigde dat de verstrekte informatie niet onrechtmatig was en dat de bevoegdheid van DNB om dergelijke informatie op te vragen niet ter discussie stond.
Eiser stelde cassatieberoep in bij de Hoge Raad, die het beroep echter verwierp omdat de klachten geen aanleiding gaven tot beantwoording van rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Tevens werd eiser veroordeeld in de proceskosten.
Deze uitspraak bevestigt de zorgvuldigheid van het handelen van de voormalig werkgever en de rol van DNB bij het verstrekken van negatieve informatie over werknemers aan nieuwe werkgevers binnen de bankensector.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt dat de voormalig werkgever niet onrechtmatig heeft gehandeld.