De klager diende een beklag in op grond van artikel 552a Sv tegen het beslag op twee smartphones en de daarop aanwezige data, waaronder kopieën van die data die mogelijk nog bij de politie aanwezig zijn. De rechtbank verklaarde het beklag niet-ontvankelijk omdat de telefoons en de data daarop waren teruggegeven en zij oordeelde dat zij slechts bevoegd was over voorwerpen die daadwerkelijk in beslag waren genomen.
De Hoge Raad overwoog dat artikel 552a Sv ook betrekking heeft op gegevens die zijn opgeslagen in geautomatiseerde werken, zoals smartphones, en dat het beslag ook kan zien op kopieën van die gegevens die bij de politie aanwezig zijn. Omdat de rechtbank zich niet had uitgesproken over de vraag of kennisneming of gebruik van die gegevens had plaatsgevonden, was haar oordeel niet begrijpelijk.
De Hoge Raad vernietigde daarom de beschikking van de rechtbank en verwees de zaak terug naar de rechtbank Den Haag voor een nieuwe inhoudelijke behandeling van het klaagschrift. De zaak betreft de bescherming van privacy en het recht op terugvordering van gegevens die door de politie zijn gekopieerd van in beslag genomen digitale apparaten.