ECLI:NL:HR:2020:1229

Hoge Raad

Datum uitspraak
7 juli 2020
Publicatiedatum
6 juli 2020
Zaaknummer
19/01147
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 141 SrArt. 36f SrArt. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatieArt. 6:4:20 Sv
Verwijzingen
7 uitgaand · 3 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging vervangende hechtenis bij schadevergoedingsmaatregel in zaak openlijke geweldpleging

In deze strafzaak tegen de verdachte wegens openlijke geweldpleging heeft de Hoge Raad het beroep in cassatie behandeld tegen het arrest van het gerechtshof Den Haag van 27 februari 2019.

De verdachte stelde cassatiemiddelen in, waarvan één werd ingetrokken en een aanvullend middel werd voorgesteld. De advocaat-generaal concludeerde tot vernietiging van het hofarrest uitsluitend voor zover het de toepassing van vervangende hechtenis bij de schadevergoedingsmaatregel betreft, en tot verwerping van het beroep voor het overige.

De Hoge Raad oordeelde dat de klachten over het hofarrest niet tot vernietiging leiden, behalve ambtshalve voor het onderdeel vervangende hechtenis. De uitspraak van het hof werd vernietigd voor zover vervangende hechtenis werd toegepast, in lijn met een eerdere uitspraak (ECLI:NL:HR:2020:914). Tevens bepaalde de Hoge Raad dat gijzeling van gelijke duur kan worden toegepast conform artikel 6:4:20 Sv Pro.

Het beroep werd voor het overige verworpen. De uitspraak werd gedaan door de vice-president en raadsheren van de Strafkamer van de Hoge Raad op 7 juli 2020.

Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt ambtshalve het deel van het hofarrest waarin vervangende hechtenis is toegepast en bevestigt de toepassing van gijzeling van gelijke duur.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer19/01147
Datum7 juli 2020
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 27 februari 2019, nummer 22/004355-17, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1997,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben R.J. Baumgardt en P. van Dongen, beiden advocaat te Rotterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. Bij aanvullende schriftuur hebben de raadslieden en S. van den Akker, advocaat te Rotterdam, het eerste cassatiemiddel ingetrokken en een aanvullend cassatiemiddel voorgesteld. De schrifturen zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.
De advocaat-generaal B.F. Keulen heeft geconcludeerd tot vernietiging van de uitspraak van het hof, maar uitsluitend voor zover bij de schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van het slachtoffer vervangende hechtenis is toegepast, tot bepaling dat met toepassing van artikel 6:4:20 Sv Pro gijzeling van gelijke duur kan worden toegepast en tot verwerping van het beroep voor het overige.

2.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beoordeling van het derde cassatiemiddel

3.1
Het cassatiemiddel klaagt dat het hof ten onrechte de aan de schadevergoedingsmaatregel verbonden vervangende hechtenis niet heeft vernietigd.
3.2
De Hoge Raad kan het cassatiemiddel niet in behandeling nemen. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 4.

4.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof

4.1
Het hof heeft, door het vonnis van de rechtbank in zoverre te bevestigen, de verdachte de verplichting opgelegd, kort gezegd, om aan de Staat ten behoeve van het in het vonnis genoemde slachtoffer het in het vonnis vermelde bedrag te betalen, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door het in het vonnis genoemde aantal dagen hechtenis.
4.2
De Hoge Raad zal de uitspraak van het hof ambtshalve vernietigen voor zover daarbij vervangende hechtenis is toegepast, overeenkomstig hetgeen is beslist in HR 26 mei 2020, ECLI:NL:HR:2020:914.

5.Beslissing

De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend voor zover bij de schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van het in het door het hof bevestigde vonnis genoemde slachtoffer vervangende hechtenis is toegepast;
- bepaalt dat met toepassing van artikel 6:4:20 van Pro het Wetboek van Strafvordering gijzeling van gelijke duur kan worden toegepast;
- verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren J.C.A.M. Claassens en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier B.C. Broekhuizen-Meuter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
7 juli 2020.