Uitspraak
gevestigd te Sneek,
gevestigd te Sneek,
gevestigd te Sneek,
gevestigd te Sneek,
gevestigd te Sneek,
wonende te [woonplaats],
2.Uitgangspunten en feiten
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
27 maart 2020.
Hoge Raad
De zaak betreft een verzoek van AB Vakwerk en de ondernemingsraad (OR) om een lid van de OR, [verweerder], uit te sluiten van alle werkzaamheden wegens ernstig belemmerend gedrag. [Verweerder] werd verweten onder meer ongenuanceerde uitlatingen, een discriminerende opmerking en het verstoren van overlegvergaderingen.
De kantonrechter wees het verzoek toe, maar het hof vernietigde dit en hief de uitsluiting op. Het hof stelde dat voor een toewijzing in beginsel eerdere waarschuwingen, waaronder een ondubbelzinnige laatste waarschuwing, vereist zijn. De Hoge Raad stelde in cassatie vast dat deze vuistregel niet uit de wet of parlementaire geschiedenis volgt en dat de noodzaak van waarschuwingen afhangt van de ernst en aard van het gedrag.
De Hoge Raad bevestigde dat het hof het verzoek tot uitsluiting heeft beoordeeld aan de hand van alle omstandigheden en dat het ontbreken van een laatste waarschuwing slechts één van de factoren was. De conclusie van het hof dat het verzoek tot uitsluiting moest worden afgewezen, werd door de Hoge Raad bekrachtigd. AB Vakwerk werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het cassatieberoep van AB Vakwerk wordt verworpen en de uitsluiting van het OR-lid wordt opgeheven.