Uitspraak
wonende te [woonplaats],
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
31 januari 2020.
Hoge Raad
In deze zaak stond de vraag centraal of er aansprakelijkheid bestaat voor door een dier toegebrachte letselschade tussen medebezitters van dat dier, en of hiervan een afwijking of verfijning kan worden gemaakt ten opzichte van het eerdere arrest HR 29 januari 2016 (Manegepaard Imagine).
De eiser, een man, had beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het hof van 17 juli 2018. De verweerders, Allianz Benelux N.V. en een vrouw, verweerden zich tegen het cassatieberoep. De Advocaat-Generaal adviseerde het cassatieberoep te verwerpen, waarop de Hoge Raad het beroep heeft beoordeeld.
De Hoge Raad oordeelde dat de klachten over het arrest van het hof niet tot vernietiging kunnen leiden en dat het niet nodig was om de motivering van dit oordeel te geven, omdat het geen vragen betrof die van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht. Het cassatieberoep werd verworpen en de eiser werd veroordeeld in de kosten van het geding.
Deze uitspraak bevestigt de bestaande rechtspraak omtrent aansprakelijkheid tussen medebezitters van een dier voor door dat dier toegebrachte letselschade en brengt geen nieuwe afwijkingen of verfijningen aan.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof wordt bekrachtigd.