Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
26 maart 2019.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
De zaak betreft een beroep in cassatie van een verdachte die werd veroordeeld voor zware mishandeling na een verkeersruzie waarbij hij met kracht tegen het hoofd en lichaam van het slachtoffer sloeg. Het slachtoffer liep onder meer gebitsschade op, waaronder gebroken en scheve voortanden.
De centrale vraag was of deze gebitsschade als zwaar lichamelijk letsel kan worden aangemerkt in de zin van artikel 302, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht. De Hoge Raad oordeelde dat het cassatiemiddel niet tot cassatie kan leiden en dat geen nadere motivering nodig is omdat het middel geen rechtsvragen oproept die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
De Advocaat-Generaal had geconcludeerd tot verwerping van het beroep, hetgeen de Hoge Raad volgde. Het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden bleef daarmee in stand. De uitspraak werd gedaan door de strafkamer van de Hoge Raad op 26 maart 2019.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de veroordeling voor zware mishandeling met gebitsschade.