Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Slotsom
4.Beslissing
24 januari 2017.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
De zaak betreft een beroep in cassatie tegen een beschikking van de Rechtbank Amsterdam waarin het klaagschrift van klager niet-ontvankelijk werd verklaard voor zover het gericht was tegen de kennisneming of het gebruik van uitgelezen gegevens van drie onder klager inbeslaggenomen mobiele telefoons.
De Rechtbank oordeelde dat op grond van artikel 552a Sv niet kan worden geklaagd over de kennisneming of het gebruik van dergelijke gegevens, omdat de telefoons inmiddels waren teruggegeven en de procedure slechts ziet op beslag dat nog voortduurt. Tevens werd overwogen dat de uitgelezen gegevens niet waren vastgelegd bij een onderzoek in een geautomatiseerd werk zoals bedoeld in artikel 552a Sv.
De Hoge Raad stelt dat artikel 552a Sv wel degelijk voorziet in het doen van beklag tegen kennisneming of gebruik van gegevens die zijn opgeslagen, verwerkt of overgedragen door middel van een geautomatiseerd werk en vastgelegd bij een onderzoek daarin. De eerdere jurisprudentie die de Rechtbank aanhaalde is niet van toepassing omdat die betrekking had op externe harde schijven en vernietiging van gegevens, niet op gegevens vastgelegd bij een onderzoek in een geautomatiseerd werk.
De Hoge Raad acht het oordeel van de Rechtbank niet zonder meer begrijpelijk, mede omdat de Rechtbank zich niet heeft uitgelaten over de technische aard van de telefoons en of daadwerkelijk kennis is genomen van de uitgelezen gegevens. Daarom vernietigt de Hoge Raad de beschikking en wijst de zaak terug naar de Rechtbank Amsterdam voor herbehandeling en beslissing op het bestaande klaagschrift.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking en wijst de zaak terug naar de Rechtbank Amsterdam voor hernieuwde behandeling van het klaagschrift.