Uitspraak
gevestigd te [vestigingsplaats],
zetelende te Oostburg,
2.Uitgangspunten en feiten
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
25 september 2020.
Hoge Raad
De zaak betreft een geschil tussen eiseres, rechtsopvolgster van exploitant [A], en de gemeente Sluis over schadevergoeding wegens onrechtmatige besluiten omtrent exploitatievergunningen voor speelautomatenhallen.
De gemeente had vergunningen aan [F] verleend en aan [A] geweigerd, waarbij de vergunningen later werden vernietigd wegens formele gebreken in de gemeentelijke verordeningen. Eiseres vordert schadevergoeding wegens omzetderving en gemaakte kosten.
De rechtbank en het hof oordeelden dat er geen causaal verband bestond tussen de onrechtmatige besluiten en de schade, omdat de gemeente naar hun oordeel rechtmatige besluiten met dezelfde inhoud zou hebben genomen. De Hoge Raad stelt dat het hof onjuist heeft geoordeeld door voorbij te gaan aan het feit dat de verordening eerst aangepast moest worden voordat rechtmatige vergunningen konden worden verleend.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak terug voor nadere beoordeling van het causaliteitsvraagstuk en overige betwistingen. Tevens geeft de Hoge Raad een uitgebreide toelichting op de stelplicht en bewijslast bij het condicio sine qua non-verband in besluitaansprakelijkheid.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt arrest en verwijst zaak terug voor nadere beoordeling van het causaal verband en overige betwistingen.