Art. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatieArt. 1019h RvArt. 7 lid 2 Berner ConventieArt. 10 lid 2 BeschermingsrichtlijnArt. 51 lid 1 Aw
AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Hoge Raad bevestigt arrest over auteursrecht en proceskosten in intellectueel eigendomsrecht
In deze zaak stond de vraag centraal of er op 1 januari 1995 naar Frans recht auteursrecht bestond op een stoel, waarbij ook werd betoogd dat de toenmalige Franse rechtspraak in strijd was met het discriminatieverbod van het EU-recht. Het hof had eerder een arrest gewezen dat in cassatie werd aangevochten door Montis c.s.
De Hoge Raad heeft de klachten van Montis c.s. beoordeeld maar geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. De Hoge Raad motiveert dit niet uitvoerig omdat het niet noodzakelijk is voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 vanPro de Wet op de rechterlijke organisatie.
Daarnaast veroordeelt de Hoge Raad Montis c.s. in de proceskosten van het cassatiegeding. Hierbij past de Hoge Raad de indicatietarieven toe voor intellectuele eigendomszaken uit 2017, waarbij het gevorderde bedrag van Klaver c.s. aan salaris en verschotten binnen het maximumtarief valt en derhalve wordt toegewezen.
De uitspraak werd op 9 oktober 2020 gedaan door een kamer van vijf raadsheren, waarbij C.H. Sieburgh het arrest in het openbaar uitsprak.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en Montis c.s. worden veroordeeld in de proceskosten van het cassatiegeding.
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer19/02137
Datum9 oktober 2020
ARREST
In de zaak van
1. MONTIS HOLDING B.V., gevestigd te Dongen,
2. MONTIS B.V., gevestigd te Dongen,
EISERESSEN tot cassatie,
hierna gezamenlijk: Montis c.s.,
advocaat: H.J.W. Alt,
tegen
1. STOFFEERDERIJ KLAVER DESIGN B.V., gevestigd te Ermelo,
2. STOFFEERDERIJ KLAVER B.V., gevestigd te Ermelo,
3. KLAVER BEHEER B.V., gevestigd te Ermelo,
VERWEERSTERS in cassatie,
hierna gezamenlijk: Klaver c.s.,
advocaat: S.M. Kingma.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
de vonnissen in de zaak C/13/520568/HA ZA 12-801 van de rechtbank Amsterdam van 7 november 2012 en 3 juli 2013;
het arrest in de zaak 200.182.406/01 van het gerechtshof Amsterdam van 29 januari 2019.
Montis c.s. hebben tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
Klaver c.s. hebben een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal B.J. Drijber strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van Montis c.s. heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2.Beoordeling van het middel
2.1
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervanis dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 vanPro de Wet op de rechterlijke organisatie).
2.2
Als de in cassatie in het ongelijk gestelde partij dienen Montis c.s. te worden verwezen in de proceskosten. Klaver c.s. hebben op de voet van art. 1019h Rv vergoeding van de kosten in cassatie gevorderd. Daarop zijn van toepassing de Indicatietarieven in IE-zaken Hoge Raad 2017. Deze zaak dient in de zin van die regeling te worden aangemerkt als een normale zaak. Voor de verweerder geldt in dat geval een tarief van maximaal € 20.000,--. Klaver c.s. maken aanspraak op een bedrag van € 14.807,74 voor salaris alsmede € 885,25 aan verschotten. Nu de specificatie van Klaver c.s. voldoet aan de vereisten onder 5 van de Indicatietarieven in IE-zaken Hoge Raad en genoemd bedrag aan salaris beneden het hiervoor genoemde maximum indicatietarief ligt, zal het gevorderde bedrag als hierna te melden worden toegewezen.
3.Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt Montis c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Klaver c.s. begroot op € 885,25 aan verschotten en € 14.807,74 voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien Montis c.s. deze niet binnen veertien dagen na heden hebben voldaan.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren G. Snijders, als voorzitter, M.J. Kroeze, C.H. Sieburgh, H.M. Wattendorff en F.J.P. Lock, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer C.H. Sieburgh op 9 oktober 2020.