Uitspraak
2.Uitgangspunten en feiten
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
21 februari 2020.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
In deze zaak stond centraal of de schuld die het UWV heeft aan een uitkeringsgerechtigde onder de WAO, die onder een schuldsaneringsregeling valt, is ontstaan vóór de uitspraak tot toepassing van die regeling. De rechtbank en het hof hadden geoordeeld dat de schuld van het UWV niet periodiek ontstaat, maar vanaf de datum van het toekenningsbesluit, waardoor verrekening met vorderingen van vóór de schuldsaneringsuitspraak mogelijk was.
De Procureur-Generaal stelde in cassatie dat de schuld van het UWV per dag ontstaat zodra aan de wettelijke voorwaarden voor een WAO-uitkering is voldaan, en dat verrekening van een vóór de schuldsaneringsuitspraak ontstane vordering niet mogelijk is met uitkeringen die na die uitspraak ontstaan.
De Hoge Raad volgde deze redenering en oordeelde dat de schuld van het UWV per werkdag ontstaat en dat verrekening van een vóór de schuldsaneringsuitspraak ontstane vordering met uitkeringen na die uitspraak niet is toegestaan. Het arrest van het hof werd daarom in het belang der wet vernietigd, zonder dat dit nadelige gevolgen heeft voor de rechten van partijen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en bepaalt dat de schuld van het UWV per dag ontstaat, waardoor verrekening met vorderingen vóór de schuldsaneringsuitspraak niet is toegestaan.