CompLions B.V. ontwikkelde software en had een werkkapitaalkrediet bij ING Bank, waarbij een pandrecht werd gevestigd op alle huidige en toekomstige bedrijfsactiva. De curator betwistte het pandrecht op de auteursrechten van de software, stellende dat de omschrijving in de pandakte onvoldoende bepaald of bepaalbaar was. De rechtbank wees de vordering van de curator toe en verwierp die van ING, omdat de omschrijving te generiek was en niet voldeed aan het bepaaldheidsvereiste.
ING stelde in cassatie dat het pandrecht wel geldig was omdat achteraf aan de hand van de pandakte kon worden vastgesteld dat het auteursrecht was verpand, ook zonder dat het auteursrecht op de balans stond of uit de administratie bleek. De Hoge Raad oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat het auteursrecht alleen verpand kon zijn indien dit uit administratie of balans bleek. Het bepaaldheidsvereiste vereist slechts dat het goed, eventueel achteraf, kan worden vastgesteld aan de hand van de pandakte.
De Hoge Raad vernietigde het vonnis en verwees de zaak terug naar de rechtbank voor verdere behandeling en beslissing. Tevens veroordeelde de Hoge Raad de curator in de kosten van het cassatiegeding. Hiermee is bevestigd dat een generieke omschrijving in een pandakte kan voldoen aan het bepaaldheidsvereiste, mits het object van het pandrecht voldoende bepaalbaar is, ook als het niet op de balans staat of in de administratie voorkomt.