Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de cassatiemiddelen
3.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
4.Beslissing
30 juni 2020.
Hoge Raad
De Hoge Raad heeft op 30 juni 2020 uitspraak gedaan in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 11 maart 2019. De zaak betrof een verdachte die werd veroordeeld voor meermalige verduistering in dienstbetrekking en witwassen van verduisterde geldbedragen via internet en cryptovaluta.
De Hoge Raad beoordeelde drie hoofdvragen: de kwalificatie van het omzetten van verduisterde geldbedragen in bitcoins als witwassen, de vraag of sprake was van een voortgezette handeling, en de rechtmatigheid van de omzetting van vervangende hechtenis in gijzeling bij de opgelegde schadevergoedingsmaatregel.
Hoewel de klachten van de verdachte niet tot vernietiging van het hofarrest leidden, vernietigde de Hoge Raad ambtshalve het deel van het arrest waarin vervangende hechtenis werd toegepast. Dit volgt de lijn van een eerdere uitspraak (ECLI:NL:HR:2020:914). De Hoge Raad bepaalde dat in plaats van vervangende hechtenis gijzeling van gelijke duur kan worden toegepast conform artikel 6:4:20 Sv Pro.
Het beroep van de verdachte werd voor het overige verworpen, waarmee het hofarrest grotendeels in stand bleef.
Uitkomst: Vervangende hechtenis bij schadevergoedingsmaatregel vernietigd; gijzeling van gelijke duur toegestaan.