Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
is niet ter terechtzitting verschenen. Middels een schriftelijke verklaring d.d. 24 oktober 2017 heeft de verdachte afstand gedaan van het recht ter zitting aanwezig te zijn.
Als raadsvrouw is aanwezig mr. A.S.M. Blonk, advocaat te Curaçao.
(...)
De behandeling heeft plaatsgevonden middels videoconference op de locaties Curaçao (leden van het Hof en de griffier, de procureur-generaal en de raadsvrouw), Nederland (locatie P.I. Zutphen, twee medeverdachten [medeverdachte 4] en [betrokkene 1] ) en Bonaire (twee medeverdachten [medeverdachte 3] en [medeverdachte 1] en de benadeelde partijen).
De voorzitter deelt mede dat op 16 oktober 2017 de dagvaarding in hoger beroep aan de verdachte in persoon is uitgereikt maar dat, blijkens de akte van uitreiking, de verdachte niet wenste te tekenen voor ontvangst en voor toestemming tot verkorting van de termijn van dagvaarding.
De procureur-generaal verklaart, zakelijk weergegeven:
Na hervatting deelt de voorzitter de volgende beslissing van het Hof mede.
Op grond van artikel 15 lid 3 Rijkswet Pro houdt het hof zitting in een van de landen onderscheidenlijk op een van de eilanden aldaar genoemd. Deze bepaling moet aldus worden begrepen dat het hof slechts in een van deze landen onderscheidenlijk op een van deze eilanden zitting houdt, daargelaten de mogelijkheid dat onder meer vanuit een ander land of eiland door anderen via een videoconferentie-verbinding wordt deelgenomen aan de terechtzitting. Gelet hierop begrijpt de Hoge Raad de overweging van het hof in het proces-verbaal van het onderzoek ter terechtzitting van 24 oktober 2017 dat “de zitting vandaag zowel in Curaçao, Bonaire als in Nederland plaatsvindt” in het licht van de overweging van het hof dat de “behandeling heeft plaatsgevonden middels videoconference op de locaties Curaçao (leden van het Hof en de griffier, de procureur-generaal en de raadsvrouw), Nederland (locatie P.I. Zutphen, twee medeverdachten [medeverdachte 4] en [betrokkene 1] ) en Bonaire (twee medeverdachten [medeverdachte 3] en [medeverdachte 1] en de benadeelde partijen)“ aldus dat het hof zitting heeft gehouden in Curaçao.
3.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
- voornoemde [slachtoffer 3] tegen de grond heeft gewerkt en vervolgens op [slachtoffer 3] is gaan zitten en zijn hand tegen de mond van voornoemde [slachtoffer 3] heeft gelegd en op dreigende toon tegen voornoemde [slachtoffer 3] heeft gezegd: “Dinero, dinero” (vertaling uit het Spaans: “Geld, geld”), en zich heeft voorzien van een keukenmes;
Toen hebben ze [slachtoffer 1] naast mij op het bed laten liggen. Wij lagen toen met zijn drieën op bed. Ik zag dat een van de mannen [slachtoffer 1] 's voeten toen met een witte veter uit zijn schoen aan elkaar bond. Mijn voeten werden toen vervolgensmet een groene veteraan elkaar geboden en die van [slachtoffer 5] met een roze veter. Deze veters hadden tijdens de vlucht rondom de koffer gezeten bij wijze van herkenning. Terwijl een van de mannen bezig was met het vastbinden van [slachtoffer 5] voeten kwam de politie bij de voordeur.
4.Beoordeling van het vijfde cassatiemiddel
5.Beoordeling van de cassatiemiddelen voor het overige
6.Beslissing
15 december 2020.