ECLI:NL:HR:2019:50

Hoge Raad

Datum uitspraak
15 januari 2019
Publicatiedatum
15 januari 2019
Zaaknummer
18/04630
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Herziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9.2 WVW 1994Art. 457 SvArt. 472 Sv
Verwijzingen
4 uitgaand · 5 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Herziening wegens persoonsverwisseling bij veroordeling rijden zonder geldig rijbewijs

Op 15 januari 2019 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak waarin herziening werd gevraagd van een onherroepelijk vonnis van de Politierechter te 's-Hertogenbosch. De gewezen verdachte was veroordeeld voor het rijden met een ongeldig verklaard rijbewijs op 8 december 2015, met een gevangenisstraf van twee weken waarvan een week voorwaardelijk.

De Advocaat-Generaal diende een aanvraag tot herziening in op grond van art. 457 lid 1 sub c Sv Pro, stellende dat sprake was van persoonsverwisseling. Namens het Centraal Verwijzings Orgaan Motorrijtuigen (CVOM) was medegedeeld dat de veroordeling voortkwam uit een onjuiste registratie, hetgeen een ernstig vermoeden opriep dat de veroordeelde niet de juiste persoon was.

De Hoge Raad oordeelde dat dit nieuwe gegeven, dat bij de oorspronkelijke terechtzitting niet bekend was, voldoende steun biedt aan de stelling van persoonsverwisseling. Hierdoor bestaat een ernstig vermoeden dat de Politierechter, indien hij hiervan op de hoogte was geweest, de verdachte zou hebben vrijgesproken. De Hoge Raad verklaarde de aanvraag gegrond, schorste zo nodig de tenuitvoerlegging van het vonnis en verwees de zaak naar het Gerechtshof 's-Hertogenbosch voor een nieuwe berechting.

Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de aanvraag tot herziening gegrond wegens persoonsverwisseling en verwijst de zaak naar het hof voor hernieuwde berechting.

Uitspraak

15 januari 2019
Strafkamer
nr. S 18/04630 H
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op een aanvraag van de Advocaat-Generaal bij de Hoge Raad tot herziening van een in kracht van gewijsde gegaan vonnis van de Politierechter in de Rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats 's-Hertogenbosch, van 28 juli 2016, nummer 96/077954-16, gewezen in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1962.

1.De uitspraak waarvan herziening is gevraagd

De Politierechter heeft de gewezen verdachte ter zake van "overtreding van artikel 9, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994", gepleegd op 8 december 2015, veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee weken, waarvan een week voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren.
2. De aanvraag tot herziening
2.1.
De aanvraag tot herziening is gedaan door de Advocaat-Generaal D.J.C. Aben. Zijn daartoe ingediende vordering, die aan dit arrest is gehecht en daarvan deel uitmaakt, strekt tot vernietiging van het vonnis van de Politierechter en vrijspraak van de gewezen verdachte.
2.2.
De aanvraag berust op de stelling dat sprake is van een gegeven als bedoeld in art. 457, eerste lid aanhef en onder c, Sv. In de aanvraag wordt daartoe aangevoerd dat in deze zaak sprake is van een persoonsverwisseling.

3.Beoordeling van de aanvraag

3.1.
Als grondslag voor een herziening kan, voor zover hier van belang, krachtens het eerste lid aanhef en onder c van art. 457 Sv Pro slechts dienen een door bescheiden gestaafd gegeven dat bij het onderzoek op de terechtzitting aan de rechter niet bekend was en dat het ernstige vermoeden wekt dat indien dit gegeven bekend zou zijn geweest, het onderzoek van de zaak zou hebben geleid tot een vrijspraak van de gewezen verdachte.
3.2.
Hetgeen door de Advocaat-Generaal in zijn aanvraag is vermeld, geeft steun aan de stelling waarop de aanvraag berust, te weten dat in de zaak die heeft geleid tot de uitspraak waarvan herziening is gevraagd, sprake is geweest van een persoonsverwisseling.
3.3.
Een en ander levert het ernstig vermoeden op dat de Politierechter, ware deze hiermee bekend geweest, de gewezen verdachte van het hem tenlastegelegde zou hebben vrijgesproken. Dat betekent dat hier sprake is van een gegeven als bedoeld in art. 457, eerste lid aanhef en onder c, Sv, zodat de aanvraag gegrond is.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
verklaart de aanvraag tot herziening gegrond;
beveelt voor zover nodig de opschorting of schorsing van de tenuitvoerlegging van voormeld vonnis van de Politierechter;
verwijst de zaak naar het Gerechtshof 's-Hertogenbosch opdat de zaak op de voet van art. 472, tweede lid, Sv opnieuw zal worden berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren A.J.A. van Dorst en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
15 januari 2019.