ECLI:NL:HR:2019:484

Hoge Raad

Datum uitspraak
2 april 2019
Publicatiedatum
2 april 2019
Zaaknummer
17/02796
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 10a OpiumwetArt. 10.4 OpiumwetArt. 3.C OpiumwetArt. 4 lid 4 Opiumwet
Verwijzingen
6 uitgaand · 9 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging en terugwijzing wegens onvoldoende motivering opzet aanwezig hebben hennep en hasj

De zaak betreft het beroep in cassatie van verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch inzake voorbereidingshandelingen voor productie van amfetamine en het aanwezig hebben van hennep en hasj op een woonwagenkamp in Geldrop.

Het hof had geoordeeld dat verdachte opzet had op het aanwezig hebben van hennep en hasj in een schuur, maar deze motivering werd door de Hoge Raad als onvoldoende beoordeeld. Het hof had niet vastgesteld dat verdachte de schuur exclusief gebruikte en was uitgegaan van de juistheid van de verdediging dat de meterkast in de schuur alleen via een ander perceel toegankelijk was.

De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest voor zover het gaat om het bewezenverklaren van het opzet op het aanwezig hebben van hennep en hasj en de strafoplegging. De zaak wordt terugverwezen naar het hof voor hernieuwde berechting en beslissing. Voor het overige wordt het cassatieberoep verworpen.

Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd voor het onderdeel opzet aanwezig hebben hennep en hasj en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.

Uitspraak

2 april 2019
Strafkamer
nr. S 17/02796
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 6 april 2017, nummer 20/000349-14, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1978.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft B.G.J. de Rooij, advocaat te Eindhoven, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal F.W. Bleichrodt heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest, maar uitsluitend wat betreft de beslissingen ter zake van het onder 2 ten laste gelegde en de strafoplegging, tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof 's-Hertogenbosch, teneinde in zoverre op het bestaande beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan en tot verwerping van het beroep voor het overige.

2.Beoordeling van het middel

2.1.
Het middel klaagt dat het onder 1 en onder 2 bewezenverklaarde niet toereikend is gemotiveerd.
2.2.
Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard:
- onder 1 dat:
"hij op 23 april 2013 te Geldrop, om een feit, bedoeld in het vierde lid van artikel 10 van Pro de Opiumwet, te weten het opzettelijk bereiden van amfetamine, zijnde amfetamine een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, voor te bereiden en/of te bevorderen, voorwerpen en stoffen voorhanden heeft gehad, te weten:
- een hoeveelheid BMK (BenzylMethylKeton), en
- een glazen koppelstuk voor een destilleeropstelling, en
- een koppelstuk voor een mutaangas-aansluiting en
- meerdere jerrycans, en
- een gasmasker, en
- documentatie met informatie over productie van amfetamine, waarvan verdachte wist dat die bestemd waren tot het plegen van dat feit."
- onder 2 dat:
"hij op 23 april 2013 te Geldrop, opzettelijk aanwezig heeft gehad een hoeveelheid hennep en hasjiesj, zijnde hennep en hasjiesj middelen als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II."
2.3.
Op de gronden zoals vermeld in de conclusie van de Advocaat-Generaal faalt het middel voor zover het klaagt over de motivering van het onder 1 bewezenverklaarde en is het gegrond voor zover het klaagt over de motivering van het onder 2 bewezenverklaarde.

3.Beslissing

De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de beslissingen ter zake van het onder 2 tenlastegelegde en de strafoplegging;
wijst de zaak terug naar het Gerechtshof 's-Hertogenbosch, opdat de zaak in zoverre op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan;
verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier B.C. Broekhuizen-Meuter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
2 april 2019.