ECLI:NL:HR:2019:347

Hoge Raad

Datum uitspraak
12 maart 2019
Publicatiedatum
12 maart 2019
Zaaknummer
18/01360
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 94a SvArt. 552a SvArt. 22 Sv
Verwijzingen
5 uitgaand · 7 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging en terugwijzing wegens niet-openbare behandeling klaagschrift beslag witwassen

In deze zaak ging het om een klaagschrift van klaagster tegen beslaglegging op geld, een horloge en sieraden in verband met verdenking van witwassen. De behandeling van het klaagschrift door de raadkamer vond niet in het openbaar plaats, terwijl artikel 552a, zevende lid, Sv dit voorschrijft.

De Hoge Raad oordeelde dat deze niet-naleving leidt tot nietigheid van het onderzoek en de daarop gebaseerde beschikking, tenzij toepassing is gegeven aan de uitzonderingen in artikel 22, tweede en derde lid, Sv. Uit het proces-verbaal bleek niet dat de behandeling openbaar was geweest of dat de uitzonderingen waren toegepast.

Daarom werd de bestreden beschikking vernietigd en de zaak terugverwezen naar de Rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, voor een nieuwe openbare behandeling en beslissing op het klaagschrift. De uitspraak benadrukt het belang van openbaarheidsvereisten bij de behandeling van klaagschriften in strafprocedures.

Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking wegens niet-openbare behandeling van het klaagschrift en wijst de zaak terug voor hernieuwde behandeling.

Uitspraak

12 maart 2019
Strafkamer
nr. S 18/01360 B
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, van 21 maart 2018, nummer RK 17/008401, op een klaagschrift als bedoeld in art. 552a Sv, ingediend door:
[klaagster], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1981.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de klaagster. Namens deze heeft J.J.J. van Rijsbergen, advocaat te Breda, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden beschikking en tot terugwijzing van de zaak naar de Rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, teneinde op het bestaande klaagschrift opnieuw te worden behandeld en afgedaan.

2.Beoordeling van het middel

2.1.
Het middel klaagt dat de behandeling van het klaagschrift door de raadkamer niet in het openbaar heeft plaatsgevonden.
2.2.1.
Art. 552a, zevende lid, Sv bepaalt dat de behandeling van het klaagschrift door de raadkamer plaatsvindt in het openbaar. Dit voorschrift is van zodanige betekenis dat
– behoudens toepassing van art. 22, tweede en derde lid, Sv – de niet-naleving daarvan leidt tot nietigheid van het onderzoek en van de naar aanleiding daarvan gegeven beschikking.
2.2.2.
Het proces-verbaal van de behandeling door de raadkamer houdt niet in dat de behandeling in het openbaar heeft plaatsgevonden, zodat het ervoor moet worden gehouden dat dit niet is gebeurd, terwijl ook niet blijkt dat toepassing is gegeven aan art. 22, tweede en derde lid, Sv.
2.3.
Het middel klaagt daarover terecht.

3.Beslissing

De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden beschikking;
wijst de zaak terug naar de Rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, opdat de zaak op het bestaande klaagschrift opnieuw wordt behandeld en afgedaan.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren V. van den Brink en E.S.G.N.A.I. van de Griend, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
12 maart 2019.