Conclusie
Heling fiets
Parket bij de Hoge Raad
De verdachte werd door het hof Den Haag veroordeeld voor schuldheling van een fiets die hij op 19 april 2019 te Delft bij zich had. Het hof achtte bewezen dat de fiets een door misdrijf verkregen goed was omdat het slot open was en er geen sleutel aanwezig was, en dat verdachte redelijkerwijs had moeten vermoeden dat de fiets gestolen was.
De verdediging voerde aan dat er geen direct bewijs was dat de fiets gestolen was en dat de verdachte geen onderzoeksplicht had omdat er geen duidelijke aanwijzingen waren. De Hoge Raad oordeelt dat het hof ten onrechte een feit van algemene bekendheid aannam zonder dit ter terechtzitting te bespreken en dat de motivering ontoereikend is, mede door onduidelijkheid over het type slot en het ontbreken van aanvullende indicaties van diefstal.
De Hoge Raad verwijst de zaak terug naar het hof voor hernieuwde beoordeling, waarbij het hof de zaak opnieuw moet behandelen en motiveren of en waarom de fiets van misdrijf afkomstig is en of verdachte redelijkerwijs dat had moeten vermoeden.
Uitkomst: Arrest van het hof vernietigd en zaak terugverwezen wegens onvoldoende motivering schuldheling fiets.