Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
23 juni 2020.
Hoge Raad
De verdachte werd door het gerechtshof Den Haag veroordeeld voor schuldheling van diverse Vespa scooteronderdelen die hij via Marktplaats had gekocht en te koop aanbood. Het hof stelde vast dat verdachte redelijkerwijs had moeten vermoeden dat de goederen door misdrijf waren verkregen, mede gelet op de omstandigheden van de aankoop en het ontbreken van een volledige e-mailcorrespondentie.
De verdediging voerde aan dat verdachte niet wist en ook niet behoefde te vermoeden dat de goederen gestolen waren, omdat hij de onderdelen tegen marktconforme prijzen had gekocht en de verkoper niet kende. Het hof verwierp dit verweer en baseerde zijn bewezenverklaring op verklaringen van de politie, de meldster en het dossier.
De Hoge Raad oordeelt echter dat uit de bewijsvoering niet zonder meer kan worden afgeleid dat verdachte in die mate tekort is geschoten in zijn onderzoeksplicht dat sprake is van aanmerkelijke onvoorzichtigheid, zoals vereist voor schuldheling. De motivering van het hof voldoet daarom niet aan de wettelijke eisen. Het arrest wordt vernietigd en de zaak terugverwezen voor hernieuwde behandeling in hoger beroep.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.