Conclusie
1.Inleiding en samenvatting
Manegepaard Imagine [1] omtrent de reikwijdte van de aansprakelijkheid voor dieren van art. 6:179 BW Pro tussen medebezitters van het dier. De vrouw en de man zijn beiden bezitter van [het paard] . Tijdens een rit met een koets, waarbij de vrouw als koetsier optrad en de man haar als groom assisteerde, is de man ernstig gewond geraakt. In deze procedure is uitgangspunt dat de vrouw geen fout heeft gemaakt en dat het ongeval door de eigen energie van het dier is veroorzaakt.
2.Feiten en procesverloop
[het paard](hierna: het paard). Het paard is getraind om als trekpaard voor een koets te lopen.
3.Bespreking van het cassatiemiddel
Manegepaard Imagine. [5] In dat arrest gaat het om de reikwijdte van een kwalitatieve risicoaansprakelijkheid van art. 6:179 BW Pro en was het de vraag of een medebezitter van een dier ook aansprakelijk is jegens een andere medebezitter, op dezelfde wijze als dit volgens het arrest
Hangmat [6] geldt met betrekking tot de aansprakelijkheid voor opstallen van art. 6:174 BW Pro. Ik citeer de relevante overwegingen van het arrest
Manegepaard Imagine:
Imaginevan recente datum is (29 januari 2016), zodat aangenomen moet worden dat hetgeen hiervoor is geciteerd, de huidige rechtsopvattingen weergeeft. Anders dan [de man] , leest het hof in de rechtsoverwegingen van de Hoge Raad geen aanknopingspunten die kunnen leiden tot het oordeel dat in het onderhavige geval, anders dan in het geval van
Imagine, wel aansprakelijkheid zou bestaan (van [de vrouw] jegens haar echtgenoot [de man] ) op grond van – kort gezegd – de hoedanigheid van (mede)bezitter van een dier (het paard). De stelling dat [de vrouw] wordt aangesproken in haar hoedanigheid als koetsier (onder de polis) is naar het oordeel van het hof niet redengevend, omdat – naar uit de stukken blijkt – de vordering van [de man] jegens [de vrouw] uitsluitend is gegrond op de kwalitatieve aansprakelijkheid voor dieren ex art. 6:179 BW Pro. [de man] heeft niet gesteld dat hij zijn echtgenote (tevens) aansprakelijk houdt wegens een door haar gemaakte fout bij het als koetsier besturen van de aanspanning waarvan het paard deel uitmaakte (schuldaansprakelijkheid).
Imagine. Evenals in
Imagine, is in het onderhavige geval onmiskenbaar sprake van een aansprakelijkheidsverzekering, dat wil zeggen een verzekering die (een “open”) dekking biedt voor de aansprakelijkheid van de verzekerden voor door derden geleden schade (en waarvoor de wetgever in art. 7:954 BW Pro een directe actie heeft ingevoerd die hier in het geding is). Dat het hier gaat om een aansprakelijkheidsverzekering waarbij de verzekerde hoedanigheid is toegesneden op (beperkt tot) houders van een ruiter en/of koetsiersbewijs als bedoeld in art. 1 van Pro het hiervoor geciteerde clausuleblad, maakt hierbij geen verschil. Ook andere vormen van aansprakelijkheidsverzekering kennen immers een gepreciseerde (beperkte) verzekerde hoedanigheid, zoals bijvoorbeeld de aansprakelijkheidsverzekering bedrijven (AVB-polis), de verzekering waarvan in
Imaginesprake was. In elk geval is hier geen sprake van een zogeheten first party verzekering, waarvan door de Hoge Raad enkele voorbeelden zijn genoemd in
Imagineom te illustreren op welke wijze de schadelijdende medebezitter van een dier zijn potentiële schade (wel) kan verzekeren (te weten de ongevallenverzekering en de arbeidsongeschiktheidsverzekering). Dat het in dit geval gaat om een collectieve aansprakelijkheidsverzekering die is afgesloten door KNHS ten behoeve van houders van ruiter- en/of koetsierbewijzen (in dit geval [de vrouw] ) in plaats van een algemene aansprakelijkheidsverzekering die ten behoeve van beide echtgenoten is afgesloten, acht het hof (anders dan [de man] ), gelet op de overwegingen van de Hoge Raad in
Imagine, evenmin van belang.
Imagineimmers geen (beslissend) onderscheid gemaakt tussen verschillende categorieën van (verzekerde) risico’s die verbonden kunnen zijn aan het (mede)bezit van dieren, zoals bijvoorbeeld deelname aan het wegverkeer of het (louter) houden van een dier in gezinsverband. Dat aan deelname van dieren aan het wegverkeer bijzondere risico’s kleven, omdat naast de onberekenbare eigen energie van het dier ook andere factoren in het verkeer een gevaarverhogende rol kunnen spelen (zoals hier: een auto die tot stilstand komt waardoor de ruimte naast de rijdende koets plotseling wordt beperkt), is in de overwegingen van de Hoge Raad klaarblijkelijk verdisconteerd. In
Imaginewordt immers in algemene zin tot uitdrukking gebracht dat van de medebezitter van een dier kan worden gezegd dat hij “ook voor zichzelf” een gevaar in het leven heeft geroepen of in stand heeft gehouden waarvan hij wordt geacht zich bewust te zijn, en dat het minder voor de hand ligt dat de norm van art. 6:179 BW Pro ook zou strekken tot bescherming van de benadeelde die als medebezitter “bewust bijdraagt” tot het scheppen of handhaven van het voor hem kenbare gevaar waartegen deze bepaling bescherming biedt (rov. 3.6.2
Imagine).
Manegepaard Imagine.Ik stel voorop dat in dat arrest door uw Raad een keuze is gemaakt wat betreft een vraag waar gemakkelijk verschillend over kan worden gedacht. Nu die keuze is gemaakt, hebben we daarvan echter uit te gaan. Ik zeg dit niet omdat het arrest
Manegepaard Imagineeen prejudiciële procedure betrof. [7] Ook voor beslissingen van uw Raad in gewone cassatieprocedures geldt dat de praktijk zich ernaar richt. Dat geldt in het bijzonder als de beslissing door uw Raad principieel en categorisch is geformuleerd. Van nieuwe ontwikkelingen in recht en samenleving die kunnen rechtvaardigen dat alsnog een andere keuze wordt gemaakt, is in ieder geval op dit moment geen sprake.
Manegepaard Imagineformuleert, inhoudt ‘dat art. 6:179 BW Pro geen risicoaansprakelijkheid
vestigtjegens personen die de hoedanigheid van medebezitter van het dier hebben’ (cursivering toegevoegd). Het is dus niet zo dat de omstandigheid dat een benadeelde medebezitter van het dier is tot een verweermiddel leidt. Nee, er bestaat geen aansprakelijkheid. Dat reeds beperkt mijns inziens de speelruimte om in een concreet geval tot een andere uitkomst te komen dan waarvan de regel uitgaat.
Manegepaard Imaginegebezigde argumenten niet steeds, en ieder geval niet steeds in dezelfde mate, opgeld doen. Ook is juist dat niet één argument als beslissend is aangemerkt, maar dat in plaats daarvan uw Raad zich heeft gebaseerd op een afweging van meerdere belangen en omstandigheden. Dit betekent echter niet dat in een individuele zaak een andere afweging zou kunnen worden gemaakt, in die zin dat bij uitzondering art. 6:179 BW Pro tóch een risicoaansprakelijkheid zou vestigen jegens een persoon die de hoedanigheid van medebezitter van het dier heeft. Niet alleen geeft de formulering van het arrest
Manegepaard Imaginegeen aanleiding tot de gedachte dat uw Raad het zo heeft bedoeld. Een dergelijke beoordeling van geval tot geval lijkt mij ook niet verenigbaar met het beginsel van rechtszekerheid. [8] Als ik het goed zie is de algemene opvatting in de literatuur dat
Manegepaard Imagineeen algemene regel geeft en niet een gevalsafhankelijke norm. [9]
onderdelen I en IIaf. Dat de medebezitters wat betreft de wijze waarop het ongeval zich heeft voorgedaan, een verschillende rol hadden – de vrouw als koetsier en de man als groom, die zich naar de instructies van de koetsier heeft gericht – maakt voor de toepassing van art. 6:179 BW Pro het verschil niet. Dat verschil in rol zou van belang kunnen zijn als het de vraag was of de vrouw als koetsier onzorgvuldig heeft gehandeld. Dat is een vraag die in deze zaak echter niet aan orde is; de man heeft zich in deze procedure uitsluitend gebaseerd op de risicoaansprakelijkheid van art. 6:179 BW Pro. [10] In het kader van art. 6:179 BW Pro telt maar één rol, die van bezitter van het dier wiens eigen energie het ongeval heeft veroorzaakt. Dat de vrouw ‘in haar hoedanigheid van koetsier’ aansprakelijk zou zijn (en de man niet), zoals onderdeel II onder 1, het voorstelt, is dus in juridische zin niet correct.
Hangmaten
Manegepaard Imaginedoor uw Raad voor de daarin geformuleerde regel gebezigde argumenten, toegepast op de bijzondere omstandigheden van het voorliggende geval. Dat is niet omdat ik niet (op onderdelen) kan meevoelen met wat de steller van het middel daarover opmerkt, maar uitsluitend omdat een en ander aan de uitkomst niets kan veranderen.
niet aansprakelijkis. De directe actie geldt immers ‘in geval van een verzekering tegen aansprakelijkheid’ en veronderstelt ‘verwezenlijking van het risico’. Zonder aansprakelijkheid van de vrouw heeft het verzekerde risico zich niet gerealiseerd en heeft de man dus ook geen aanspraak op London.
Manegepaard Imagineniet van betekenis. Niet de vraag of wel of niet twee verzekerden tegenover elkaar staan, is bepalend, maar enkel de vraag of wel of niet twee medebezitters tegenover elkaar staan. Nog minder kan de omstandigheid dát de vrouw haar aansprakelijkheid onder de koetsierspolis heeft verzekerd (het onderdeel onder 4), op zichzelf leiden tot een uitzondering op de in
Manegepaard Imagineaanvaarde regel.
Manegepaard Imagine. [14] Hij is in die suggestie door uw Raad echter niet gevolgd. Ruimte om die suggestie alsnog een plek te geven, zie ik niet. [15] Ik kan ook niet inzien hoe de omstandigheid dat de man verkeersslachtoffer is tot een andere uitkomst kan leiden.
onderdeel VIbehoeft geen bespreking.