Uitspraak
1.De uitspraak waarvan herziening is gevraagd
3.Beoordeling van de aanvraag
4.Beslissing
15 januari 2019.
Hoge Raad
Op 15 januari 2019 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak waarin herziening werd gevraagd van een onherroepelijk vonnis van de Politierechter te 's-Hertogenbosch. De gewezen verdachte was veroordeeld voor het rijden met een ongeldig verklaard rijbewijs op 8 december 2015, met een gevangenisstraf van twee weken waarvan een week voorwaardelijk.
De Advocaat-Generaal diende een aanvraag tot herziening in op grond van art. 457 lid 1 sub c Sv Pro, stellende dat sprake was van persoonsverwisseling. Namens het Centraal Verwijzings Orgaan Motorrijtuigen (CVOM) was medegedeeld dat de veroordeling voortkwam uit een onjuiste registratie, hetgeen een ernstig vermoeden opriep dat de veroordeelde niet de juiste persoon was.
De Hoge Raad oordeelde dat dit nieuwe gegeven, dat bij de oorspronkelijke terechtzitting niet bekend was, voldoende steun biedt aan de stelling van persoonsverwisseling. Hierdoor bestaat een ernstig vermoeden dat de Politierechter, indien hij hiervan op de hoogte was geweest, de verdachte zou hebben vrijgesproken. De Hoge Raad verklaarde de aanvraag gegrond, schorste zo nodig de tenuitvoerlegging van het vonnis en verwees de zaak naar het Gerechtshof 's-Hertogenbosch voor een nieuwe berechting.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de aanvraag tot herziening gegrond wegens persoonsverwisseling en verwijst de zaak naar het hof voor hernieuwde berechting.